Lagaan: Once Upon a Time in India (2001)

Regie: Ashutosh Gowariker | 224 minuten | romantiek, avontuur, musical | Acteurs: Aamir Khan, Gracy Singh, Rachel Shelley, Paul Blackthorne, Suhasini Mulay, Kulbhushan Kharbanda, Raghuveer Yadav, Rajendra Gupta    

Als er één ideale film is om het Westerse publiek op grote schaal kennis te laten maken met een “Bollywood”-film, dat wil zeggen, een product afkomstig uit de Hindustaanse filmindustrie (gesitueerd in Bombay), dan is dat ‘Lagaan’. Deze film is een ware Indiase blockbuster, die praktisch unaniem wordt geprezen door (wereldwijde) critici en een Oscarnominatie kreeg voor Beste Buitenlandse Film in 2002. Het is niet moeilijk te zien wat ‘Lagaan’ zo aantrekkelijk maakt. Aantrekkelijke, charismatische acteurs figureren in een technisch vakkundig gemaakte film met prachtige opnames van Indiase landschappen, die vormgeven aan een, voor een internationaal publiek, herkenbaar verhaal terwijl de exotische, traditionele elementen van een Bollywoodfilm (zoals zang en dans, en driehoeksverhoudingen) ook volop aanwezig zijn. Eigenlijk het enige non-compromitterende aspect van de film is de lange duur: zo’n drie uur en drie kwartier.

Niet dat je deze lengte echt opmerkt tijdens het kijken van de film. De minuten vliegen werkelijk voorbij in deze inspirerende, grappige, en aandoenlijke film. Alleen tijdens de finale van de film, wanneer de beslissende (lokale) strijd tussen de Indiase bevolking en de Britse overheerser plaats vindt, is de film wat lang uitgesponnen. Deze strijd, waar de hele film om draait, heeft de vorm van een allesbeslissende cricketwedstrijd. Cricket? Dat duffe spelletje met zo’n slaghout, een balletje en wat paaltjes? Juist ja, dat spel. Het klinkt inderdaad als een slecht onderwerp voor een film, maar regisseur Gowariker slaagt er verbazingwekkend goed in om deze (voor een groot publiek) in eerste instantie weinig aansprekende (kijk)sport op een opwindende manier op film vast te leggen. Door de affiniteit met de sport via de Indiase spelers te laten verlopen, die er in het begin ook wat afwijzend tegenover staan, en de sport langzamerhand moeten ontdekken, verloopt de interesse van de kijker hiervoor bijna automatisch. Maar wat natuurlijk het belangrijkste is, is dat de te spelen cricketwedstrijd het (enige) middel is voor de Indiase personages om te ontsnappen aan het onmenselijke beleid van de Britse gezaghebbers. Captain Russell heeft namelijk Bhuvan, nadat deze de Britse sport even eerder een “dom spel” had genoemd, slechts één mogelijkheid gegeven om van de landbouwbelasting (lagaan) af te komen: hij moet de Britten verslaan in een partijtje cricket. Als ze verliezen, wordt de belasting echter verdriedubbeld. Het is een wat gekunstelde premisse, maar dit is het plotpunt dat de rest van de film drijft. Deze eigenaardige wending maakt het voor de kijker in het begin wat moeilijk om dramatisch gezien genoeg waarde aan het verhaal te hechten, maar als Bhuvan eenmaal de taak op zich heeft genomen en we hem zijn ziel en zaligheid zien stoppen in het overtuigen van zijn dorpsgenoten om een team te vormen, worden we steeds meer meegesleept met de gebeurtenissen, en verdwijnt de aanvankelijke trivialiteit van de cricketwedstrijd naar de achtergrond. Dit is wel noodzakelijk om van de film te kunnen genieten, want feitelijk is de film gereduceerd tot een standaard sportfilm over de underdog die de (moreel) slechte favoriet moet zien uit te schakelen.

Een geldige tegenwerping is dat een dergelijke reactie van de toeschouwer juist op de ironie en de dramatiek van de situatie wijst. Voor de Britten is het namelijk inderdaad een triviaal spelletje, maar voor de Indiase dorpelingen heeft dit spelletje grote gevolgen. Winst kan een hervinden van eigenwaarde, wellicht een bescheiden revolutie, en een eind aan de honger betekenen, terwijl verlies voor sommigen de (honger)dood kan inhouden. Hoewel ‘Lagaan’ in essentie een vrij conventionele sportfilm is, zorgen de toegevoegde inspirerende elementen, alsmede de wervelende zang en dansnummers ervoor dat de film dit genre overstijgt. Bovendien zit het plezier van de film hem vooral in de reis, en niet in de bestemming (die vrij voorspelbaar is).

