Le ballon rouge (1956)

Regie: Albert Lamorisse | 36 minuten | drama, komedie, avontuur, korte film, fantasie | Acteurs: Pascal Lamorisse, Georges Sellier, Vladimir Popov, Paul Perey, René Marion, Sabine Lamorisse, Michel Pezin

Het werk van Albert Lamorisse is bij de meeste mensen waarschijnlijk alleen bekend in de vorm van het letterlijke en figuurlijk wereldveroverende bordspel “Risk” – dat ooit door hem bedacht is – maar als filmmaker verdient hij ook serieuze aandacht. Het grootste wapenfeit van Lamorisse is de prachtige, magische korte film ‘Le ballon rouge’. Het is een simpele vertelling over een jongetje en zijn onafscheidelijke rode ballon, die door de mooie beelden, het perspectief van het kind, en het bijzondere einde een erg speciale filmbeleving is.

In de eerste akte van de film is het nog een vrij conventioneel, maar erg charmant documentaire-achtig verhaal over de “liefde” van een jongetje voor zijn ballon en hoe hij deze overal mee naartoe neemt. En de beelden zijn buitengewoon pittoresk, vanaf het allereerste shot dat het kleine jongetje toont tussen twee grote appartementgebouwen, en waarin mooi gebruik wordt gemaakt van de verticale lijnen in het traditionele (vrijwel) vierkante frame. Hij loopt vervolgens een steile stenen trap af met een schilderachtig Parijs op de achtergrond. Halverwege die trap klimt het jongetje een lantaarnpaal in, en ziet de kijker waar het allemaal om te doen is: een grote, perfect ronde en rode ballon, die in de lantaarnpaal verstrikt zit. De jongen ontwart het ding en neemt het touwtje tussen zijn tanden, om ermee de lantaarnpaal weer af te kunnen gaan.

Dit elegante begin van de film zet een mooie onschuldige toon neer en creëert een onmiddellijke band tussen de kijker en het jongetje. Dit jongetje zien we even later met zijn grote ballon over straat lopen en bij de tramhalte staan, waar vooral de reacties van de omstanders leuk en spontaan zijn. Ze bekijken de opvallende ballon aandachtig of moeten lichtelijk uitwijken omdat ze het grote ding anders tegen hun hoofd krijgen. Helaas blijkt het jongetje niet met de ballon op de tram te mogen. Dan maar sprintend naar school, want hij is niet van plan zijn ballon los te laten. Hij mag er niet mee de klas in, maar vraagt dan aan een stratenveger die voor de school staat om het ding vast te houden terwijl hij zijn lessen volgt. Nog schattiger is het wanneer het na schooltijd gaat regenen en het jongetje zijn ballon tegen de regen wil beschermen door aan voorbijgangers te vragen of deze onder hun paraplu mag. Een oude man stemt toe. En ook een nonnetje is zo vriendelijk om het jongetje te helpen.

Het zijn magische momenten, juist door hun eenvoud, en het was al een bijzondere film geweest als dit soort scènes de essentie van de film zouden zijn geweest. Al snel, echter, wordt duidelijk dat dit geen normale ballon is, maar er werkelijk magie aanwezig is. De ballon blijkt namelijk een eigen wil te hebben en kan naar hartenlust opstijgen, dalen, en mensen achtervolgen. En de ballon kiest er uit eigen beweging voor om bij het jongetje te blijven en hem waar hij kan te helpen. Zo zit hij een leraar voortdurend op de huid wanneer deze het jongetje laat nablijven, totdat hij maar besluit hem “vrij” te laten, en tevens vlucht hij weg wanneer een stel rotkinderen de ballon van het jongetje af probeert te pakken. Hij gaat zelfs op de romantische toer wanneer er een meisje met een blauwe ballon langsloopt en toenadering zoekt tot zijn blauwe soortgenoot.

Het bitterzoete einde van de film en de lading die aan de persoonlijkheid of de ziel van de ballon wordt gegeven maakt een spirituele lezing van de film mogelijk maar ook zonder deze interpretatie is de film waardevol. Sowieso zijn de laatste beelden van de film, waarin alle ballonnen uit de omgeving figureren onuitwisbaar. Misschien was de letterlijke magie van de ballon eigenlijk niet nodig geweest, en was een voortzetting van de herkenbare onschuld van het kind en zijn wonderlijke blik wel veel aantrekkelijker geweest. Juist omdat er dan geen kunstmatig toegevoegd element nodig is. De vrije wil van de ballon en de manier waarop hij met de mensen speelt is namelijk op een gegeven moment wel uitgewerkt al noviteit en verwordt dan enigszins tot gimmick. Toch duurt dit gevoel niet lang, omdat de (emotionele) ontwikkeling van het verhaal redelijk snel verloopt en het meestal op zijn minst fascinerend is om te zien hoe deze ballon zich voortbeweegt en hoe de filmmaker dit allemaal gerealiseerd moet hebben.

‘Le ballon rouge’ inspireert ruim vijftig jaar na zijn release nog steeds – getuige bijvoorbeeld filmmaker Hou Hsiao Hsiens Franse uitstapje ‘Le voyage du ballon rouge’ – en dit is niet zo gek. Het is een tijdloos en uniek filmpje vol met wonderschone beelden en een magisch verhaal, dat zowel kinderen als volwassenen zal kunnen bekoren.

Bart Rietvink