Ma vie en rose (1997)

Regie: Alain Berliner | 88 minuten | drama | Acteurs: Michèle Laroque, Jean-Philippe Écoffey, Hélène Vincent, Georges Du Fresne, Daniel Hanssens, Laurence Bibot, Jean-François Gallotte, Caroline Baehr, Julien Rivière, Marie Bunel, Gregory Diallo, Erik Cazals De Fabel, Cristina Barget, Delphine Cadet, Morgane Bruna

Dat feelgood niet altijd voorspelbaar hoeft te zijn bewijst de Belgische regisseur Alain Berliner met ‘Ma vie en rose’. Het is dan ook feelgood in travestie: harmonie en transseksualiteit laten zich immers moeilijk verenigen. Berliner keert met zijn onderwerpskeuze een filmcliché om om het op te heffen; dat geeft hem zoveel vrijheid dat hij van ‘Ma vie en rose’ een sprookje kan maken. Een felgekleurd sprookje over onschuldige transseksuele dromen en de liefde van ouders voor hun kind, een onderbelicht aspect toch in de op romantische liefde gespitste filmwereld.

Op grond van menig ander thema zou het tot een onverdraaglijke film geleid hebben, een mierzoet plakzuurtje dat je niet van tussen je tanden krijgt, maar wees gerust: ‘Ma vie en rose’ is eerder een Napoleon, het snoepje dat het zuur en het zoet volmaakt in zich verenigt. Na een relatief lichte eerste helft, waarin het ‘probleem’ Ludovic humoristisch wordt aangepakt, verandert de film gaandeweg in een drama, met goed en kwaad lang niet altijd als opposanten. Berliner stelt de negatieve kanten van sociale aanpassing niet simpelweg aan de kaak door de benepenheid van de buren in een kwaad daglicht te stellen. Zelfs de ouders van Ludovic zwichten voor de sociale druk veroorzaakt door de op school en sportclub gevreesde transseksualiteit van de kleine jongen, waardoor de film uitstijgt boven de maatschappijkritische insteek en aan het diepst persoonlijke raakt: het recht op een eigen identiteit.

De innerlijke strijd van de ouders – die Ludovic hardhandig laten merken dat hij hun leven verpest – is herkenbaar en geloofwaardig en geeft de film het juiste dramatische cachet. Zoiets kan natuurlijk alleen met goede acteurs en niets dan lof voor Michèle Laroque (Hanna) en Jean-Philippe Écoffey (Pierre). Het is echter Georges Du Fresne (Ludovic) die de sleutel heeft in het succes van de film. Berliner laat hem kind zijn zoals een kind is, tovert geen al te zware emoties op het gezicht van de jongen, maar laat hem dissociëren, verdwijnen in een andere wereld; tegelijkertijd laat hij Ludovic de vijandigheid van de omgeving met de veerkracht van een kind hanteren. Dit gegeven en het contrasteren van een vrolijke fantasiewereld met een tragische realiteit geven de film de juiste toon. Won in 1998 een Golden Globe voor de beste buitenlandse film.

Jan-Kees Verschuure