Life of Brian – Monty Python’s Life of Brian (1979)

Regie: Terry Jones | 94 minuten | komedie | Acteurs: Graham Chapman, John Cleese, Terry Gilliam, Eric Idle, Terry Jones, Michael Palin, Sue Jones-Davies, Terence Bayler, Carol Cleveland, Kenneth Colley, Neil Innes, John Young, Gwen Taylor, Peter Brett, Charles McKeown     

De geniale gymnasiumhumor van Monty Python bereikte een dramatisch hoogtepunt met ‘Life of Brian’. In het leven van Jezus Christus vonden de jongens een ideale kapstok voor hun dwarse humor; het ongerichte absurdisme van de televisieserie “Monty Python’s Flying Circus” en films als ‘The Holy Grail’ krijgt in ‘Life of Brian’ een meer dan waardige opvolger met een vlot verhaal.

Vele levensovertuigingen krijgen ervan langs; op een overigens milde manier, kunnen we in het zilveren jubileumjaar van de film constateren. De ‘godslasteringen’ in ‘Life of Brian’ zijn bijna zalvend vergeleken met de rauwe waarheidsdrang in ‘The Passion of the Christ’. ‘Brian’ is achteraf verre van een aanklacht tegen het christendom alleen; linkse actiegroepen en feministen moeten er evenzeer aan geloven.

Centraal staat de rol van Brian, die als goedbedoelend moederskindje eigenlijk weerloos is tegen alle doctrines. In de wanhoop van zijn situatie roept hij uiteindelijk op tot individualisme. Dat moeten we dan maar zien als de boodschap van de Pythons. Gelukkig is het volledig ingebed in de humor; het had veel absurdistischer gekund, maar de zes houden de voet op de rem en concentreren zich op een uitgekiend plot met vaart, wat ‘Brian’ tot de meest toegankelijke van de Python-producties maakt. Graham Chapman, John Cleese, Michael Palin, Eric Idle, Terry Gilliam en Terry Jones vinden allen wel een paar typetjes die hen op het lijf zijn geschreven en excelleren doen ze allemaal. Chapman als Brian en garnizoenshoofd Biggus Dickus; Cleese als dominante revolutionair en centurion; Palin als Pilatus en kruisigingsambtenaar en Gilliam als donderprofeet en doofstomme dwerg. Het meest eruit springen misschien wel Idle als kruisigingsenthousiasteling en Jones als Brian’s moeder; beide rollen zijn zo uitvergroot dat elke zuurpruim op voorhand de wind uit de zeilen wordt genomen.

Minpuntje is het ruimteschip dat Brian halverwege de film van de dood redt, maar ook dat is typisch Monty Python; met zoveel creativiteit gier je wel eens uit de bocht. Net zo goed hilarisch is dan weer dat het verhaal vervolgens precies wordt opgepikt waar het was opgehouden.

Hoogtepunten zijn er genoeg, noem maar de scène met de kluizenaar in zijn kuil en het ontluisterende afscheid van Brian’s revolutievrienden aan de voet van het kruis. Het slotlied zal ook anno 2004 nog niet door iedereen als het toppunt van goede smaak worden beschouwd, maar laten we de unieke absurditeit van Monty Python altijd in het achterhoofd houden: het mág gewoon niet te serieus worden.

Jan-Kees Verschuure