Loos (1989)

Regie: Theo van Gogh | 102 minuten | misdaad, thriller | Acteurs: Tom Jansen, Renée Fokker, Marie Kooyman, Leen Jongewaard, Max Pam, Cas Enklaar, Matthijs van Heijningen, Karel van het Reve, Maarten Biesheuvel, Jaap Hoogstra, Carmen de Witt, Diederik Hummelinck, Edgar Cairo, Heleen Hummelen, Karina Holla, Roelant Radier, Leontien Ceulemans, Dik Boutkan, Frank Krom, Erwin Olaf

‘Loos’ maakt weer eens duidelijk dat Theo van Gogh een uitstekende stilist is. Ook bewijst hij andermaal dat hij erg goede prestaties uit zijn acteurs weet te halen, of gewoon een goed oog heeft voor casting. Het zijn deze twee elementen – de sfeertekeningen en de vertolkingen van de acteurs – die, meer dan het verhaal zelf, ‘Loos’ de moeite waard maken.

Van Gogh vertrouwt op veel van dezelfde acteurs die hij voor ‘Terug naar Oegstgeest’ gebruikte en die stellen ook nu niet teleur. Leen Jongewaard blijft mooi op de vlakte als aanklager en vriend van advocaat Loos (Tom Jansen); schijnbaar onverschillig maar een betrokken mens onder de oppervlakte. Max Pam speelt weer een heerlijke gluiperd, die doet alsof niets hem raakt en iedereen lijkt te kunnen bespelen. Maar vooral Tom Jansen als titelpersonage Loos en Renée Fokker als zijn masochistische minnares Anna Montijn houden de aandacht vast. Jansen omdat hij effectief stress en onrust uitstraalt en tegelijkertijd frivool en liefdevol met Anna om weet te gaan. Anna is op haar beurt tamelijk ongrijpbaar, met onduidelijke achtergrond en toekomstplannen, en puur levend op haar passies en emoties. Het hier en nu is wat telt voor haar en ze probeert dan ook alles te halen uit haar ontmoetingen met Loos. Ontmoetingen die broeierig, romantisch, prikkelend, en gevaarlijk zijn.

De plot zou al flink wat spanning moeten bieden en de uitkomst van het proces zou een belangrijke drijfveer voor de toeschouwer moeten zijn om te blijven kijken. Dit valt echter tamelijk tegen. Natuurlijk wil je weten of de creep Harry Wery vrijgesproken wordt en blijft de vraag of je daarmee dan blij zou moeten zijn, ook al zou dit een succes voor Loos betekenen. Maar uiteindelijk is het mogelijke gevaar voor Loos, mocht hij falen, niet heel tastbaar. Hij laat zich makkelijk onder druk zetten en er lijkt niet echt veel op het spel te staan. Ditzelfde geldt voor de potentiële spanning in het femme fatale-verhaal. In ‘normale’ film noirs betekent de ‘gevaarlijke vrouw’ minstens een bedreiging voor de relatie of het huwelijk van de verleide man. Meestal behoort geld, een moord, of iets anders gevaarlijks tot het eisenpakket van de minnares, maar ook daar is hier geen sprake van. Hoewel de aanvankelijke ontmoeting tussen Anna en Loos een externe oorzaak heeft en er sprake is van valse voorwendselen, blijft het daarna, hoe spannend de relatie op zichzelf ook is, tamelijk vrijblijvend.

Puur op basis van de verhaallijnen zou ‘Loos’ niet moeten werken, maar vanwege de sfeerzetting van Van Gogh – die de film een dromerige, ‘David Lynch-achtige’ kwaliteit meegeeft – en de uitstekende acteurs die een diepgang in hun personages suggereren die het scenario ze niet biedt, blijft ‘Loos’ toch vrijwel de hele speelduur lang intrigeren.

Bart Rietvink