It Chapter Two (2019)

Recensie It Chapter Two Cinemagazine Regie: Andy Muschietti | 169 minuten | horror | Acteurs: Jessica Chastain, James McAvoy, Bill Hader, Isaiah Mustafa, Jay Ryan, James Ransone, Andy Bean, Bill Skarsgård, Jaeden Martell, Wyatt Oleff, Jack Dylan Grazer, Finn Wolfhard, Sophia Lillis, Chosen Jacobs, Jeremy Ray Taylor, Teach Grant, Nicholas Hamiltoon, Javier Botet, Xavier Dolan, Taylor Frey, Molly Atkinson

De Losers Club is terug, 27 jaar na de verschrikkingen die ze meemaakten in het stadje Derry. Hoewel ze dachten en hoopten dat ze Het hadden verslagen, is het monster echter nog springlevend. Wederom uitgedost in zijn favoriete gedaante van Pennywise, de dansende clown, begint de cyclus van moorden in ‘It Chapter Two’ opnieuw.


Zes van de zeven zijn weg getrokken uit Maine en hebben hun fortuin in de wereld gemaakt. Alle zes zijn ze succesvol in hun vakgebied: Bill (James McAvoy) als schrijver en scenarist, Beverly (Jessica Chastain) als modeontwerpster, Ben (Jay Ryan) als architect, Eddie (James Ransone) als risico-analist, Richie (Bill Hader) als stand-up comedian en Stan (Andy Bean) als accountant. Alleen Mike (Isaiah Mustafa) heeft al die jaren het fort bewaakt, de achtergronden van Het bestudeert in zijn woning boven de bibliotheek van Derry. Als de zware mishandeling van een homoseksueel stel uitdraait op een gruwelijke moord door Pennywise (Bill Skarsgård), belt Mike zijn oude jeugdvrienden op. Ze zijn allang het contact met elkaar verloren en de anderen zijn alles vergeten. Als Mike hen belt, komen hun verdrongen herinneringen langzaam terug. Ze moeten stuk voor stuk een zware keuze maken: komen ze terug om Het nogmaals te bevechten? Ze hebben het elkaar weliswaar beloofd, maar 27 jaar is een lange tijd – en als hun herinneringen sterker worden, komen ook hun angsten weer naar boven.

Pennywise lijkt zich intussen te verheugen op een nieuwe confrontatie om wraak te nemen voor zijn verwonding en voor eens en altijd een einde te maken aan zijn uitdagers. Daarvoor schakelt hij ook de hulp is van Henry Bowers (Teach Grant) die in deel 1 zijn vader vermoordde – en ook de schuld kreeg van de andere moorden. Bowers zit al die jaren al in een psychiatrische inrichting, maar kan gemakkelijk ontsnappen als Pennywise het lijk van Patrick Hockstetter (Owen Teague) stuurt als chauffeur en assistent. Mike denkt de manier om Het te verslaan te hebben gevonden, maar klopt dit wel?

Na het grote succes van ‘It’ in 2017, was een tweede deel onvermijdelijk. En tenslotte was er ook nog een half boek dat schreeuwde om verfilmd te worden. Regisseur Andy Muschietti pakt het tweede deel van Stephen Kings meesterlijke roman erbij en weet met ‘It Chapter Two’ wederom een huiveringwekkende en bij vlagen beklemmende film af te leveren. Een slimme vondst is om flashbackscènes toe te voegen, waarin de jongere versies van de hoofdpersonages ook voorbij komen en meer diepte aan de verhaallijn toevoegen. Dat betekent dat Jaeden Martell, voorheen Lieberher (Bill), Sophia Lillis (Beverly), Jeremy Ray Taylor (Ben), Jack Dylan Glazer (Eddie), Finn Wolfhard (Richie), Wyatt Oleff (Stan) en Chosen Jacobs (Mike) ook weer in de film te zien zijn. Wat direct opvalt, is de nagenoeg perfecte casting van de hoofdrolspelers. De volwassen acteurs lijken stuk voor stuk fysiek op hun jongere “zelf”, waardoor op cruciale punten door de flashbacks toe te voegen, een organisch geheel ontstaat. Humor, zwart en anderszins, is dit keer nadrukkelijker aanwezig. In een op het eerste oog onnodige toevoeging ten opzichte van het boek, is één van de hoofdpersonen homoseksueel. Hoewel het enigszins uit te lucht komt vallen, is het uiteindelijk toch een geïnspireerde keuze, die zowel het begin van de film als het einde extra resonantie geeft. Kortom: je wil het liefst uren met de Losers Club doorbrengen, zozeer dat de strapatsen van Pennywise eigenlijk als een onwelkome afleiding voelen.

