Jamón, jamón (1992)

Regie: Bigas Luna | 90 minuten | drama, komedie | Acteurs: Stefania Sandrelli, Anna Galiena,  Juan Diego, Penélope Cruz, Javier Bardem, Jordi Mollà, Tomás Martín, Armando del Río, Diana Sassen, Chema Mazo, Isabel de Castro Oros, Nazaret Callao, Marianne Hermitte, Nadia Godoy, María Reniu     

Wie stelt dat Pedro Almodóvar op eenzame hoogte staat in de Spaanse cinema van de afgelopen twintig jaar heeft misschien gelijk, dat wil niet zeggen dat de aard en het niveau van zijn werk niet af en toe gekopieerd kan worden. Nou ja, gekopieerd: Almodovár wordt als meester van het Spaanse soapdrama zelfs afgetroefd in Bigas Luna’s ‘Jamón, jamón’. Wat te denken van de ontdekking van Javier Bardem en die van Penélope Cruz, die in ‘Jamón, jamón’ als zestienjarige haar debuut maakt; de pruilerige muze die Luna van haar maakt staat toch alweer een poosje op het netvlies. Het kan zelfs zijn dat het de meester een beetje jaloers gemaakt heeft en we zijn ervan overtuigd dat het zijn haantjesgedrag heeft aangewakkerd. Opvallend is het in ieder geval dat Almodóvar in ‘Volver’ – de half gelukte herhalingsoefening van zijn vroegere werk, evenals ‘Jamón, jamón’ met een hoofdrol voor Cruz – een sneer maakt naar Luna. Het moet voor Almodóvar irritant geweest zijn dat Luna de verwikkelingen in eenzelfde exuberantie laat plaatsvinden als in zijn eigen films; de rijpere vrouwenrollen – de beide moeders in de film – lijken zelfs rechtstreeks uit Almodóvars humoristische periode (tot aan ‘Todo sobre mi madre’) geplukt.

Beter goed gepikt, dan slecht verzonnen. Er is echter één duidelijk verschil: waar Almodóvar ondanks een barokke stijl op dramatisch gebied de nuance zoekt, is ‘Jamón, jamón’ een ongegeneerd rauwe parodie op de Spanjaard en zijn passies. Misschien dat de personages wat meer naar types neigen dan die in de goede Almodóvars, maar dat doet niets af aan het effect. ‘Jamón, jamón’ is vulgariteit in de beste zin van het woord; de menselijke begeerten en verlangens worden er op alle mogelijke manieren in hun hemd gezet. En de film is niet alleen voor de Spanje-liefhebber interessant, omdat iedereen zich wel een voorstelling kan maken bij de symbolen van het rijke latijnse liefdesleven: de macho (Raúl), het moederskindje (José Luis), de moeder (Conchita), de hoer (Carmen) en natuurlijk de maagd (Sylvia). Het einde is iets te uitgesponnen en gestileerd, maar kritiek op details valt weg tegen de pretentieloze levenslust die in ‘Jamón, jamón’ in een hoog tempo wordt uitgedragen: dit is een komedie als een achtbaan. Topper is Bardem, die meteen op voldragen niveau zit in deze film; Sandrelli (‘Il conformista’) komt dicht bij hem in de buurt en de schone Penélope? Nooit is zij mooier, onschuldiger en kuiser geweest.

Jan-Kees Verschuure