Land of the Dead (2005)

Regie: George A. Romero | 93 minuten | drama, horror | Acteurs: Simon Baker, John Leguizamo, Dennis Hopper, Asia Argento, Robert Joy, Eugene Clark

Het moment waar vele horrorfans halsreikend naar hebben uitgekeken is dan eindelijk aangebroken. De man die verantwoordelijk was voor de genreklassieker ‘Night of the Living Dead’ uit 1968, de niet veel minder geprezen ‘Dawn of the Dead’ uit 1978, en het derde hoofdstuk uit de serie zombiefilms, ‘Day of the Dead’, uit 1985, is nu terug op bekend terrein met ‘Land of the Dead’. En hoewel deze nieuwe film niet op elk gebied weet te imponeren, laat Romero nog eens goed zien hoe vermakelijke horror met interessante thematiek gecombineerd kan worden.

In feite is ‘Land of the Dead’ een soort amalgaam van de drie voorgaande films. We zien de sociale (klassen)strijd en conflicten uit ‘Night’; de massaliteit van de zich verenigende zombies en de wijze waarop ze eigenlijk symbool staan voor de burgers doet denken aan ‘Dawn’; en de slimmer wordende zombies, en de dreiging en ambiguïteit die hiervan uitgaan, werden al ten dele in ‘Day’ geïntroduceerd.

‘Land of the Dead’ is hiermee echter geen slap aftreksel of samenraapsel van de eerdere films geworden. Je kunt het beter zien als een logisch en onvermijdelijk vervolg waarin alle geïntroduceerde ideeën terugkomen en uitgewerkt worden. Toegegeven, de film is betrekkelijk voorspelbaar en is vaak weinig subtiel in zijn sociale commentaar, maar de keuze voor bepaalde invalshoeken en scènes op zich, zijn vaak zo boeiend en stimulerend, dat de film genoeg meerwaarde krijgt om boven de middenmoot uit te kunnen stijgen.

Deze extra dimensie krijgt meteen in de beginsequentie al vorm. Hier maken we meteen kennis met de monsterlijke, bedreigende zombies. Echter, ze lijken aanvankelijk helemaal niet zo bedreigend te zijn. Ze wekken eerder sympathie op dan afschuw of haat. Ze staan rustig in een veldje met hun oorspronkelijke kleding aan, van toen ze nog mens waren: een pak, een overall, een sportoutfit. Deze menselijke kledij maakt het moeilijk om ze als monsters te zien, en zorgt zelfs voor een zekere mate van identificatie. Dit komt ook door hun gedrag. Ze kijken wat verdwaasd om zich heen, alsof ze nog niet beseffen dat ze geen mensen meer zijn. Verder is er een bandje dat tevergeefs muziek probeert te maken. Vooral de tamboerijnspeler zorgt voor pathos (en humor) met zijn slome bewegingen. De menselijke aspecten en parallellen van deze zombies worden even later expliciet verwoord door Riley en zijn team. Zij vormen de bemanning van “Dead Reckoning”, een interessant uitziend tankvoertuig (dat geïnspireerd lijkt door het anti-vampiervoertuig uit de animatiefilm ‘Vampire Hunter D: Bloodlust’), en houden de zombies, met geweld, op een afstand. In die eerste scènes nemen ze waar dat de zombies “used to be like us”, en wanneer iemand opmerkt dat ze net doen of ze leven, vraagt Riley zich af: “isn’t that what we are doing?”. Een melancholieke ondertoon is meteen gezet. Als even later een flink aantal zombies wordt neergeschoten, moeten we ergens het personage wel gelijk geven dat opmerkt: “I expected there to be a battle. It’s a fucking massacre”. Gelukkig zorgt Romero er wel voor dat onze sympathie voor de zombies niet te ver doorslaat door de leider, een grote zwarte zombie, bruut op het zojuist van het lichaam ontdane hoofd van zijn maat te trappen. Ook maken ze geen onderscheid in hun slachtoffers. Elk levend mens dat ze kunnen vinden wordt aangevallen en afgekloven, wat voor enkele leuke, onsmakelijke beelden zorgt. Verder is vooral hun vastberadenheid angstaanjagend. Ze blijven maar komen, en vroeg of laat zul je met deze wezens te maken krijgen.

