La veuve de Saint-Pierre (2000)

Regie: Patrice Leconte | 112 minuten | drama, romantiek, misdaad | Acteurs: Juliette Binoche, Daniel Auteuil, Emir Kusturica, Michel Duchaussoy, Philippe Magnan, Christian Charmetant, Philippe du Janerand, Maurice Chevit, Catherine Lascault, Ghyslain Tremblay, Reynald Bouchard, Marc Béland, Yves Jacques, Dominique Quesnel, Anne-Marie Philipe

Films die een standpunt tegen de doodstraf propageren zijn vaak erg aangrijpend, intellectueel stimulerend, of beide. ‘La veuve de Saint-Pierre’ is eigenlijk geen – of slechts een klein beetje – van beide, terwijl de film door zijn plechtige, serene stijl juist de indruk wekt een intelligente arthousefilm te zijn die tot nadenken stemt. Maar afgezien van wat, ongetwijfeld, goede bedoelingen, en aanzetten tot interessante discussies, kiest de film voor de makkelijke weg door van de “arme” moordenaar Neel Auguste een martelaar te maken en van zijn “beschermelingen”, Mevrouw La en de kapitein, rechtschapen, humane mensen, die aanvankelijk als enige zien dat Auguste “ook maar een mens is” om uiteindelijk het hele volk hun voorbeeld te laten volgen. Maar de werkelijkheid is toch iets gecompliceerder. Of zou dit zijn geweest.

De film is mooi gefotografeerd, heeft sfeervolle muziek, en kent aardige, ingetogen rollen van de drie hoofdrolspelers. Zelfs Emir Kusturica, eigenlijk een (gevierd) regisseur en geen acteur, valt niet uit de toon als de zwijgzame Neel Auguste. “De zaak” wordt alleen niet zo overtuigend beargumenteerd door de filmmakers. Het is prima dat Neel niet als het Kwaad wordt geportretteerd en dat er wordt gesuggereerd dat hij berouw zou kunnen hebben of zijn leven zou kunnen beteren, maar in dit geval slaat men wel erg door naar de andere kant.

Er wordt nauwelijks stil gestaan bij zijn gruweldaden. De moord zelf maakt de kijker in ieder geval niet live mee. Wanneer in een flashback tijdens de rechtszaak, samen met de woorden van de daders, duidelijk wordt wat er gebeurd is, blijkt in ieder geval wel onomstotelijk dat het geen ongeluk was, of een onfortuinlijke samenloop van omstandigheden. De maat van Neel hield het slachtoffer vast terwijl hij zelf herhaaldelijk op hem in stak. Het enige zwakke “excuus” dat in de film wordt gepresenteerd is dat ze het in een dronken bui gedaan zouden hebben. Maar zelfs later, in de rechtszaal, lijken ze niet vreselijk veel spijt te hebben van hun daden. Voor zover zijn er nog weinig problemen, want op het moment dat ze publiekelijk verschijnen, in een open wagen, op weg naar de gevangenis, is de bevolking uitzinnig van woede en gooien ze met stenen naar het tweetal. Maar afgezien van dit incident is iedereen eigenlijk opvallend accepterend. Als hij klusjes komt doen bij bewoners, in opdracht van Mevrouw La, kijkt niemand hem met de nek aan en hem wordt niets kwalijk genomen. Ook is het opmerkelijk dat niemand het slachtoffer van de moord lijkt te missen. Niemand is verdrietig of staat bij deze brute moord stil. En het gaat nog veel verder: Neel redt een saloon en de eigenaresse, wordt verliefd, krijgt een kind en trouwt en is de held van de buurt. Maar hij is nog wel steeds in afwachting van zijn executie.

Het klinkt misschien als een interessante ontwikkeling en intrigerend contrast, maar de wijze waarop dit alles gepresenteerd wordt is veel te kort door de bocht en lichtelijk zelfingenomen. Zo’n bewustwording (van de bevolking) gaat niet zomaar, als het al gebeurt. In ‘Dead Man Walking’ bleven de ouders van het slachtoffer wraakzuchtig, en begrijpelijk, en konden ze uiteindelijk maar mondjesmaat accepteren dat een non de dader geestelijke hulp wilde bieden. In ‘La veuve de Saint-Pierre’ is er geen enkele ontwikkeling. Ook niet in de persoon van Mevrouw La, wiens band met de gedetineerde moeilijk te begrijpen is. Wanneer ze de man ziet, eigenlijk daarvoor al, is ze al met hem begaan. Ze nodigt hem al snel uit om voor haar in haar kas te komen werken. Maar veel meer dan een eigen vrijzinnig projectje, waar hij toevallig voor uitverkoren is, lijkt het niet te zijn. Een cynicus zou kunnen denken dat ze eigenlijk niet echt om hem geeft, maar dit alles doet meer een gevoel van morele superioriteit te voelen ten opzichte van de notabelen in de stad.

Na nadere reflectie is eigenlijk het enige echt boeiende aspect, dat wellicht verder uitgediept had kunnen worden, het (uiteindelijke) schuldgevoel van Neel zelf. Een schuldgevoel dat hij alleen door zijn latere acties toont, en indirect via de kapitein communiceert. Hij heeft voortdurend alle vrijheid op het eiland, maar zelfs wanneer mevrouw La hem op een boot zet en opdracht geeft te vluchten, doet hij het niet. Hij komt terug om de straf te ontvangen voor zijn moord, die hij onvergeeflijk vindt. Ironisch genoeg is hij ongeveer de enige die er zo over denkt. ‘La veuve de Saint Pierre’ heeft in de basis razend interessante, en loodzware, thematiek, maar helaas wordt er vooral naar het eindpunt gekeken zonder aandacht voor hoe de mens(en) hier zou (moeten) komen. Een hoop gemiste kansen.

Bart Rietvink