De film duurt bijna drie uur en gek genoeg voelt het soms ook zo, maar dan vooral in de horrorscènes. Hoewel Skarsgård ook weer een fantastische prestatie neerzet als Pennywise en zijn andere verschijningsvormen, begint het gevoel van herhaling zich wel in te zetten. Muschietti kiest voor steeds dezelfde schrikeffecten, maar gaandeweg wordt dat enigszins voorspelbaar. Dan wordt het effect toch telkens wat minder. En dat terwijl de make-up artiesten en special effects medewerkers topprestaties leveren om Pennywise en zijn horrorkabinet vol gruwelen zo inventief mogelijk uit te beelden. ‘It Chapter Two’ is sterk surrealistisch en kijkt niet op een emmer bloed of meer minder. Eén van de meest memorabele horrorscènes is een hommage aan ‘The Thing’ (de John Carpenter versie uit 1981) – meteen herkenbaar voor kenners van die horrorklassieker.

‘It: Chapter Two’ is op zijn sterkst als het boek van King gevolgd wordt. Dat klinkt als een paradox, zeker als het over het einde gaat (waarover hieronder meer), maar in het opzetten van verhaallijnen die steeds griezeliger worden, is er geen grotere meester dan King. Zo is de scène waarin de volwassen Beverly op bezoek gaat in haar oude huis grotendeels uit de roman gelift. Het is juist waar andere keuzes worden gemaakt, dat de verhaallijn rafeliger en minder overtuigend wordt. Zo hebben de makers een stam van Native Americans toegevoegd, die Mike op het spoor hebben gezet van een mogelijke overwinning. Het zorgt voor losse draadjes en roept vragen op die nooit helemaal bevredigend beantwoord worden. De “talismannen” die verzameld moeten worden, zijn een originele vondst, die niet zo uitpakt als gehoopt. En dan is het nog de toevoeging van het jongetje Dean (Luke Roessler) die in Bills oude huis woont en die tot twee keer toe in aanraking komt met leden van de Losers Club. Die scènes lijken net niet helemaal te kloppen. Onvoldoende doordacht, slecht uitgevoerd – of is het personage wellicht een illusie van Pennywise? Dat laatste is een intrigerende gedachte, maar waarom interacteren andere personages dan zo raar met hem? 

De zorgvuldige opbouw van King rond de volwassen Henry Bowers, wordt in de film niet tot zijn volle potentieel benut. Het blijft bij een handvol korte scènes die niet goed aansluiten op de rest. Wat wel een leuke vondst is, is de kleine rol die Stephen King zelf speelt als eigenaar van een tweedehandswinkel. Ook in zijn dialoog met McAvoys Bill komt de ‘running gag’ voorbij dat Bill geen goede eindes aan zijn verhalen weet te breien. Het is een bekende kritiek op King zelf. De film herhaalt de grap over een matig einde een keer of vier, wat dan te denken geeft dat de makers zich al een beetje wilden indekken voor hun niet helemaal gelukte slotakte.

Toegegeven: het oorspronkelijke einde van Kings roman met de ultieme confrontatie tussen de losers en Het leunt zwaar op de meer psychologische elementen. Het boekeinde is eigenlijk onverfilmbaar met zijn mentale gevechten. Ook is – op een kleine referentie na – de aanwezigheid van Maturin de schildpad verdwenen, om nog maar te zwijgen van de grootschalige vernietiging van de stad Derry zelf. Waar de miniserie uit 1990 ook al worstelde met het einde, in wat duidelijk het zwakste deel was – had dat voor Muschietti en zijn team een waarschuwing moeten zijn. Helaas is het ook hen niet gelukt om met een hoogtepunt af te sluiten. Hun uiteindelijke keuze om Pennywise te bevechten is op zich begrijpelijk, maar stelt toch wat teleur.

Hans Geurts

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 5 september 2019