En de reis is leuk. De vele spelers die Bhuvan moet verzamelen hebben allemaal hun eigen sterke en zwakke punten, of eigenaardigheden. De profeet doet heerlijk maf, en steelt de show wanneer hij in beeld is (of het nu met cricket te maken heeft of niet). Een boer blijkt een goede zwaai in zijn arm te hebben om te pitchen (of “bowlen” zoals ze het bij cricket noemen). Het is hilarisch om hem op zijn onorthodoxe manier zijn arm continu te zien rondzwaaien voordat hij de bal eindelijk los laat. Vooral de reactie van de Britten tijdens de wedstrijd is onbetaalbaar. Wat een briljante inclusie is, en een gedurfde kritiek op het Indiase kastensysteem, is de aanwezigheid in het team van een “onaanraakbare”, een paria. Door zijn gehandicapte arm kan de man in kwestie een bijzondere spin aan de bal geven. Alleen dreigt het team met opstappen, omdat niemand met hem samen wil werken. Waarop Bhuvan een emotionele en effectieve speech geeft over de hypocrisie en onrechtvaardigheid van dit Indiase systeem. Het meedoen van deze speler zorgt later, tijdens de echte wedstrijd ook nog voor enkele ontroerende momenten.

Het acteerwerk is uitstekend en waar nodig realistisch, met een knipoog, of soms heerlijk dik aangezet (zoals in het geval van de archetypische schurkenrol van Russell [Hawthorne]). Bhuvan wordt op innemende wijze neergezet door de subtiel acterende “hunk” Aamir Khan. Het centrale romantische verhaaltje is ook zeer pakkend. De eerste scènes tussen Ghauri en Bhuvan weten je als kijker al meteen van hun geschiedenis en gevoelens te overtuigen. Gracy Singh en Khan hebben zeker “chemie” met elkaar, en de wijze waarop Bhuvan Ghauri af en toe plaagt, komt erg natuurlijk over. Singh is een charmante aanwezigheid, al zijn haar nerveuze gezichtstrekjes wel wat veel aanwezig. Wat ook belangrijk is: ze kan dansen als de beste. De muzikale intermezzo’s zijn allemaal heerlijke nummers (met als enig “vervreemdend” element het optreden van de Engels zingende Elizabeth in één van de nummers) die erg goed zijn gechoreografeerd, en ook nog eens prima op hun plaats zijn in het verhaal zelf. Het lied dat gaat over de liefde tussen Hindoegod Krishna en zijn Radha, dat parallellen trekt met de situatie van Bhuvan en Ghauri, is toch wel één van de hoogtepunten van de film. Sterker nog, het romantische verhaal is eigenlijk minstens zo boeiend als de cricketwedstrijd.

Jammer is dat er niet één, maar wel twee driehoeksverhoudingen worden bijgehaald. De eerste wordt veroorzaakt door de Britse zus van Russell, Katherine (Rachel Shelley), die Bhuvan het cricketspel leert (tegen de wil van haar broer in) en verliefd op hem wordt, en de tweede door een dorpsgenoot van Bhuvan, die een oogje heeft op Gauri. Beide subplotten, waarvan één een excuus is voor een dramatische wending tijdens de cricketwedstrijd, worden onvoldoende uitgewerkt en/of gemotiveerd. Ook jammer is dat de climax van de film, de cricketwedstrijd, zo’n anderhalf uur duurt, iets te lang is. Het is zeker opwindend in beeld gebracht, maar door iedere teamgenoot zijn eigen persoonlijke drama tijdens de wedstrijd te geven, wordt er climax op climax gestapeld. Bovendien wordt het cricketspel nooit goed uitgelegd, en is het soms niet helemaal duidelijk of we nu moeten juichen of niet. Toch heeft de meervoudige behandeling van de individuele spelers ook een voordeel. Het gaat nu steeds meer om de personages en hun persoonlijke (en gezamenlijke) overwinningen. Voor hen staat er erg veel op het spel, en iedere goede bal is reden tot feest bij het (Indische) publiek, wat hartverwarmend is om te zien.

Ondanks de genoemde bezwaren, is de film toch een zeer bijzondere productie geworden, die inspireert, ontroert, en amuseert. Goed acteerwerk, kleurrijke personages, relevante thematiek en kritiek, en aanstekelijke liedjes weten ‘Lagaan’ tot een heerlijke film te maken.

Bart Rietvink