Laura (1944)

Regie: Otto Preminger | 88 minuten | romantiek, thriller | Acteurs: Gene Tierney, Dana Andrews, Clifton Webb, Vincent Price, Judith Anderson, Grant Mitchell, Dorothy Adams, Terry Adams, Lane Chandler, Dorothy Christy, James Conaty, Kay Connors, John Dexter, Ralph Dunn, Nestor Eristoff, Jean Fenwick, Kathleen Howard, Gloria Marlen

Het Hollywood van de jaren veertig en vijftig stond bekend om zijn vele beeldschone maar tragische jonge sterren. Een van hen was Gene Tierney, die in 1944 op haar 24e definitief doorbrak met haar titelrol in de film ‘Laura’. Voor die tijd had ze al enkele kleine rollen op Broadway gespeeld. In een van die shows hoefde ze slechts met een emmer water op het toneel heen en weer te lopen. Ondanks die minuscule bijdrage was het die beeldschone waterdraagster waar de toeschouwers achteraf over praatten! Het duurde dan ook niet lang voordat de beeldschone Tierney door studiobons Darryl F. Zanuck naar Hollywood werd gehaald. Een carrièrestap die haar niet alleen grote successen maar ook veel drama zou bezorgen. Mislukte huwelijken, een verstandelijk gehandicapt kind en zware depressies bleven haar niet bespaard. De filmwereld was zelfs indirect verantwoordelijk voor haar dood in 1991; omdat haar stem aanvankelijk te hoog was, werd Tierney in de jaren veertig aanbevolen te gaan roken. En inderdaad, haar stem werd lager. Maar de oogverblindende actrice zou wel sterven aan een longemfyseem, veroorzaakt door de sigaretten…

In ‘Laura’, de film die haar grote roem zou brengen, speelt Tierney Laura Hunt, een vrouw die het helemaal voor elkaar lijkt te hebben; ze is beeldschoon, staat aan het begin van een veelbelovende carrière in de reclamewereld – waar ze in terecht is gekomen dankzij de onvoorwaardelijke steun van haar mentor Waldo Lydecker (Clifton Webb) – en ze heeft een knappe verloofde in de persoon van Shelby Carpenter (Vincent Price). Maar één pistoolschot maakt een einde aan al die voorspoed, en op een avond wordt Laura bruut vermoord. Het is aan de bikkelharde detective Mark McPherson (Dana Andrews) om uit te zoeken wie van haar vrienden en bewonderaars een reden had haar om het leven te brengen. Hij ontdekt dat Waldo Lydecker, de dandyesque, bezitterige columnist met de venijnige pen, er niet blij mee was dat hij ‘zijn’ Laura ineens moest delen met die nietsnut van een Shelby, die haar nog bedroog ook. En dan is er nog Laura’s steenrijke tante Ann Treadwell (Judith Anderson), die stinkend jaloers was op haar veel jongere nichtje en zelf graag met Shelby zou trouwen. Hoe meer McPherson te weten komt over de mysterieuze Laura, hoe meer hij verstrikt raakt in haar betoverende web. Hij raakt geobsedeerd, dankzij haar levensgrote portret aan de muur, door een vrouw die hij nooit gekend heeft.

Tijdens de productie van ‘Laura’ wees niets erop dat deze film een groot succes in de bioscopen zou worden en later zelfs de status van klassieker zou veroveren. Producent Otto Preminger wilde de roman van Vera Caspary graag verfilmen en na veel vijven en zessen stemde studiobaas Darryl F. Zanuck toe. Hij wees de regie toe aan Rouben Mamoulian, maar Preminger kon zich absoluut niet vinden in wat die ervan bakte. Hij nam de regie over en schrapte alles dat Mamoulian had opgenomen. Ook wat de casting betreft lagen Preminger en Zanuck met elkaar in de clinch. Zo had Zanuck veel problemen met de openlijk homoseksuele Clifton Webb in de rol van Waldo Lydecker. Gene Tierney was eigenlijk pas de derde actrice die benaderd werd voor de titelrol, na Jennifer Jones en Hedy Lamarr die beiden de rol afwezen. Ook de hypnotiserende muziek van David Raksin, die voor een belangrijk deel bijdraagt aan de mystieke sfeer van de film, werd aanvankelijk afgekeurd door Zanuck. Gelukkig maar dat Otto Preminger zijn zin door heeft gedreven, anders was ‘Laura’ nooit dat pareltje geworden dat het al die jaren na dato nog steeds is.

Dat ‘Laura’ zo geslaagd is, heeft voor een belangrijk deel met de cast te maken. Gene Tierney is zeer geloofwaardig als de vrouw die drie totaal verschillende mannen het hoofd op hol brengt. Vincent Price, die later vooral bekend werd van zijn rollen in horrorfilms, toont als de slungelige, laffe en onbetrouwbare Shelby aan veel meer in zijn mars te hebben dan engerds spelen. Voor Dana Andrews was zijn rol in ‘Laura’ carrièrebepalend. Hij is als een vis in het water als de door de wol geverfde, onderkoelde detective McPherson die valt voor de charmes van de – dode! – Laura. De show wordt echter gestolen door Clifton Webb als de elegante maar stikjaloerse ‘valse nicht’ Lydecker. Hij is als een suikeroom voor Laura en plaveit voor haar de weg naar een succesvolle carrière. Maar in ruil daarvoor wil hij wel haar onvoorwaardelijke aandacht en liefde. Lydecker lanceert vele venijnige oneliners die hun doel niet missen – “I’m not kind, I’m vicious. It’s the secret of my charm” – en verzorgt de voice-over. Webb ontving terecht een Oscarnominatie voor zijn bijrol. Judith Anderson is ouderwets op dreef als Laura’s jaloerse tante Ann Treadwell, een gedistingeerdere versie van haar veelgeprezen personage uit Hitchcocks ‘Rebecca’ (1940).

Ingenieus aan ‘Laura’ is dat de film het beste van diverse genres combineert tot een waar meesterwerk. In de basis is het een film noir, wat wordt verpersoonlijkt door het personage McPherson. Maar de film is, vooral ook dankzij de Oscarwinnende zwart-witcinematografie van Joseph LaSelle, veel eleganter dan bijvoorbeeld ‘The Maltese Falcon’ (1941) en beschikt bovendien over een flinke dosis mystiek, humor en romantiek, waardoor ‘Laura’ uniek is in de wereld van de films noirs. Bovendien zorgen de beklemmende sfeer, de uitstekende vertolkingen, het suspensevolle script en hypnotiserende muziek ervoor dat iedereen die deze film bekijkt hem niet snel zal vergeten. Een klassieker van de bovenste plank!

Patricia Smagge