Lilies (1996)

Regie: John Geyson | 96 minuten | drama, romantiek, fantasie | Acteurs: Marcel Sabourin, Ian D. Clark, Aubert Pallascio, Brent Carver, Jason Cadieux, Danny Gilmore, Matthew Ferguson, Rémy Girard, Robert Lalonde, Gary Farmer, Alexander Chapman, John Dunn-Hill, Paul-Patrice Charbonneau, Michel Marc Bouchard, Khanh Hua, Benôit Lagrandeur, Pierre LeBlanc, Jean Lévesque, Antoine Jobin, Alain Gendreau, Simon Simpson, Eddy Rios, Martin Stone

Gayfilms zijn er in alle soorten en maten. Toch kun je met een beetje goede wil het genre opdelen in films die voornamelijk voor de doelgroep zijn bestemd en films die een wat breder publiek aanspreken. In het laatste geval gaat het bijna altijd om verhalen waarin het niet zozeer om specifieke homoproblematiek draait maar waarin homofilie eerder een complicerende factor is. Zo handelde het populaire ‘Brokeback Mountain’ vooral over gefnuikte liefde en ‘Fucking Åmål’ over het opgroeien in een provinciestadje. De Canadese film ‘Lilies’ hoort zonder twijfel ook in dit rijtje thuis. Hoewel de liefde tussen twee jongens centraal staat, gaat het hier meer om universele zaken als verraad, leugens, jaloezie en verlangen. Het levert een unieke film op.

De kracht van ‘Lilies’ schuilt voor een overgroot deel in de excentrieke maar briljante vorm. Het verhaal begint in 1952, als de oude bisschop Bilodeau een gevangenis bezoekt om de biecht af te nemen aan zijn voormalige schoolvriend Simon. In de gevangenis wordt de bisschop gedwongen een toneelstuk te bekijken met de gevangenen in de hoofdrollen. Dat toneelstuk gaat over de tijd dat Bilodeau en Simon samen op school zaten in het provinciestadje Roberval. Wanneer Simon verliefd wordt op zijn adellijke klasgenoot Vallier, wekt dat bij Bilodeau jaloezie op, met catastrofale gevolgen.

Tot zover is de film nog niet echt heel bijzonder. Maar als het toneelstuk even op weg is, verdwijnen de decors en speelt het toneelgezelschap verder in het lieflijke stadje Roberval, onder de blauwe hemel van een zomerdag in het jaar 1912. Vanaf dat moment wisselt de film steeds van decor; zo zijn we in de gevangenis, zo in Roberval. Door het gebruik van vervreemdingseffecten (een geluid in de gevangenis doet de mensen in Roberval schrikken, waarna we weer terugkeren naar het gevangenisdecor) en door het vasthouden aan mannen in vrouwenrollen, ontwikkelt de film zich tot een fantasievol geheel waarin het er uiteindelijk niet meer toe doet wat echt is en wat niet. Wat dan nog telt is het meeslepend verhaal over leugens, verlangen, jaloezie en hoop.

Naast de bijzondere vorm zijn het vooral de acteerprestaties die opvallen. Regisseur Greyson nam een enorm risico door de vrouwen door mannen te laten spelen, maar het pakt verrassend goed uit. Vooral Brent Carver zet als de verwarde moeder van Valliers een prachtige rol neer, maar ook Alexander Chapman is geweldig als de kokette vrouwelijke ballonvaarder Lydie-Anne. Daarnaast zijn fotografie en muziek (Michael Danna) van wereldklasse.

Waar de kijker wel rekening mee moet houden is de herkomst van het verhaal. ‘Lilies’ was oorspronkelijk een toneelstuk, en dat is nog duidelijk terug te vinden in de film, qua dialoog, structuur en dramatiek. Als je geen rekening houdt met die herkomst kan de film soms wat merkwaardig overkomen. Die oorsprong maakt ook dat deze film wat meer tegen de hogere cultuur aanzit en eerder cerebraal is dan hartverwarmend. Neemt niet weg dat ‘Lilies’ een unieke film is die iedere filmliefhebber minstens één keer moet hebben gezien. Een filmisch curiosum van de allerhoogste kwaliteit.

Henny Wouters