Koyaanisqatsi (1982)
Regie: Godfrey Reggio | 86 minuten | documentaire
Op YouTube stond jarenlang een krakkemikkige versie van ‘Koyaanisqatsi’, met net voldoende kwaliteit om hem uit te zitten. De reacties van de kijkers getuigden van een spirituele en transcendentale ervaring. Makkelijk verleid en op zoek naar persoonlijke openbaring, bleek de experimentele – narratief-vrije – documentaire een zintuiglijk essay van beeld en geluid. Met enige abstractie leken de achterstevoren afgespeelde beelden in eerste instantie een vreemde, maar interessante artistieke keuze. Pas aan het einde, toen de MGM-leeuw achterstevoren brulde, viel het kwartje: de hele film stond op z’n kop. Dat de ervaring zelfs ondersteboven overeind blijft, is wellicht een passende vergissing voor een filmtitel dat zich van het Hopi-woord laat vertalen als Leven uit balans.
‘Koyaanisqatsi’ – natuurlijk ook de versie met de beoogde chronologie – is niet bezig met plot, karakters, dialoog en al het andere houvast van conventioneel, genrewerk. Hierdoor laat de film ook de structuur van tijd los, ontsnapt hij aan oorzaak en gevolg en daarmee aan de triviale schuld die daar zo gemakkelijk aan wordt toegewezen. De voormalige monnik Godfrey Reggio zet in op een meditatie van montage, met archiefbeelden, slow motion en time-lapses van natuurlijke en stedelijke omgevingen in de USA. Eerst de ongerepte landschappen van het Amerikaanse zuidwesten, daarna de kapitalistische stad met haar immense technologische innovaties. Het is onmiskenbaar een pleidooi voor het milieu, maar achter die grote ecologische kritiek zit vooral een spirituele oproep naar het individu.
Het is een aansporing die nooit de les wil lezen, maar wil laten voelen waar de onbalans zich precies manifesteert. Zo zijn de onderwerpen alledaags en banaal: wolken, verkeer en de hoge woontorens. Maar door ze in een nieuw daglicht te presenteren, wordt hun betekenis heroverwogen. Met intuïtieve symbolen en snedige juxtaposities wordt introspectie uitgelokt bij wie ervoor openstaat. Zo wordt het raster van gefabriceerde printplaten gespiegeld aan het orthogonale netwerk van de stad, waar ook betonnen gebouwen aan een lopende band lijken te worden gemonteerd. Elders vloeien bewerkte worstjes op een productielijn over in beelden van mensen op een roltrap: dezelfde mechanische beweging en moedeloze overgave. De technologie die ‘Koyaanisqatsi’ laat zien, is niet slechts een neutraal instrument dat kan worden gebruikt. Ze wordt geleefd en heeft de aarde uit balans gebracht – zo alomtegenwoordig als de lucht die we inademen.
Uiteindelijk zijn de beelden zo betoverend dat ideologie eigenlijk irrelevant wordt. Zelfs de graag afgezonderde natuurliefhebber zal zich verlustigen in de intense schoonheid van de wemelende massa’s van het stedelijke leven. Met name de nachtelijke opnames van de snelweg blijven hangen: koplampen en achterlichten die op tegengestelde rijstroken lichtsporen in verschillende kleuren achterlaten. Zelfs omgedraaid zijn deze beelden werkelijk adembenemend; maar wellicht werkt het achterstevoren juist omdat muziek op hetzelfde podium staat als het beeld. De minimalistische score van Philip Glass is hypnotiserend, met herhalende harmonische progressies en verschuivende ritmische accenten. De grootsheid van de beelden is niet los te denken van diens muzikale metgezel. Samen vormen ze een unieke ervaring en een herinnering aan hoe enorm ons kleine thuis in het universum kan lijken. Laat je dromend meeslepen: op het grootste scherm, in het donker en met koptelefoon kan ‘Koyaanisqatsi’ levensveranderend zijn. Beeld en geluid, individu en menigte, natuur en stad – allemaal in evenwicht.
Sef Brouwers
Waardering: 5
Bioscooprelease: 7 juni 1984
