Juha (1999)

Regie: Aki Kaurismäki | 82 minuten | drama | Acteurs: Sakari Kuosmanen, Kati Outinen, André Wilms, Markku Peltola, Elina Salo, Ona Kamu, Outi Mäenpää, Tuire Tuomisto, Tatiana Soloviova, Esko Nikkari, Jaakko Talaskivi    

Dat de Finse regisseur Aki Kaurismäki een filmmaker met oude ziel is, wisten we al. De melancholie en het minimalisme van zijn simpele vertellingen roepen vaak de sfeer op aan de jaren vijftig of zestig en de settings en emoties voeren doorgaans de boventoon in zijn films. Eigenlijk is het dus helemaal niet zo vreemd dat hij op een zeker moment, in 1999, besloot om terug te keren naar de wortels van de cinema en een stille film maakte, in zwart wit, en natuurlijk met traditionele tussentitels. Dit zou toch de ultieme vorm moeten zijn voor zijn belevingswereld, en zou een unieke en meeslepende film moeten opleveren. Dit laatste is helaas nauwelijks het geval.

De vorm van de stille film lijkt Kaurismäki goed onder de knie te hebben. De sfeervolle zwart-wtifotografie, de softe filters, de uitsparingen in het beeld om op een gedeelte hiervan de nadruk te leggen, de stemmige kamermuziek, visueel is alles prima in orde. Ook het acteerwerk lijkt in eerste instantie perfect afgestemd te zijn op deze ouderwetse manier van filmmaken. In de korte introductie wordt snel duidelijk dat Juha en Marja boeren zijn en genoeg inkomsten hebben gegenereerd met het verkopen van hun gewassen. Er wordt heel nadrukkelijk een grote knipportemonnee in beeld genomen, waar langzaam een stapeltje (grote) biljetten in wordt gestopt, waarna de twee elkaar beetpakken en een lichtelijk theatraal vreugdedansje maken, waarna Juha plagend, en wederom theatraal, zachtjes met zijn vinger in de buik van Marja prikt. Dit is zo ongeveer hoe je verwacht dat een terugkeer naar de stille film eruit ziet: met een lichte knipoog. Luchtig en amusant. Het is natuurlijk niet de enige manier waarop dit kan werken, maar vooralsnog biedt de film prima vermaak.

Vanaf het moment dat de kwaadwillende Shemeikka zijn intrede doet in het huishouden van Juha en Marja, gaat het echter bergafwaarts, zowel voor het gelukkige echtpaar, als voor de film zelf. Hier wordt het verhaal zowel ongeloofwaardig als voorspelbaar. De geschiedenis lijkt erop te wijzen dat dit niet aan het verhaal zelf kan liggen, want het bronmateriaal – de naturalistische roman Juha uit 1911 – is al zeker drie maal eerder tot film bewerkt. En eigenlijk is ook wel te zien waar de potentie zit. Het verhaal bevat namelijk veel tragedie en dramatische wendingen. Toch wil het in het geval van de bewerking van Kaurismäki maar niet meeslepend of emotioneel worden. Dit komt enerzijds omdat de personages en hun achtergronden wel heel karig geschetst zijn, en anderzijds omdat hun handelingen of situaties niet heel veel sympathie of medelijden oproepen.

Afgezien van die eerste gelukkige momenten na hun geslaagde verkoop op de markt – de tussentitels luiden zelfs letterlijk “Ze zijn zo blij als kinderen” – is moeilijk aan de interactie tussen Marja en Juha te zien dat ze zo’n gelukkig huwelijk hebben of zelfs maar van elkaar houden. Dus wanneer Shemeikka langskomt en Marja verleidt om met hem te vertrekken, is er nauwelijks iets in de kijker aanwezig dat met pijn in het hart deze mogelijkheid beschouwt. Tegelijkertijd is het verhaal van de “charmeur” slecht te verkopen: Wanneer deze – vanwege pech met zijn auto – bij Marja binnenkomt, is zijn eerste vraag of zij de dochter is van Juha. Nu schelen de acteurs die Juha en Marja spelen (Sakari Kuosmanen en Kati Outinen) slechts vijf jaar met elkaar, maar goed, dat kan nog weggewoven worden. Wat de situatie echter onhoudbaar maakt is dat André Wilms, de vertolker van Shemeikka duidelijk veel ouder is dan Kuosmanen (Juha), en zijn personage vreemd genoeg in lachen uitbarst als hij hoort dat Juha en Marja een stel zijn. “Die ouwe vent!? Hahaha, ga toch met mij mee!” is de strekking van zijn verhaal. De natuurlijke respons van Marja zou moeten zijn: “Uhm, heb je jezelf als een goed bekeken? Pak eens een spiegel en ga je rimpels tellen…” Maar nee, Marja wijst hem vriendelijk af terwijl er tegelijkertijd wel twijfel in haar ontstaan is. Want, ok, het klopt wél dat Juha kreupel is, en dat hij Marja weinig te bieden heeft, terwijl Shemeikka haar gouden bergen belooft. En Juha laat Marja zich ook niet bepaald speciaal voelen en ze mag van hem weinig voor zichzelf doen – hij vindt het maar niets als ze haar eigen schoonheid ontdekt en lippenstift op doet en een sigaret gaat roken. Het is de vraag wat zij ooit in hem gezien heeft. Maar om nu te zeggen dat de gladde – en oude – Shemeikka zo’n aantrekkelijk alternatief vormt: niet bepaald.

Hoe het zich verder ontwikkelt laat zich raden. Shemeikka blijkt een rotzak en de beloofde gouden bergen brokkelen voor de neus van Marja af, die vol weemoed terugdenkt aan haar bruiloft. Juha raakt half in een depressie en besluit uiteindelijk om orde op zaken te stellen. Dat het niet naar het rooskleurige happy end leidt, dat iedereen toch een beetje verwacht, valt te prijzen. Tegelijkertijd breekt in dit opzicht de wat serieuze, steeds meer naturalistische acteerstijl de film op. Af en toe zwaait Marja theatraal met haar haren, maar eigenlijk is het alleen Kuosmanen die tot het eind toe beseft dat hij in een stille film speelt en hier de dik aangezette mimiek en gebaren aan verbindt die de kijker doorgaans met dit soort films associeert. Een realistische benadering had kunnen helpen, maar dan hadden ook de “regels” van een modern drama opgevolgd moeten worden, met goed uitgewerkte personages waar de kijker om kan geven of zich enigszins in kan verplaatsen. Nu blijft ‘Juha’ slechts een interessant, maar net niet geslaagd experiment.

Bart Rietvink