Echter, de overeenkomsten met mensen blijven belangrijk. In feite worden de zombies gelijk gesteld in hun lot aan de menselijke massa die niet net als de rijken beschermd en in luxe kunnen leven in het flatgebouw “Fiddler’s Green”, waar Dennis Hopper’s Kaufman de scepter zwaait. Veel inzicht krijgen we niet in zijn levensstijl, of dat van zijn rijke kameraden, maar zijn thematische functie als harteloze leider die zijn volk minacht, en denkt te kunnen manipuleren, is duidelijk. Hij kijkt neer op zowel het volk, als de zombies, waardoor zijn opmerking: “they’re mindless walking zombies” op beide groepen van toepassing is. Het punt is alleen dat deze beide groepen niet zo hersenloos zijn als hij denkt. Het volk wordt opstandiger, met Riley als morele leider, onder meer geflankeerd door de militair getrainde maar tot hoer gereduceerde Slack (Asia Argento) en de simpele, en half verbrande Charlie (Robert Joy), die (in ieder geval qua uiterlijk) als het ware op de grens leeft van de zombie- en mensenwereld. Het Kaufman-personage is duidelijk een verwijzing naar Bush en zijn politieke handelingen. Op een gegeven moment zegt hij zelfs dat hij niet met terroristen onderhandelt wanneer de opstandige Cholo (John Leguizamo) Kaufman af probeert te persen omdat hem een plaats in het dure flatgebouw ontzegd wordt. 9-11 verwijzingen zijn sowieso niet van de lucht, getuige ook de latere opmerking van Cholo: “If he doesn’t pay he knows I’m gonna do a jihaad on his ass”. Al deze expliciete verwoordingen en verwijzingen zijn een beetje teveel van het goede. Het lijkt wel of Romero er niet op vertrouwt dat de kijker de symboliek en thematiek zelf wel kan ontdekken en het er even flink moet instampen. Het is vooral deze dialoog die voor overkill zorgt, terwijl visuele momenten vaak behoorlijk krachtig zijn, zoals scènes waarin we zien hoe militairen zombies aan hun voeten hebben gehangen en voor schietoefeningen gebruiken. Op de kermis worden de weerloze zombies uitgebuit en kan het publiek bijvoorbeeld met ze op de foto. Allerhande verontrustend associaties, zoals bijvoorbeeld aan de Abu-Ghraib gevangenis, dienen zich hier aan.

Ook verschillende shots van de naar “Fiddler’s Green” marcherende zombies zijn indrukwekkend. Vooral het iconische, van de filmposter bekende beeld, van de zombies die langzaam boven het water uitkomen en door de rivier heen richting Kaufman’s complex lopen, heeft veel impact.

Het is dus jammer dat de thematiek er soms wat te dik bovenop ligt, wat de film hier en daar juist minder krachtig of zelfs ronduit slap maakt, terwijl het tegenovergestelde de bedoeling is. Het sociale commentaar had juist beter gewerkt als het meer op de achtergrond was gebleven van een schijnbaar rechttoe rechtaan viscerale genrefilm, die “eigenlijk” iets “diepers” zegt dan aanvankelijk het geval lijkt. In ‘Land of the Dead’ is er echter niet voldoende adembenemende of gruwelijke actie om het waardevolle commentaar te herbergen en voort te stuwen. Het actieverhaaltje is vrij voorspelbaar met simpel geschetste personages (eigenlijk is alleen Cholo nog redelijk driedimensionaal en menselijk weergegeven), en het zombiegedeelte van de film is wat te summier om veel indruk te maken, al zijn “touches” als de ontdekking van gereedschappen (en wapens) van de zombies, en hun verwondering voor vuurwerk, intrigerend.

Ondanks de kritiekpunten slaagt ‘Land of the Dead’ er nog zeker in om het publiek te vermaken en aan het denken te zetten; iets wat voor menig zombiefilm bij voorbaat al te hoog gegrepen is. De fans kunnen zonder meer opgelucht ademhalen, want George Romero heeft zich weer onder de levenden gevoegd, en zijn ondoden zijn nog even fascinerend als voorheen.

Bart Rietvink