John Candy: I Like Me (2025)
Regie: Colin Hanks | 113 minuten | biografie, komedie, documentaire | Met: John Candy, Bill Murray, Chris Candy, Jennifer Candy-Sullivan, Steve Aker, Rose Candy, Pat Kelly, Terry Enright, Ennio Gregoris, Tom Davidson, Rita Davidson, Catherine McCartney, Dan Aykroyd, Dave Thomas, Martin Short, Eugene Levy, Andrea Martin, Robin Duke
“I like me, my wife likes me, my customers like me, ’cause I’m the real article.”. Het zijn de woorden van de jolige en onhandige Del Griffith, vertolkt door John Candy, nadat hij een uitbrander ontving van Steve Martins norse Neal Page, in John Hughes’ über-Amerikaanse film ‘Planes, Trains and Automobiles’. Die uitspraak vat niet alleen Candy’s meest iconische rol samen, maar ook de kern van Colin Hanks’ – zoon van – liefdevolle documentaire over wijlen Candy: een portret van een unieke man die vooroordelen moest overwinnen en getormenteerd werd door zijn gezondheidsproblemen, maar uiteindelijk toch “de harten van miljoenen mensen heeft geraakt” en vooral zichzelf bleef. Het levert een warm en innemend plaatje op – al is het er een dat voor sommigen iets te zeemzoet smaakt. Wat wil je van iemand met zo’n achternaam?
De op Halloween geboren Canadese Candy zou uitgroeien tot een van de meest geliefde acteurs en comedians van zijn generatie. Op jonge leeftijd drukte hij zijn stempel op Canadese tv met ‘SCTV’ – de Canadese ‘SNL’ avant la lettre – en hij brak door in de Amerikaanse filmindustrie met Spielbergs ‘1941’. Al die tijd kampte hij met stereotypen over zijn figuur en een aftakelende mentale toestand. Daarbovenop kwam nog eens de dood van zijn vader aan hartfalen, die hij moeilijk kon verwerken en die hem vanaf zijn vijfde jaar achtervolgde. Zijn angst werd realiteit en hij stierf zelf aan een hartaanval op 43-jarige leeftijd in 1994.
Hanks’ documentaire schetst Candy bovenal als een man met een warm — en broos — hart, gekenmerkt door zijn exuberante en grenzeloze creativiteit. Zijn vrouw, Rosemary, beschrijft hem als ‘het kind dat iedereen gelukkig maakte’ en vooral ‘een dromer’. In de opener van ‘John Candy: I Like Me’ zegt Candy’s goede vriend en medespeler, Bill Murray: ‘Ik wou dat ik iets slechts over hem te zeggen had’. Kwaliteiten die hij vertolkte in enkele karakters die hij speelde, zoals in ‘Uncle Buck’, maar hem tegelijkertijd reduceren tot een bijna eendimensionaal beeld van eeuwige goedheid.
Hetgeen dat de documentaire zo sterk maakt, blijkt tegelijk zijn eigen zwakte. Gedurende de 1 uur en 53 minuten durende film passeren een resem aan indrukwekkende talking heads – van jeugdvrienden en geliefden tot de titanen der Amerikaanse komedie: Martin Short, Eugene Levy, Valri Bromfield, Catherine O’Hara, Steve Martin, Conan O’Brien en Tom Hanks. Elk van hen spreekt met oprechte bewondering over hem, wat weinig ruimte voor bedankingen of nuance laat. De documentaire heeft oogkleppen op, waardoor ze nooit verder geraakt dan wat voor gutmensch Candy was, terwijl er ook serieuzere kanten aan hem als persoon en acteur waren. Zijn rol in ‘JFK’ staat bijvoorbeeld haaks op zijn eerdere komische werk als de lamme goedzak.
Het doet dus vragen rijzen over de keuzes van de makers in wat ze tonen en hun focuspunten. Los van het jammere feit dat we als kijker Candy zelden op een diepere manier leren kennen, slaagt ‘John Candy: I Like Me’ er wel in de kijker te emotioneren. Het verhaal van Candy is er uiteindelijk eentje van een tragikomedie. Wat overblijft is een warm eerbetoon, maar geen portret dat recht doet aan de complexiteit van John Candy als mens en acteur.
Nick Majchrowicz
Waardering: 3.5
VOD-release: 10 oktober 2025 (Prime Video)
