La guerre sans nom (1992)

Regie: Bertrand Tavernier | 247 minuten | documentaire, geschiedenis, oorlog

In 1992, dertig jaar na het einde van de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog, presenteren filmregisseur Bertrand Tavernier en scenarist Patrick Rotman de documentaire ‘La guerre sans nom’. Ondanks dat er al veel bekend was over de oorlog tussen de Algerijnen en Fransen, was het begin jaren negentig een gedurfd project omdat de gezonden Franse dienstplichtigen zelf tot dan toe, waarvan honderdduizenden tussen 1954 en 1962 in de oorlog hadden gediend, vooral erover hadden gezwegen. Ongeveer 30.000 soldaten aan Franse zijde waren gesneuveld en tienduizenden meer gewond geraakt. Het indringende ‘La guerre sans nom’ toont de persoonlijke verhalen van soldaten waaraan je aan de buitenkant vaak weinig ziet, maar waar de wonden aan de ziel van deze oorlog nog dicht aan het oppervlak liggen.

Uit de veertig uur aan interviewmateriaal hebben Rotman en Tavernier iets meer dan vier uur gedistilleerd. De twee hebben dit met de grote openheid en inleving gedaan. Achteraf schrikken de twee makers van hoe open de veteranen waren over de oorlog. Veel van de geïnterviewden weten nog tot in detail wat hun missies waren en met wie ze vochten en wie er gewond raakte, ook al kwamen ze in de latere jaren van de Algerijnse oorlog soms tegenover elkaar te staan, zoals bij demonstraties in Frankrijk tegen de militaire dienstplicht en aanwezigheid in Algerije. Op een gegeven moment was er daarom naast buitenlandse ook zoveel binnenlandse druk over de rol van de Fransen in het Noord-Afrikaanse land dat het leger met de staart tussen de benen het land verliet en Frankrijk de onafhankelijkheid van de Algerijnen erkende.

Tavernier en Rotman richten zich specifiek op dienstplichtigen van lage rang want zij hadden geen invloed op de beslissing om in Algerije militair in te grijpen. Er komen dus geen politici, generaals of historici aan het woord. Ze kiezen dus bewust voor een representatie van een grote groep die zowel dader als slachtoffer blijkt. En ook al had Frankrijk in de jaren negentig de schuldvraag deels een plek gegeven, krijgt het leed van de dienstplichtigen weinig tot geen aandacht van de staat. Evenals bij veteranen uit andere landen leeft deze oorlog tot de dag van vandaag voort in hen, is het niet fysiek dan zeker geestelijk. Zoals een echtgenote van een veteraan met een geamputeerd been het treffend verwoordt: de omgeving denkt dat de Algerijnse oorlog maar één keer per jaar tijdens een herdenking voorbijkomt maar voor ons is het nog elke dag oorlog.

Binnen de Franse documentairegeschiedenis is ‘La guerre sans nom’ een spirituele opvolger van ‘Le chagrin et la pitié’ (Marcel Ophüls, 1969). Laatstgenoemde gaat over de relatie tussen de Fransen en de Duitse bezetter. Heel kort door de bocht zegt deze documentaire: niet iedereen zat in het verzet, integendeel. En zoals je in ‘La guerre sans nom’ hoort, onthielden Fransen, die nota bene soms zelf in het verzet hadden gezeten, zich later in de Algerijnse oorlog niet van gewelddadige tactieken die ze zelf hadden ondergaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. De mens is complex en kan allerlei tegengestelde waarden aanhangen binnen één generatie.

Het blijft van belang aan te stippen dat in de documentaire alleen een bepaald Frans perspectief een stem krijgt. Uitvoerig gaan Rotman en Tavernier in op hoe Franse dienstplichtigen de oorlog in Algerije hebben meegemaakt en bijvoorbeeld niet over hoe het aan de kant van het Algerijnse bevrijdingsfront Front de Libération Nationale (FLN) of de kolonisten was. Dan krijg je eerder de opzet van de achttien uur durende documentaire ‘The Vietnam War’ (2017) van Ken Burns en Lynn Novick. Overigens staat ‘La guerre sans nom’ zondermeer fier op zichzelf maar het helpt uiteraard om jezelf van historische en sociale context te voorzien voor en na het kijken.

Soms zijn een stel pratende hoofden emotioneel veel spannender en uitdagender dan actie- en oorlogsfilms. Onder de bezielde begeleiding van Tavernier en Rotman past ‘La guerre sans nom’ in dit rijtje. De geïnterviewde mannen hebben verschrikkelijke zaken meegemaakt en je ziet ze worstelen met de herinneringen eraan en het waarom van de hele onderneming. Tegelijk blikken ze terug op momenten, die, ondanks de verkeerde redenen om in Algerije te zijn, ook niet louter slecht waren. En ondanks dat deze kritische en open makers dit onderwerp gewogen afbakenen, kan je alleen al uit de getuigenissen zelf afleiden dat deze ervaringen niet alleen aan de Fransen zijn voorbehouden. Kortom, qua nationaal bewustzijn kritisch onderzoeken doen Tavernier en Rotman Marcel Ophüls meer dan eer aan met ‘La guerre sans nom’ en is deze terugblik op een zwarte bladzijde uit de Franse en Algerijnse geschiedenis aandachtig, met begrip voor complexe emoties en bovenal doordrongen van een universeel menselijke blik.

Roy van Landschoot

Waardering: 4.5