Le pot-au-feu – La passion de Dodin Bouffant (2023)

Recensie Le pot-au-feu CinemagazineRegie: Tran Anh Hung | 135 minuten | drama | Acteurs: Juliette Binoche, Benoît Magimel, Emmanuel Salinger, Patrick d’Assumçao, Galatéa Bellugi, Jan Hammenecker, Frédéric Fisbach, Bonnie Chagneau-Ravoire, Jean-Marc Roulot, Yannik Landrein, Sarah Adler, Mhamed Arezki, Pierre Gagnaire, Clément Hervieu-Léger, Laurent Claret, Fleur Fitoussi, Chloé Lambert, Anouk Feral, Sarah Viennot, Cécile Bodson, Celine Duraffourg, Michel Cherruault, Jean-Louis Dupont, Louane Forest-Borreil, Edouard Pommier

De amuse begint zeer smakelijk: twee sublieme Franse acteurs – Juliette Binoche (‘Chocolat, ‘The English Patient’ en ‘Trois Couleurs’) en Benoît Magimel (‘Marseille’, ‘Les petits mouchoirs ‘en ‘The Piano Teacher’) – voeren al kokend een soepele liefdesdans door de kasteelkeuken in Tran Anh Hungs bewerking van Marcel Rouffs roman ‘La vie et la passion de Dodin-Bouffant, gourmet’ uit 1924.

Bestond er maar zoiets als geurtelevisie want ‘Le pot-au-feu’ prikkelt alle zintuigen tot in de finesse tijdens de openingsscène van ruim 40 minuten. Bij de dampen die opstijgen uit de enorme pannen en de bouquets van Provençaalse kruiden en specerijen loopt het water je in de mond. Bij het krieken van de dag beginnen kokkin Eugenie en kasteelheer Dodin met het uitvouwen van hun kookkunsten, geholpen door sous-chef Violette en de piepjonge dorpeling Pauline. Voor slechts een kleine hoeveelheid reductie van langoustines die perfect bij de kalfsrug (à point) past, wordt – naast de exquise schaaldieren – een legio aan de meest luxe en verse ingrediënten aangerukt. Urenlang staan de mooiste sauzen, soepen en gebraden te garen op het intense fornuis. Luchtige pastei, omelette norvégienne en knapperige broden worden in de kasteelkeuken met passie bereid. Pauline bezit een enorm getalenteerd palet en kan complexe sauzen blind ontleden op ingrediënten. Merg vindt ze echter niet lekker, maar die smaak zal met de jaren worden ontwikkeld, zegt Dodin met zichtbare vertedering tegen zijn surrogaatdochter. Wat zou hij graag een gezin vormen met Eugenie, maar de Franse kokkin is van mening dat het leven goed is zo. Waarom trouwen? Dat Eugenie kampt met vage gezondheidsklachten, parkeert ze als vermoeidheid. Dodin kijkt haar onverschilligheid met lede ogen aan. Hij besluit voor haar te koken…

Wat ‘Call Me By Your Name’ deed met rijpe perziken, doet ‘Le pot-au-feu’ met zoete, druipende Saint Remy peren. De werkelijk adembenemende cinematografie van deze Belle Epoque film van de Vietnamees-Franse Hung (‘The Scent of Green Papaya’) gooit hoge ogen op de filmfestivals in Cannes en San Sebastián en wordt beloond met de prijs voor Beste Regie en Beste Film. De samenwerking met topchef Pierre Gagnaire (14 Michelin sterren!) als ‘gastronomisch regisseur’ en als edelfigurant, smeert perfect af aan ‘Le pot-au-feu’, maar meer dan een ode aan de Franse klassieke cuisine is het effectief niet. Ben je een culinaire fijnproever? Dan wordt het 135 minuten likkebaarden.

Echter…als je niet zozeer van koken houdt, zal deze film niet zo bekoren aangezien het onderschrijvende verhaal flinterdun is. Te summier. Het uitblijven van uitleg wie de fortuinlijke tafelgenoten zijn – want vrienden, gasten, dorpsgenoten of recensenten? – voor wie Eugenie en Dodin zeer uitgebreide luxueuze gangen koken of de vraag of het kasteel misschien wel een gerenommeerd sterrenrestaurant is aangezien ze koninklijk bezoek krijgen, blijft ongedefinieerd. De liefde ligt aan de oppervlakte te wachten om het Franse zonlicht te zien, maar wordt niet uitgediept terwijl Eugenie en Dodin al twintig jaar tot elkaar zijn aangetrokken.

Om in het jargon te blijven: met een roux bind je een saus of soep. Echter ontbreekt een plot als ware het mengsel van bloem met boter en daardoor bindt ‘Le pot-au-feu’ niet mooi samen tot een volle sensatie.

Lisette van der Meij

Waardering: 3

Bioscooprelease: 7 december 2023