Jacob, Mimmi en de pratende honden – Jekabs, Mimmi un runajosie suni (2019)

Recensie Jacob, Mimmi en de pratende honden CinemagazineRegie: Edmunds Jansons | 70 minuten | animatie, avontuur | Nederlandse stemmencast: Oscar Siegelaar, Polleke van der Sman, Pepijn van der Sman, Simon Zwiers

Luize Pastore is in haar thuisland een fenomeen, en de Letse kinderboekenschrijfster begint internationaal nu ook voet aan de grond te krijgen. Haar werk is weliswaar nog niet in het Nederlands vertaald, maar bijvoorbeeld wel in het Engels. Met ‘Dogtown’ uit 2018 maakte ze haar Engelstalige debuut – en won er en passant meteen een vermelding voor in het rijtje Best New Kids Books van dat jaar, als keuze van The Guardian. Het in Polen gevestigde New Europe Film Sales zag wel brood in Pastores boek en kocht de filmrechten aan. De Letse filmmaker Edmunds Jansons, die eerder op internationale animatiefestivals hoge ogen gooide met ‘Choir Tour’ en ‘International Father’s Day’ (beide 2012), heeft een heel eigen, eenvoudige maar creatieve stijl die een verademing is ten opzichte van de eenheidsworst aan animaties die veel tekenfilms momenteel kenmerkt. Met vormen en technieken die enerzijds simpel en naïef lijken maar tegelijkertijd verfijnd en stijlvol zijn creëert hij niet alleen aansprekende personages maar tevens heel vermakelijke en avontuurlijke films. En zo werd Luize Pastores ‘Dogtown’ Edmunds Jansons ‘Jacob, Mimmi en de pratende honden’ (2019).

Jacob woont met zijn vader in de Letse hoofdstad Riga. Hij tekent graag en veel, het liefst stadskaarten en gebouwen. Hij droomt ervan om, net als zijn vader, architect te worden. Als zijn vader voor zijn werk een tijdje de stad uit moet, stuurt hij Jacob uit logeren bij zijn nichtje Mimmi en haar vader Arend (die beweert van beroep piraat te zijn), in de vervallen buitenwijk Maskatchka. Jacob wil eigenlijk helemaal niet logeren, en de dappere maar brutale Mimmi staat aanvankelijk ook niet te springen om haar neefje op sleeptouw te moeten nemen. Desondanks leren ze elkaar steeds beter te begrijpen. Als ze ontdekken dat een projectontwikkelaar snode plannen heeft met Mimmi’s geliefde stadsparkje – hij wil er een wolkenkrabber bouwen – besluiten ze de handen ineen te slaan en daar een stokje voor te steken. Ze krijgen daarbij hulp uit onverwachte hoek: een roedel zwerfhonden die kunnen praten en uitstekende ideeën hebben over hoe ze de plannen van de projectontwikkelaar kunnen dwarsbomen en hún park kunnen redden.

De techniek die Jansons voor ‘Jacob, Mimmi en de pratende honden’ toepast is cut-outanimatie; bewegende knipsels dus. Een tijdrovende klus, omdat de uitgeknipte modellen beeldje voor beeldje moeten worden verplaatst om beweging te suggereren. Stop-motion met papier. Cut-out is net als bijvoorbeeld klei-animatie, vanwege de minutieuze manier van werken en het engelengeduld dat de makers moeten hebben, bij voorbaat al een labour of love. En dat zie je ook aan ‘Jacob, Mimmi en de pratende honden’: deze film is met veel liefde en aandacht gemaakt en is alleen daarom al de moeite waard. Wat het ook prettig kijken maakt is het fijne kleurenpalet dat Jansons gebruikt: in plaats van de uitbundige zuurstokkleuren die we kennen van films als ‘Trolls’ (2016), is deze film ondergedompeld in een bad van warme rood-, oranje- en bruintinten. Wat ‘Jacob, Mimmi en de pratende honden’ er overigens niet minder kleurrijk en levendig op maakt – integendeel zelfs. De film wordt verder verrijkt met charmante personages, die elk op unieke wijze zijn vormgegeven. Zo sluit je de met een ongebreidelde fantasie bedeelde oom Arend direct in je armen en verbaas je je over de zorgvuldigheid en aandacht waarmee elke hond uit de roedel van leider ‘Baas’ is gecreëerd. En ook op de achtergrond zitten kleine grapjes verstopt, zoals de groep mimespelers die te pas en te onpas opduikt, zonder daadwerkelijk een rol te hebben in het verhaal.

Het avontuur dat Jacob en Mimmi beleven is net zoals de film zelf: minder eenvoudig dan je op het eerste gezicht zou denken. En behoorlijk actueel: in het redden van een geliefd stadsparkje uit handen van een harteloze en hebzuchtige zakenman wordt de essentie van de milieubeweging teruggebracht tot voor kinderen behapbare proporties. En ook hier is het de jeugd die zijn stem het luidst laat horen. Maar ook de toenemende gentrificatie wordt onder de loep gelegd. De film juicht het van harte toe dat kinderen hun idealisme bewaren en uitdragen en onderstreept nog maar eens: de jeugd heeft de kracht om de wereld te veranderen – blijf daarin geloven. Een mooie boodschap om je kinderen mee te geven. En dat maakt ‘Jacob, Mimmi en de pratende honden’ niet alleen een prachtig klein kunstwerkje door de manier waarop de film gemaakt is, maar bovendien een onbevangen en hoopvolle kijkervaring.

Patricia Smagge

Waardering: 4

Bioscooprelease: 12 februari 2020