Léon Morin, prêtre (1961)

Regie: Jean-Pierre Melville | 117 minuten | drama, romantiek, oorlog | Acteurs: Jean-Paul Belmondo, Emmanuelle Riva, Irène Tunc, Nicole Mirel, Gisèle Grimm, Marco Behar, Monique Bertho, Marc Eyraud, Nina Grégoire, Monique Hennessy, Edith Loria, Micheline Schererre, Renée Liques, Simone Vannier, Lucienne Marchand, Nelly Pitorre, Ernest Varial, Chantal Gozzi

Hoe verfilm je een liefdevolle maar wankele relatie tussen twee mensen die nooit in één bed zullen mogen slapen? Daarbovenop moeten de alleenstaande moeder Barny en de jonge priester Léon Morin oppassen dat ze niet door collaborateurs of de Duitse bezetter worden betrapt. Zij is namelijk een Franse communiste, die het verzet bijstaat, en hij heeft onchristelijke sympathieën. Zo leven deze twee, zogenaamde tegenpolen, aan de rand van de samenleving tijdens de oorlogsjaren, en zijn terloops diep in conversatie over hoe te (over)leven in deze gevaarlijke en onzekere tijden. Langzamerhand voelt Barny (Emanuelle Riva) bovendien meer dan alleen christelijke liefde voor priester Morin (Jean-Paul Belmondo).

De regisseur van ‘Léon Morin, prêtre’, Jean-Pierre Melville, is met name bekend van zijn kenmerkende misdaadfilms, van ‘Bob le flambeur’ (1956) tot aan ‘Un flic’ (1972), die vooral zenuwslopende kat-en muisspelletjes zijn tussen politie en criminelen. Maar eerder in zijn oeuvre zitten er pareltjes die sterk afwijken van het gangsterriedeltje. Zijn tweede film ‘Le silence de le mer’ (1949) gaat bijvoorbeeld over een Duitse luitenant die tijdens de oorlog wordt ingekwartierd bij een Franse man en zijn nichtje, en de film erna, ‘Les enfants terribles’ (1950), over een verstrengelde relatie tussen zus en broer. Toch loopt er een dikke rode lijn door zijn werk. Melville is in elke film diep gefascineerd door trouw en verraad of dit nu speelt op straat tussen criminelen en de politie of tijdens de oorlogsjaren tussen een jonge moeder en priester (Melville zat zelf in het Franse verzet). Want in hoeverre verschilt dit nu?

In tegenstelling tot wat de filmtitel doet denken staat een vrouw centraal, zowel genuanceerd als speels vertolkt door actrice Emmannuelle Riva (‘Léon Morin, prêtre’ kwam twee jaar na het gelauwerde ‘Hiroshima mon amour’ (Alain Resnais, 1959), waarin Riva in de hoofdrol ook worstelt met liefde en loyaliteit in de oorlog). Dus, geen gangster met een hart van goud (of steen). Nee, een moeder die het alleenstaand moet zien te rooien tijdens de oorlog. Bovendien zet Barny zich als communiste niet alleen af tegen rechtse collaborateurs maar ook tegen de gevestigde orde in het algemeen, deels gepersonifieerd in priester Morin. Daardoor is ze zelfs onder kantoorcollega’s nooit geheel zeker over wat ze kan zeggen en doen. Dus, ook al vindt dit plaats in vrij anoniem dorpje aan de Alpen (er zitten enkele gevatte passages in over de rivaliteit tussen Italiaanse en Duitse bezettingseenheden) moet ze ontzettend oppassen met wat ze doet. Zo erg dat Barny haar dochtertje onderbrengt wanneer zij anderen in nood probeert te helpen. Mensen zoals haar die niet meedoen met de bezetter bewust of onbewust lopen dus continue op hun tenen. In dit opzicht deelt Barny dan ook een mogelijk lot met de priester.

Ook de rol van priester Morin, ingetogen maar met schalkse inborst vertolkt door Jean-Paul Belmondo, is dubbelzinniger dan je eerst zou denken. Alleen al de casting draagt hier aan bij. Belmondo, geen onverdienstelijk amateurbokser en door Jean-Luc Godards ‘À Bout de Souffle’ (1960) naar internationale bekendheid gekatapulteerd, speelde hiervoor voornamelijk aantrekkelijke bandieten. Die man stopt Melville in een gewaad, alsof je een intellectuele gangster in heilig gewaad hijst. Het is bijna een slechte grap. Maar het werkt. Net als bij Barny maakt deze dubbelzinnigheid hem al geen complete heilige om mee te beginnen. Eerder, zoals iedereen, getekend door het leven. Bovendien heeft volgens Morin, die zelf ook worstelt met het geloof, het christendom genoeg zaken gemeen met het communisme. Op die manier raakt de aardse Barny steeds geïnteresseerder in dit christelijke buitenbeentje.

Hoewel de bezetting het ritme van het alledaagse leven grotendeels bepaalt, het niet alleen maar kommer en kwel is voor Barny en Morin. Dit vertaalt zich ook in de diepgang en speelsheid van het verhaal dat evenals de personages nooit geheel voor één gat is te vangen. Barny weet dat haar liefde voor de priester niet kan, niettemin blijft ze hem opzoeken voor steun en toeverlaat. Morin voelt dit ook aan, toch laat hij haar onderzoekend toe en stelt hij haar gezelschap op prijs. Ook zie je Melville op die manier speels het ritme van de film veranderen, hij wisselt organisch intellectueel gepeperde dialogen af met actievolle, spannende scènes waarin weinig woorden vallen. De vernieuwing en knipogen van de Nouvelle Vague is nooit ver weg. Onderwijl schitteren de acteurs. Dan is er nog de voice-over van Barny (het bronmateriaal heeft Melville uit de gelijknamige roman van schrijver Béatrix Beck) die rustig recapituleert en niet terugdeinst om een nieuwe laag aan menselijke weifel aan te boren.

Nooit is het helemaal wat het lijkt in ‘Léon Morin, prêtre’, het geloof leeft hier niet als ultieme dictaat maar als de twijfel die mensen door het leven stuwt. Dit maakt de film nog altijd modern en uitnodigend om opnieuw te zien, want je vindt altijd weer iets nieuws, zoals de bijrol van Barny’s guitige dochtertje en de vriendschapsrelatie met collega Christine die haar voorliefde voor het nieuwe, collaborerende Frankrijk niet onder stoelen of banken steekt. Daarbij hebben Melville en zijn crew het ook prachtig in beeld gebracht, niettemin dienend naar de acteurs en het verhaal. Dit is kortom Franse cinema op de toppen van zijn kunnen.

Roy van Landschoot

Waardering: 4.5