Jenny (1958)

Regie: Willy van Hemert | 98 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Ellen van Hemert, Maxim Hamel, Andrea Domburg, Ko van Dijk, Kees Brusse, Teddy Schaank, Ijda Andrea, Winnifred Bosboom, Corry Brokken, Gelijn Molier, Bert van der Linden

‘Jenny’ is een ijkpunt in de ontbolstering van de Nederlandse beeldcultuur: de eerste Nederlandse langspeelfilm in kleur en tevens het filmdebuut van Willy van Hemert, die later vooral met televisieseries als ‘De kleine waarheid’, ‘Dagboek van een herdershond’ en ‘De weg’ furore zou maken. Zijn dochter Ellen werd gecast als Jenny, een jongensachtige en naïeve adolescente die met de eerste teleurstellingen van de volwassenheid te maken krijgt. Van Hemert bracht een sterrencast bijeen waartussen zijn fris acterende polder-Audrey soepel haar weg vindt: Kees Brusse als huisvriend, Andrea Domburg als roeicoach en Ko van Dijk als vader, allen grote persoonlijkheden die passende personages krijgen toebedeeld. De regisseur levert ook stijlvol beeldwerk af, met Ellen van Hemert als natuurlijk en charmant focuspunt en de stad Amsterdam als decor. De keuze voor een licht scenario – vul alle romantische ontwikkelingen maar in – lijkt eerder ingegeven door de teerhartigheid van het toenmalige bioscooppubliek dan voortgekomen uit kwaliteitsoverwegingen, al had de afwikkeling van het verhaal wel wat meer gewicht kunnen krijgen.

Van Hemert schuift hier en daar een wolkje voor de zon in Jenny’s leven (jonggestorven moeder, egocentrische vader, dito mannenkeuze) en pakt met een ruzie tussen de gebrouilleerde geliefden op Jenny’s deurstep nog even uit, maar aan het slot zal de harmonie toch vlot haar beslag krijgen, met een historische snoekduik van wittepaardprins Ed in het water van de Bosbaan als orgelpunt. Corry Brokken – een jaar voor het uitkomen van ‘Jenny’ winnares van het Eurovisie Songfestival – zingt ‘Lieveling, ik heb het geluk gevonden’; wat los van de kwaliteit van de film opvalt is de formele ingetogenheid van het Nederlandse acteren in de jaren vijftig en natuurlijk de vele Philip Bloemendal-erlebnissen: boos is nijdig; leuk is lollig. Het is vooral vertederend.

Jan-Kees Verschuure