L’Important c’est d’aimer – The Main Thing Is to Love (1975)

Regie: Andrzej Zulawski | 110 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Romy Schneider, Fabio Testi, Jacques Dutronc, Claude Dauphin, Roger Blin, Gabrielle Doulcet, Michel Robin, Guy Mairesse, Katia Tchenko, Nicoletta Machiavelli, Klaus Kinski, Paul Bisciglia, Henri Coutet, Sylvain Lévignac, Andrée Tainsy, Olga Valéry, Jacques Boudet, Robert Dadiès, Georges-Fréderic Dehlen, Jacques Jourdan, Claude Legros, Maritin, Kira Potonie, Michel Such, Jacques van Dooren, Nadia Vasil, Sin May Zao, Gérard Zimmermann  

Na het zien van ‘L’important c’est d’aimer’ wordt weer op schrijnende wijze duidelijk wat een groot actrice Romy Schneider was en hoezeer ze gemist wordt. Ze acteert onder regie van Andrzej Zulawski op de toppen van haar kunnen en geeft derhalve een prestatie waar je u tegen zegt. Naar verluidt vond de actrice zelf dit haar beste rol ooit. De jury van de Franse Césars was dit roerend met haar eens, want Schneider ontving hiervoor haar eerste César Award. De Poolse regisseur die hiermee zijn eerste Franse speelfilm maakte, schuwt niet om Schneider hier op haar onvoordeligst (en daarom juist weer mooist) te laten zien: als Nadine Chevalier, een ouder wordende actrice die niet eens op haar retour is, maar die gewoonweg nooit doorgebroken is. Haar enige bron van inkomsten is het spelen in goedkope prulfilms, waarin zij bijvoorbeeld – zoals in de openingsscène – slechts gekleed in een negligé op een stervende man, die op zijn beurt een met bloed doordrenkt overhemd draagt, moet gaan zitten, om met hem de liefde te bedrijven. Dat zelfs Nadine dit te ver gaat, ziet de freelance fotograaf Servais Mont (Fabio Testi), die via omkoping binnen kan wandelen op de set en stiekem foto’s van haar wil maken. Wanneer zij hem ontdekt, verzoekt zij hem dit niet te doen – haar ogen smekend en haar wangen betraand van de emoties die het opnemen van de scène met zich mee heeft gebracht.

Servais is direct van de actrice onder de indruk en zoekt haar thuis op. Zij laat hem binnen en Servais maakt kennis met Nadine’s echtgenoot Jacques (Jacques Dutronc), een manische man wiens vrolijke “hop, hop, hop” meteen een aparte indruk achterlaten. Nadine daagt Servais uit, maar hij gaat nog niet op haar verleidingstrucjes in de hoop haar los te weken van haar excentriek ogende man. Nadine geeft echter toe dat zij zich verplicht voelt bij Jacques te blijven, omdat hij haar zes jaar geleden gered heeft van de ondergang. Toch is de aantrekkingskracht tussen de twee voelbaar. Het zorgt voor een zinderende spanning in de film.

Hoewel Servais vindt dat Nadine te goed is voor haar werk in softporno films, is hij zelf ook niet vies van het geld verdienen aan andermans seksuele fantasieën, hij fotografeert de meest waanzinnige pornografische stillevens en begeeft zich regelmatig in een onderwereld vol obscure personages. Om Nadine te helpen leent hij geld bij zijn opdrachtgever. Hiermee wil hij een theaterstuk financieren, Richard III van Shakespeare, en Nadine krijgt uiteraard de vrouwelijke hoofdrol. In een adembenemende scène zien we hoe de regisseur en zijn spelers wachten op de eerste kritieken en hoe, wanneer de eerste negatieve recensie voorgelezen wordt (en overigens alleen Nadine’s acteerprestatie lof krijgt) Nadine’s collega Karl Heinz Zimmer (Klaus Kinski) volledig doordraait. Kinski’s optreden is het bewijs dat het Zulawski meer gaat om verpletterende indrukken achter te laten dan een coherent verhaal te vertellen.  Hoewel alleen Schneider gehuldigd is met een César, weten zowel Dutronc als Testi haar acteerprestatie bijna te evenaren. Het intense spel maakt de driehoeksverhouding geloofwaardig, maar ook rauw en ongemakkelijk om naar te kijken.

‘L’important c’est d’aimer’ is zeker geen luchtige kost, maar eerder zo’n film die mensen tot hun alltime favorites rekenen en die bijna een levensbepalende uitwerking toegekend mag worden. De muziek van George Delerue bezorgt je zelfs zonder de beelden kippenvel. Wanneer de eindcredits op het scherm verschijnen en de kijker de overeenkomsten en verschillen tussen de openings- en slotscène op zich in heeft laten werken, is duidelijk dat dit zo’n film is om te koesteren en om nooit te vergeten.

Monica Meijer

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 10 juni 1976