Kuifje en de blauwe sinaasappels – Tintin et les oranges bleues (1964)

Regie: Philippe Condroyer | 97 minuten | komedie, avontuur, familie, science fiction | Acteurs: Jean Bouise, Jean-Pierre Talbot, Félix Fernández, Jenny Orléans, Ángel Álvarez, Max Elloy, Franky François, André Marié, Pedro Mari Sánchez, Salvador Beguería, Pierre Desgraupes, Jean Blancheur, Marcel Dalio, Édouard Francomme, Serge Nadaud, Jean-Pierre Zola

De avonturen van Kuifje. Welk jongetje is er niet groot mee geworden? De belevenissen van de jonge onverschrokken reporter, immer vergezeld door hond Bobbie en kapitein Haddock boeien al sinds de jaren 20 van de vorige eeuw kinderen én volwassenen over de hele wereld. Vele van Kuifjes avonturen zijn verfilmd als tekenfilm, maar in de jaren 60 werden er ook twee echte speelfilms gemaakt: ‘Kuifje en de blauwe sinaasappels’ en ‘Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies’. De verhalen gecreëerd door Hergé lenen zich bij uitstek voor een verfilming; ze gaan over wapensmokkel, mensenhandel, drugsbendes, staatsgrepen, valsemunterij en Kuifje trekt de hele wereld over en krijgt te maken met de meest excentrieke schurken. Toch is er bij deze speelfilms voor gekozen om een heel nieuw scenario te schrijven in plaats van een bestaand verhaal te gebruiken. In de jaren 60 was het filmtechnisch en budgettair gezien onmogelijk een Kuifje verhaal natuurgetrouw te verfilmen en om de originaliteit van de verhalen geen geweld aan te doen werden er twee nieuwe scenario’s geschreven.

In ‘Kuifje en de blauwe sinaasappels’ zijn Kuifje en professor Zonnebloem te gast bij Kapitein Haddock op kasteel Molensloot. Op een gegeven moment ontvangt Zonnebloem een pakje van een collega wetenschapper, professor Zalamea. Hierin blijkt een blauwe sinaasappel te zitten die licht geeft in het donker. Er zit echter geen briefje bij het pakje en direct is Kuifjes achterdocht gewekt. Diezelfde avond wordt er ingebroken in Molensloot en wordt de blauwe sinaasappel gestolen. De enige aanwijzing die ze hebben is de afzender van de sinaasappel dus vertrekken Kuifje, Zonnebloem, kapitein Haddock en Bobbie naar Valencia om professor Zalamea te bezoeken. Deze blijkt echter ontvoerd door een stel schurken die de eerste de beste gelegenheid aangrijpen om Zonnebloem ook te ontvoeren en zo de beide wetenschappers te dwingen om voor hen te werken. Het is aan Kuifje en kapitein Haddock om de professoren zo snel mogelijk te vinden voordat de schurken iets vreselijks aanrichten.

Het verfilmen van een stripverhaal is altijd lastig. Iedereen die de boeken kent heeft zijn of haar mening over hoe de hoofdpersonen in het echt zouden moeten bewegen en praten. Tegenwoordig zijn er supercomputers die elke actieheld moeiteloos naar het witte scherm brengen, maar in de jaren 60 moest er nog gewoon geacteerd worden en moest de hoofdpersoon qua fysiek zo veel mogelijk op het stripfiguur lijken. En het moet gezegd, de acteur Jean-Pierre Talbot lijkt verdraaid veel op Kuifje. Deze Talbot was een sportleraar die toevallig gespot werd op het strand en hij bleek de beste keus voor de rol van Kuifje voor de twee films. Daarna heeft Talbot ook nooit meer geacteerd en pakte z’n oude stiel van leraar weer op. In de boeken is Kuifje ondanks z’n wat scharminkelachtige voorkomen ijzersterk en slaat zonder problemen de grootste schurk neer. In de film is dat al niet anders, het is duidelijk dat Talbot zeer fit is en hij mag af en toe ook wat fysieke kunstjes tonen. Toch is het acteerwerk van Talbot niet echt bijzonder te noemen, hij komt nogal kleurloos en flets over. Nee, dan kapitein Haddock. Voor elke acteur is het natuurlijk een uitdaging om aan deze excentrieke, scheldende, zuipende woesteling gestalte te geven. Fransman Jean Bouise doet dat redelijk overtuigend en zorgt er met het gedrag van Haddock voor dat er af en toe ook nog wat te lachen valt in de film. Toch is ‘Kuifje en de blauwe sinaasappels’ nou niet echt een wereldfilm. Het geheel komt nogal knullig en kinderlijk over en lijkt dan ook duidelijk gemaakt voor de jongere Kuifjefan. Er zit geen vaart in, de belichting is slecht, het acteerwerk over het algemeen matig en de “actiescènes” worden begeleid door iets te vrolijke marsmuziek à la Louis de Funès.

Behalve Kuifje, Zonnebloem en kapitein Haddock komen er nog een aantal bekende personages uit de boeken in de film voor zoals de twee klungelige Interpolagenten Jansen en Janssen (Dupont en Dupond in het Frans) die overal waar ze komen meer schade aanrichten dan dat ze daadwerkelijk enig nut hebben. Daarnaast mag operazangeres Bianca Castafiore, bekend om haar enorme volume, ook nog even opdraven in een scène die trouwens zo gekopieerd lijkt te zijn uit een scène in het boek De Zaak Zonnebloem. Al met al is ‘Kuifje en de blauwe sinaasappels’ een matige film, maar kinderen zullen er plezier aan beleven en voor Kuifje liefhebbers is deze film natuurlijk verplichte kost.

Hendrik Dijkhuis