Latcho Drom (1993)

Regie: Tony Gatlif | 103 minuten | muziek, documentaire | Met: La Caita, Tchavolo Schmidt, Taraf de Haïdouk

Regisseur Tony Gatlif heeft al de nodige meeslepende films gemaakt waarin zigeuners, hun leven en hun muziek centraal staan. De meer bekende titels zijn: ‘Transylvania’, ‘Exils’, ‘Swing , ‘Vengo’ en ‘Gadjo Dilo’. ‘Latcho Drom’ is een film die al daarvoor was gemaakt, maar die nog niet in Nederland te bewonderen is geweest. De kans ook die film te kunnen gaan zien, mag een muziekliefhebber niet laten lopen. ‘Latcho Drom’ betekent in de taal van de Roma ‘Goede reis’ en het gaan bekijken van deze film is dat zeker.

Zigeunermuziek loopt dwars over de grenzen van het continent en is van generatie op generatie doorgegeven. Toch is de muziek ook geworteld in de traditie van klank en ritme van het land waar zij wonen, ook al hebben zij daar geen vaste plaats van vestiging. Hun geschiedenis is nooit opgeschreven, Tony Gatlif levert met ‘Latcho Drom’ een kleurrijke, als ook treurige caleidoscopische muzikale optekening van de geschiedenis van een bijzondere cultuur. Rituelen en gebruiken komen ingetogen naar voren.

De film heeft geen hoofdrolspelers of dialoog en vertelt zijn verhaal door muziek, zang en dans. Sobere, maar sterke beelden, subliem gemonteerd en gefilmd met een scherp oog voor details. Het lijkt een vreemd stijlmiddel, maar het is in zijn uitvoering en uitwerking uiterst effectief. In de film treden zigeunermusici op uit zeven landen: India, Egypte, Turkije, Roemenie, Hongarije, Slowakije, Frankrijk en Spanje. Zij vertellen, zingen en dansen hun verhaal als een vorm van orale geschiedenis.

De boodschap van Tony Gatlif is uitermate krachtig door een magistrale samenwerking van aan de ene kant verbluffende beelden die soms van feeërieke schoonheid zijn, zoals van de zigeuners in de woestijn in India. Soms zijn ze ook van een grote treurigheid bijv. als we grote armoede zien in Roemenië en de modderpoelen waarover zij rondtrekken. Het beeld van het wanstaltig lelijke paleis van Ceaucescu in Boekarest, een enorm en vooral leeg plein en een zigeuner die van afstand kijkt, is indrukwekkend. De muziek is in hoofdzaak vrolijk en opzwepend, maar melancholie , vreugde en verdriet gaan samen. Al deze elementen zijn in ijzersterke en overtuigende beeldtaal verpakt, ook een indringende klaagzang over Auschwitz. Natuurlijk ontbreekt de flamenco niet, een aantal magnifieke opnamen van Spaanse flamencoartiesten is een fraaie uitsmijter. Sommige van de muziekgroepen kennen we van latere films van Gatlif en dat is gewoon een feest van herkenning.

De musici weten aan hun instrumenten een magisch geluid te ontlokken dat dwars door je heen gaat op de momenten van verdriet, maar je ook vrolijk maakt als de stemming en dus de muziek verandert. Dat er geen hoofdrolspelers of dialogen zijn, is geen moment een gemis. De reis die Gatlif langs de verschillende landen maakt is het verhaal van hun geschiedenis op zich. We volgen hen tijdens optredens op markten en feesten, maar ook in hun privé onderkomens. Het is pijnlijk om te zien dat zij soms in de winter in bomen sliepen om aan de bittere kou op de grond te ontsnappen. Zij worden gevolgd in kapelletjes, maar ook tijdens hun beroemde bijeenkomsten in Frankrijk in Saintes-Maries-de-la-Mer waar zij jaarlijks van heinde en verre bijeenkomen om feest te vieren en muziek te maken.

Dans, klaagzangen, vreugde-uitbarstingen: een rijke mengeling van zigeunercultuur. Alles in een magistrale beeldcollage van kleurige kostuums en schitterende landschappen.

Rob Veerman