Le peuple migrateur – Winged Migrations (2001)

Regie: Jacques Perrin, Jacques Cluzaud, Michel Debats | 85 minuten | documentaire

Al een paar minuten nadat je ‘Le peuple migrateur’ in je dvd-speler hebt gedaan, dringt het besef door dat je naar een zeer bijzondere ode aan Moeder Natuur zit te kijken. De film trapt namelijk niet af met allerlei exotische dieren die je alleen in verre oorden tegen het lijf kunt lopen, maar begint met roodborstjes die hun naar verse insecten smachtende jongen voeren en grauwe ganzen die op het punt staan om aan hun lange reis naar andere oorden te beginnen. Hoewel de roodborst in Europa een algemene standvogel is en het op de Nederlandse graslanden wemelt van de grauwe ganzen, zuigen de ongewone beelden van het gewone je gelijk de film in en zal eenieder die ook maar een beetje geïnteresseerd is in vogels, dieren of de natuur in het algemeen ongetwijfeld een kleine anderhalf uur aan het beeldscherm gekluisterd blijven. De roodborsten en grauwe ganzen vormen namelijk het begin van een visuele meesterproef waarbij we diverse vogelsoorten op zeven continenten volgen tijdens hun epische trektochten. Canadese ganzen die tegen het spectaculaire decor van de Grand Canyon over de Verenigde Staten trekken, Indische ganzen die de ijle lucht trotseren en de hoogste bergtoppen van de ruige Himalaya overvliegen, ooievaars en kraanvogels die over kleurrijke bloemenweiden trekken, jan-van-genten, roze pelikanen en albatrossen die met hun stijlvolle vliegkunsten de woelige baren trotseren, papegaaiduikers en zeekoeten die met duizenden tegelijk nestelen op steile rotskliffen en bontgekleurde geelvleugel- en hyacintara’s die met gezwinde vleugelslag de machtige Amazone oversteken. Het is een bescheiden greep uit de gevederde natuurpracht die in ‘Le peuple migrateur’ aan het oog van de kijker voorbijtrekt.

Hoe uitbundig de van levenskracht doordrongen vogelbeelden soms ook mogen zijn, ‘Le peuple migrateur’ kiest in andere opzichten juist voor een uiterst minimalistische aanpak om de getoonde natuurwonderen zo min mogelijk van hun eminente zeggingskracht te ontdoen. De vertelstem van Jacques Perrin, tevens een van de creatieve breinen achter de film, maakt slechts sporadisch haar opwachting, terwijl ook niet wordt gezegd welke vogels je nu daadwerkelijk allemaal ziet op het beeldscherm. De redelijk gevorderde tot ervaren vogelaar zal echter weinig moeite hebben om de meeste soorten te herkennen, terwijl er voor de rest van ons natuurlijk talloze uitstekende vogelgidsen beschikbaar zijn waarmee je de getoonde soorten wel op naam kunt brengen. ‘Le peuple migrateur’ is dan ook geen natuurdocumentaire in de klassieke zin van het woord, maar veel meer een artistieke interpretatie en een beeldend, kunstzinnig portret van het fenomeen vogeltrek. Neem bijvoorbeeld de scène waarin een groepje roodhalsganzen een onooglijke megafabriek passeert: in een enkel beeld weten Perrin en Cluzaud zowel de schoonheid van de natuur, die wordt gesymboliseerd door de wellicht fraaiste vertegenwoordiger van de ganzenfamilie, en de lelijkheid van de artificiële en moderne industriële samenleving te vangen. De geschetste tegenstelling wint nog meer aan kracht als een van de ganzen vast komt te zitten in een drab van olie en vervuild industrieel afvalwater, een fragment dat overigens in scène is gezet en de vogel in werkelijkheid niet fataal is geworden. Ook de jacht, die met name in zuidelijk Europa en westelijk Afrika nog welig tiert en in deze streken een serieuze bedreiging voor trekvogels vormt, wordt door Perrin en Cluzaud kort aangesneden. De prachtige, rustgevende en tot introspectie aanzettende muziek geeft de schitterende beelden in ‘Le peuple migrateur’ nog een extra vleugje dramatiek mee.

Dat bepaalde passages niet geheel natuurlijk zijn en met (gedeeltelijk) gedomesticeerde vogels zijn opgenomen, is wellicht een puntje van kritiek waar de echte purist zich aan zou kunnen storen. Veel van de in de film zichtbare ganzen zijn namelijk door mensen opgevoed en van jongs af aan door middel van inprenting bekendgemaakt met de microlights en bijbehorende geluiden die de dieren tijdens hun vluchten begeleidden. Maar aan de andere kant: deze werkwijze was wel nodig om de prachtige beelden te kunnen maken die je als kijker de indruk geven dat je daadwerkelijk met de trekkende ganzen meevliegt. Je kunt je wel afvragen of het (in een bescheiden aantal scènes toegepaste) gebruik van computergeanimeerde achtergronden nodig was of iets wezenlijks toevoegt aan het geheel, maar het zou een klassiek geval van muggenzifterij zijn om hier al te zwaar aan te tillen. Het lijdt geen twijfel dat ‘Le peuple migrateur’ een plekje verdient in de internationale eregalerij van hoogwaardige natuurdocumentaires. Het is dan ook vreemd dat deze aparte, artistieke ode aan de veelkleurige vogelwereld in 2003 de Oscar voor beste documentaire moest laten aan de weliswaar aardige en dwarse, maar ook zeer suggestieve en intellectueel wat luie prent ‘Bowling for Columbine’.

Frank Heinen