Kaboom (2010)

Regie: Gregg Araki | 86 minuten | komedie, science fiction | Acteurs: Haley Bennett, Juno Temple, Thomas Dekker, Chris Zylka, James Duval, Andy Fischer-Price, Brandy Futch, Nicole LaLiberte, Natalie Alyn Lind, Kelly Lynch, Brennan Mejia, Carlo Mendez, Roxane Mesquida, Christine Nguyen, Jason Olive  

De functie van dromen? De geleerden zijn er nog niet uit. Zijn het nu berichten die je onderbewustzijn aan je doorgeeft, hebben ze een voorspellende werking of zijn het gewoon, zoals Stella, een van de personages uit ‘Kaboom’, beweert ‘de wc van je geest’ (vrij vertaald) en hebben ze slechts de taak je ervaringen van de dag ervoor te verwerken? ‘Kaboom’ begint met een intrigerende droom van Smith, de hoofdpersoon. In de droom heeft hij het gevoel dat er iets verschrikkelijks staat te gebeuren. Koppel dit aan de titel van de film en je hebt vast al een idee welke kant het opgaat in Gregg Araki’s (‘Mysterious Skin’) film.

Smith is een student filmwetenschappen, wilde die studie zijn hele leven al doen, maar heeft het idee dat het hetzelfde is als een dier bestuderen dat op uitsterven staat. Hij is achttien, verjaart in de film, en is nog zoekende in de wereld. Zo is hij er nog niet uit of hij op mannen, vrouwen of allebei valt. Momenteel heeft hij de hots voor zijn kamergenoot Thor, die geboren lijkt te zijn om op de surfplank te staan. Thor doet het echter wel met meisjes, veelvuldig ook, maar zijn pogingen zichzelf te pijpen, zijn obsessie met zijn verzameling gekleurde slippers en zijn overmatige aandacht voor zijn (uiteraard perfecte) lichaam doen Smith vermoeden dat hij wel een kansje maakt. Op een feestje, waar zijn beste (en lesbische) vriendin Stella het eindelijk aanlegt met de beeldschone Lorelei, komt de boel in een stroomversnelling. Ten eerste maakt Smith oogcontact met een aantrekkelijke jongen (die later uit zijn gezichtsveld verdwijnt), ten tweede blijkt hij zowel Lorelei als het meisje dat zijn schoenen onderkotst in die eerdere droom gezien te hebben, hij eet (per ongeluk) een koekje met hallucinerende werking en ontmoet London, een vrijmoedig, sympathiek meisje dat er geen moeite mee heeft ‘wil je soms neuken?’ in de eerste vijf zinnen van een conversatie te gebruiken (tot twee keer toe in de film!). Na de seks wiebert London hem haar bed uit en bevindt Smith zich in een park. Daar staat hij ineens naast het roodharige meisje dat haar maaginhoud eerder die avond op zijn schoeisel heeft achtergelaten, maar zij herkent hem niet meer. In het daaropvolgende angstaanjagende moment ziet Smith drie mannen getooid met een dierenmasker het meisje vermoorden. De rest van de film draait om Smith die er achter probeert te komen of het nu een droom was of werkelijkheid, zijn seksuele avonturen en Stella’s moeizame inspanningen om van de obsessieve Lorelei af te komen.

‘Kaboom’ biedt je een verleidelijke en fleurige mix van grappige dialogen, fraai gekadreerde shots waarbij de acteurs tegen de kijker lijken te praten, onheilspellende ‘einde der tijden’-profetieën, hekserij, sekte-achtige praktijken en een indrukwekkende jonge cast, waarbij vooral Juno Temple (als London) en Thomas Dekker (als Smith) je bij blijven. Innovatief is het allemaal niet, met ‘Kaboom’ lijkt Gregg Araki een combinatie van David Lynch, Richard Kelly, Roger Avary (‘The Rules of Attraction’) en Gregg Araki aan het werk gezet te hebben. De gemaskerde brengers van onheil en de unheimische, apocalyptische sfeer doen erg aan ‘Donnie Darko’ en ‘Southland Tales’ denken, de bizarre, onverklaarbare  gebeurtenissen aan ‘Twin Peaks’ en ‘Mulholland Drive’ en de vele seks tussen aantrekkelijke studenten aan Avary’s verfilming van de Brett Easton Ellis bestseller.

Araki zet een flink aantal verhaallijntjes uit, bouwt de geheimzinnigheid flink op, maar knoopt de eindjes in de laatste tien minuten in een enorm rap tempo aan elkaar, op een manier die het bloed onder je nagels vandaan haalt. En het mooie is dat hij er nog mee weg komt ook. De regisseur steekt een dikke middelvinger op naar zijn publiek alsof hij wil zeggen dat het hem geen barst interesseert of je nu wel of niet met een bevredigend gevoel de film uit hebt gezeten. Zoveel zelfverzekerdheid betaalt zich uit. ‘Kaboom’ is een bijzonder vermakelijke film die uit louter mooie of op zijn minst intrigerende plaatjes bestaat. Of Arraki met deze opvolger van ‘Smiley Face’ (2007) nu ook briljante film aan zijn palmares heeft toegevoegd of een bijeengeraapt zooitje? De geleerden zijn er nog niet uit. Maar hij verdient het voordeel van de twijfel.

Monica Meijer