Kurt Cobain: About a Son (2006)

Regie: AJ Schnack | 96 minuten | documentaire | Met: Kurt Cobain

Kurt Cobain, al zo’n vijftien jaar is hij hét icoon voor de depressieve alternatieve tiener. Die status van verwoorder van ‘teenage angst’ werd verguld met zijn zelfmoord in 1994. De persoon overstijgt de muziek en het icoon overstijgt de persoon. Het voelt bijna alsof hij ‘moest’ sterven, als een offer, zozeer hebben we van hem een symbool gemaakt. Deze ‘junkie met talent’ leek dan ook meer op de Jezus van de schilderijen en beelden dan de gereconstrueerde ‘historische’ Jezus. Kurt Cobain is een succesvol product geworden, wiens treurige engelachtige afbeelding je terugvindt op T-shirts en posters in toeristische winkels van Parijs tot Praag.

De documentaire ‘Kurt Cobain: About a Son’ is revolutionair in die zin dat Kurt Cobain een werkelijke stem krijgt, juist doordat we hemzelf niet te zien krijgen. Zijn stem daarentegen is voortdurend aanwezig, je kunt deze niet ontwijken, des te meer omdat in deze documentaire het geluid het primaire verhaal vormt en de beelden de illustrerende achtergrond. De beelden vallen soms direct samen met wat Kurt vertelt (houtverwerking in Aberdeen, zijn geboorteplaats; de bohemian scene in Olympia; schoolscènes, scènes in een bibliotheek; Seattle), maar vaak ook niet. We zien vooral landschappen en beelden van wegen en steden, weinig mensen en de mensen die we zien zijn ‘onbekenden’, Dave, Chris en Courtney zie je alleen terug op foto’s.

Het is wel wennen, een lang, intiem interview waarbij je de geïnterviewde niet ziet, zeker als die geïnterviewde zo beroemd is. Ook aan de muziek kun je je niet vastklampen: er is geen Nirvana te horen, alleen muziek van bands en artiesten die Cobain inspireerden. Wat betreft de inhoud zal veel van de informatie die Kurt geeft al bekend zijn bij diegenen die in het bezit zijn van het boek ‘Nirvana: Come as You Are’. Niet toevallig: de schrijver van dit boek, Michael Azerrad is de interviewer die je in de documentaire hoort. Azerrad had verschillende interviews met Cobain van december 1992 tot maart 1993. Cobain geeft hierin erg veel bloot. Zijn complete leven passeert de revu: zijn gelukkige kinderjaren voor de scheiding van zijn ouders, zijn grote artistieke talent en waarschijnlijk even grote fysieke pijn (die hij bestreed met heroïne), het gevoel en de behoefte anders te zijn en toch geaccepteerd te worden via zijn muziek, zijn huwelijk met Courtney, de geboorte van Frances en zijn ergernis over roddeljournalistiek. Dit komt allemaal terug in het boek ‘Nirvana: Come as You Are’, maar opvallend genoeg valt het woord ‘Nirvana’ maar zeer zelden in de documentaire. In het boek krijg je een beeld van de band – weliswaar vooral van Kurt – gefilterd door Azerrad. Het boek komt objectief over, terwijl de documentaire één persoon aan het woord laat. Weliswaar zijn de fragmenten geselecteerd, maar wat gezegd wordt door Kurt is onvervormd, dit is overduidelijk zijn visie op de gebeurtenissen. Langzaamaan moet het icoon plaats maken voor de persoon. Als kijker weet je dat de man die je hoort spreken al lang dood is en dat zijn dood grote betekenis had en heeft. Anderhalf uur lang hoor je hem wel maar zie je hem niet. Dit voelt als een gemis, je krijgt de behoefte hem weer te zien, wetende dat hij niet meer terug te halen is. Als je dood bent kunnen mensen je omvormen tot een abstractie van wat je werkelijk was. Schnack heeft met Azerrads geluidsmateriaal geprobeerd het beeld wat wij hebben van Kurt iets minder abstract te maken. Daarmee is de documentaire niet alleen een aanrader voor de fans, maar voor iedereen die een bepaald beeld heeft van de persoon Cobain.

Emy Koopman