Lacombe Lucien (1974)

Regie: Louis Malle | 141 minuten | drama | Acteurs: Pierre Blaise, Aurore Clément, Holger Löwenadler, Therese Giehse, Stéphane Bouy, Loumi Iacobesco, René Bouloc, Pierre Decazes, Jean Rougerie, Cécile Ricard, Jacqueline Staup, Ave Ninchi, Pierre Saintons, Gilberte Rivet, Jacques Rispal, Jean Bousquet

‘Lacombe Lucien’ is een van die zeldzame films waarvoor een recensie van gemiddelde lengte nooit volstaat. Je zou er een boekwerk mee kunnen vullen, al hoeft dat niet omdat die boeken allang zijn geschreven. Dat heeft het voordeel dat je niet te veel hoeft stil te staan bij de vele kwaliteiten van de film: het geweldige acteren (van een cast met de nodige amateurs), het doordachte scenario, de ingetogen vertelstijl en rol van de muziek. Ook hoef je niet teveel aandacht te besteden aan de controverse die de film creëerde en de plaats die ‘Lacombe Lucien’ inneemt in het oeuvre van Louis Malle. In plaats daarvan kun je je beperken tot het onderwerp van de film. Al is beperken misschien niet het juiste woord.

‘Lacombe Lucien’ laat de grijstinten zien van een periode die meestal in zwart wit wordt gekarakteriseerd. De film handelt over een jonge boerenzoon die tijdens de Tweede Wereldoorlog leeft in Vichy-Frankrijk, het Franse gebied dat door de Duitsers wordt gecontroleerd. Op zoek naar avontuur meldt deze Lucien Lacombe zich aan bij het verzet, maar hij wordt vanwege zijn jeugd en gebrek aan intelligentie afgewezen. Deze afwijzing zorgt samen met een lekke band en iets teveel wijn ervoor dat Lucien in dienst treedt bij de Gestapo. Dan ontmoet hij een Joodse kleermaker die met zijn dochter uit Parijs is gevlucht naar de provincie. Lucien wordt verliefd op die mooie dochter en de liefde blijkt wederzijds. En wat dan?

In ‘Lacombe Lucien’ weigert Louis Malle een moreel oordeel te vellen over zijn hoofdpersonage. Lucien bezit de complexiteit waar de meeste stervelingen mee zijn behept en die voor het gros van de personages in deze film geldt. Deze boerenzoon schiet dieren neer voor de lol maar tegelijk streelt hij liefdevol het hoofd van een gestorven paard. Hij ziet er geen been in om verzetslieden te verraden en te laten martelen maar zijn joodse kennissen behandelt hij als zijn eigen familie. Daarnaast zie je aan Lucien wat een uniform en een badge kunnen doen bij een jongen die voorheen door anderen werd genegeerd.

Deze subtiele karakterschets van een collaborateur bleek voor de Franse politiek en pers onverteerbaar. Een collaborateur die niet onvoorwaardelijk wordt veroordeeld werd dertig jaar na het einde van de oorlog nog altijd niet getolereerd. Zodoende werd Louis Malle van alle kanten verketterd en vluchtte hij noodgedwongen naar Amerika waar hij zijn carrière voortzette.

Vreemd genoeg kan ‘Lacombe Lucien’ ook voor hedendaagse kijkers een pijnlijke ervaring zijn. Het lijkt alsof Malle zijn publiek een spiegel voorhoudt die twee bijna identieke gezichten reflecteert: het gezicht van een held en dat van een schurk. En het enige wat nodig is om van de held een schurk te maken is een afwijzing, een lekke band en iets teveel wijn.

Of ligt het nog subtieler? De spiegel verbergt nog een derde gezicht dat ook al niet al te aantrekkelijk is: het gezicht van de zwijgende meerderheid die te bang is zich in oorlogstijd ergens mee te bemoeien maar na afloop het hardst om vergelding schreeuwt. Daar zijn dan weer andere films over gemaakt, films waarover je boeken kunt volschrijven. Maar die films zijn zelden zo indringend als dit schitterende ‘Lacombe Lucien’.

Henny Wouters