Jezus is een Palestijn (1999)

Regie: Lodewijk Crijns | 91 minuten | komedie | Acteurs: Hans Teeuwen, Kim van Kooten, Dijn Blom, Peer Mascini, Najib Amhali, Ruben van der Meer, Anis de Jong, Pieter Bouwman Tygo Gernandt

“Zoek niet, want hij is in ons midden”. Met deze boodschap – geciteerd naar sekteleider David Koresh – wordt ‘Jezus is een Palestijn’ gestart, een film waarmee niet alleen religieus fanatisme op de hak wordt genomen, maar waarin tevens zowel de Millenniumgekte als het euthanasiedebat geparodieerd worden. Crijns, die zich gevestigd heeft met de mockumentaries ‘Lap Rouge’ en ‘Kutzooi’, heeft zich met ‘Jezus is een Palestijn’ naar eigen zeggen meer dan ooit veroorloofd zijn eigen koers te varen. Het maakplezier spat dan ook van het beeldscherm af.

De op het eerste gezicht wellicht beladen thematiek biedt binnen Crijns’ doelstelling vooral houvast tot een logische aaneenschakeling te komen van een verscheidenheid aan grappen, grollen en wreedheden. Hij scoort veelvuldig, al komt hij af en toe louter zijn eigen, unieke smaak tegemoet. Het is vooral jammer dat de bloedspetters en het functionele naakt – close-ups van genitaliën worden niet geschuwd– de vaak meer geslaagde subtielere grappen en kwinkslagen soms neigen te overschaduwen. Vooral in zijn tot in detail uitgekiende stijlkeuzes ontpopt Crijns zich namelijk als een begaafd filmmaker. Elementen als de kettingrokende arts, het boek getiteld ‘De Palestijnse Belofte’ (als opvolger van ‘De Celestijnse Belofte’), de Messias met de open fontanel en het medicinale gebruik van piercings geven ‘Jezus is een Palestijn’ een hilarische eigenheid. Dat Crijns als scenarist óók slaagt blijkt uit de pareltjes die zijn dialogen bevatten. Wanneer Ramses bijvoorbeeld aan een discipel van de nieuwe Messias vraagt waarom nou juist de Bijlmer door Hem als heilige plek uitverkoren is antwoordt deze prachtig metaforisch: “Hier komen alle mensen terecht voor wie in de herberg geen plaats meer is.”

Wat echter wél vermeldt moet worden, is dat de slagingskans van het geheel voor een groot deel tevens te danken is aan de acteurs die invulling geven aan de personages. Hans Teeuwen is geknipt als de stoïcijnse, maar ook vertederende Ramses. Zijn gevoel voor humor sluit zichtbaar aan bij Crijns’ absurdistische, soms morbide smaak. Kim van Kooten geeft wat extra sjeu als pittige zus, terwijl Dijn Blom als frisse (maar helaas nooit meer doorgebroken) nieuwkomer in de rol van Lonneke voor ontroering zorgt, zonder te dwepen. Najib Amhali overtuigt ook nog eens écht als Palestijnse Messias. De onderlinge chemie bewerkstelligt inlevingsvermogen, ondanks de bizarre verhaallijn. Je begrijpt het dilemma van Ramses als hij verliefd wordt en neemt de goddelijke beleving die ontstaat door het blazen van “esotherische rook” door een buisje dat het been doorboort moeiteloos voor waar aan.

‘Jezus is een Palestijn’ is een typisch voorbeeld van een film “waar je van moet houden”. Niet iedereen zal zien dat Crijns met deze productie een auteursfilm (weliswaar met een knipoog) heeft afgeleverd. Het is erg knap hoe de heldere plotstructuur ervoor zorgt dat de vele absurde kronkelingen per definitie in dienst van het verhaal blijven staan. De film is wellicht niet altijd even goed te bevatten, maar absoluut een aanrader voor liefhebbers van de oer-Hollandse, doch unieke film.

Marijn Bloemen

Waardering: 3

Bioscooprelease: 25 maart 1999