Le voyage extraordinaire (2011)

Regie: Serge Bromberg, Eric Lange | 65 minuten | documentaire | Met: Costa-Gravas, Jean-Pierre Jeunet, Michel Gondry, Michel Hazanavicius, Nicolas Ricordel, Eric Lange, Tom Burton, Charles Chaplin, Tom Hanks, Georges Méliès, Serge Bromberg

Serge Bromberg, verzamelaar en onderzoeker van vintage films, maakte al eerder furore met ‘L’enfer de Henri-Georges Clouzot’, waarin hij het ruwe materiaal van de Franse topregisseur verwerkte tot een fascinerende film die zowel over ‘Inferno’ zelf als de geschiedenis achter dat desastreuze project gaat. Met ‘Le voyage extraordinaire’ voegt Bromberg weer een huzarenstukje toe aan zijn c.v. Dit keer duikt hij dieper de historie in, namelijk tot het begin van de cinema.

Iedereen die ook maar een beetje interesse in filmgeschiedenis heeft, is zijn naam al eens tegengekomen: Georges Méliès (1861-1938). Dankzij het boek van Brian Selznick (“The Invention of Hugo Cabret”) en de verfilming van Martin Scorsese hiervan (‘Hugo’, 2011) heeft zijn naam voor de jongere generaties filmliefhebbers aan betekenis gewonnen. Méliès was een pionier in hart en nieren. Toen hij, naar eigen zeggen, op 28 december 1895 aanwezig was bij de legendarische eerste voorstelling van de Cinématographe van de gebroeders Lumière, was hij vastbesloten het medium film te gebruiken voor zijn goochelshows. Door een vastlopende camera ontdekte hij de stop-motion techniek. Dit was slechts een van de vele trucages die hij leerde toe te passen. Nu staat hij bekend als de vader van de special effects.

In ‘Le voyage extraordinaire’ laat Bromberg niet alleen vakgenoten aan het woord, ook toont hij fragmenten uit oude films van Méliès, zoals ‘An impossible balancing act’, ‘The Christmas Dream’, ‘Cinderella’ en ‘The One Man Band’. Deze fragmenten zijn een genot voor het oog (en doen verlangen naar meer). Op innemende wijze vertelt Bromberg met zijn documentaire de carrière van de getalenteerde Fransman. Voor kenners biedt dit deel van ‘Le voyage extraordinaire’ niet veel nieuws onder de zon, maar toch blijft de documentaire  boeiend. De vraag wat Méliès ertoe dreef om zijn eigen werk te verbranden (hij maakte meer dan vijfhonderd films, er zijn nu nog maar zo’n tweehonderd films over) zal wel altijd onbeantwoord blijven, maar ‘Le voyage extraordinaire’ werpt wel een nieuw licht op dit vraagstuk. De ‘talking heads’ zijn Jean-Pierre Jeunet, Michel Gondry, Costa-Gravas en Michel Hazanavicius en hun begrijpelijke enthousiasme vindt zijn weerslag op de kijker. Ook aardig zijn de archiefopnames van het interview met Tom Hanks dat ten tijde van “From the Earth to the Moon” (1998) plaatsvond. Maar echt fascinerend wordt het pas zodra het gaat over de restauratie van de kleurenversie van ‘Le voyage dans la lune’, die klaar was om in 2011 in première te gaan tijdens het filmfestival van Cannes.

Het monnikenwerk wat eraan vooraf is gegaan voor wij van ‘Le voyage dans la lune’ in volle glorie kunnen genieten, is werkelijk ongelooflijk. In 1993 ontdekte men een ingekleurde versie van de film in Spanje (tot die tijd was alleen een zwart/wit exemplaar bekend). De filmrol was flink aangetast – zo goed als naar de maan, zeg maar – en er was heel wat inventiviteit én moed voor nodig om de filmstrips van elkaar los te krijgen. Frame voor frame fotografeerde Eric Lange (mede-regisseur van deze film) de oorspronkelijke film. Wat een geduld heeft dat gekost en wat een passie spreekt daar uit. Een diep gevoel van respect voor de betrokkenen is wel op zijn plaats. Na het digitaal vastleggen van de frames bleef het project jaren op de plank liggen, omdat de techniek nog niet zo ver was dat het restaureren een haalbare zaak was. Uiteindelijk werd met hulp van Tom Burton de langgekoesterde wens van velen toch vervuld. ‘Le voyage extraordinaire’ eindigt, hoe kan het ook anders, met de film waar het allemaal om gaat: de gerestaureerde en van muziek van AIR voorziene versie van ‘Le voyage dans la lune’. En dat is een waar klapstuk voor deze innemende documentaire.

Monica Meijer