Khadak – The Colour of Water (2006)

Regie: Peter Brosens, Jessica Hope Woodworth | 104 minuten | drama | Acteurs: Batzul Khayankhyarvaa, Tsetsegee Byamba, Dugarsuren Dagvadorj, Banzar Damchaa, Tserendarizav Dashnyam   

‘Khadak’? Een beetje angst was er wel dat het weer een film over Mongoolse steppen met, het moet gezegd, veelal prachtige beelden zou worden. We zijn daar de laatste jaren al in ruime mate mee verwend, dus het risico van overvoerd worden was wel aanwezig. Gelukkig is dat met ‘Khadak’ geenszins het geval geworden. Een geheel andersoortige film dan zijn ‘Mongoolse’ filmvoorgangers. In ‘Khadak’ staat de beeldtaal voorop als een soort poëzie en is de mystiek in ruime mate aanwezig. In het verhaal is Bagi een jonge nomadische schaapsherder die met zijn familie de traditionele yoert, de typische Mongoolse hut, moet verlaten. Er zou volgens de overheid een besmettelijke ziekte heersen. Dit blijkt echter bedrog te zijn, de overheid wil de gebieden vrij hebben voor kolenwinning. De bewoners moeten dus gewoon verdwijnen. Bagi is echter niet zomaar een herdersjongen, hij blijkt over bijzondere gaven te beschikken en heeft een lotsbestemming om sjamaan te worden. Deze voorbestemming en zijn spirituele belevingen worden in de verhaallijn prachtig uitgediept. De film is één grote mengeling van overweldigende landschappen in besneeuwde gebieden van kolenmijnen. Hoe tegenstrijdig dit ook moge klinken, in cinematografisch opzicht zijn deze mijnen magnifieke landschappen.

Het verhaal van zijn verhuizing en de consequenties daarvan en zijn ontmoeting met de kolendievegge Zolzaya zijn op vloeiende wijze verweven in één grote reis door het landschap. Het is niet alleen een strijd tegen sociaal onrecht en bedrog door de overheid. De verhaallijn voert naar een sublieme mengeling van tradities, de teloorgang daarvan en het overvloeien van realisme en mythes in de alledaagse zaken. De bewoners worden gedwongen te verhuizen naar lelijke flatgebouwen die in hun afschuwelijke kaalheid scherp afsteken tegen het desolate, maar tegelijkertijd ook mooie landschap van het kolenwinningsgebied. De ontworteling van de traditionele leefwijzen en de vervreemding van hun bestaan wordt hier superieur vormgegeven. Alhoewel de regisseur daarmee duidelijk kritiek levert op de overheid die bereid is het economisch belang boven alles te laten gaan en Bagi daar ook in diverse vormen strijdt tegen levert, is de film vooral ook een symbolisch verhaal over de Mongoolse levenswijze en de betekenis van de mystiek in het alledaagse leven.

De film gaat veel verder dan bestrijden van onrecht, er wordt een mythisch verhaal verteld met soms weinig woorden. De film is daardoor voor een toeschouwer die wel wat actie wil zien wat langzaam, maar voor de cinefiel die zich niet laat afschrikken door soms wat raadselachtige dialogen een genot om naar te kijken. Er zitten veel mooie vondsten in en de beeldtaal is werkelijk overdonderend. Het aanzicht van de landschappen waar spierwitte sneeuw grauwe kolenwinningsgebieden bedekt is fenomenaal. Deze beelden bevatten zoveel zeggingskracht dat de soms wat raadselachtige dialogen er op geen enkele wijze onder leiden. Voor de niet-professionele acteurs geldt dat zij geweldig acteren, alsof zij nooit anders hebben gedaan. ‘Khadak’ is geen film voor mensen die van actie houden of die zwaar tillen aan films waarin mystiek een grote inbreng heeft. De film is zeker niet zweverig en met zijn vermenging van mystiek en realiteit toch alleszins geloofwaardig en realistisch. Een film die vooral indruk maakt door zijn fotografie. Toch is ook de muziek overtuigend en van bijkans ‘bezwerende’ aard.

Rob Veerman