Magonia (2001)

Regie: Ineke Smits | 112 minuten | drama | Acteurs: Ramsey Nasr, Dirk Roofthooft, Willem Voogd, Amiran Amiranashvili, Antje de Boeck, Geert Hunaerts, Nodar Mgaloblishvili, Nato Murvanidze, Philip van den Boogaard, Linda van Dyck, Jack Wouterse

‘Magonia’ is het speelfilmdebuut van Ineke Smits, naar de ‘Magonische Verhalen’ van Arthur Japin, die ook het script schreef. En als er iets gevaarlijk is, dan is het wel een schrijver het script van een film laten maken. Boeken en film zijn twee media die overeenkomsten hebben maar ook essentiële verschillen en het is altijd maar afwachten of de schrijver dat weet, laat staan dat hij het begrijpt en er iets mee doet.

De gesproken taal is literair, wat bij sommige personages niet werkt. Bovendien is het hier en daar moeilijk te volgen, ook omdat de vader soms wat slecht te verstaan is. Vervolgens zijn de beelden stemmig, wel filmisch in de zin van ‘beeldend’, maar ze ondersteunen meer de algehele stemming dan dat ze het actieve verhaal vertellen. Versterkt door de alom aanwezige warme viool- en gitaarklanken in veelal ongrijpbare melodieën en licht dissonante harmonische sequensen, zijn ze wat eendimensionaal. Ze hebben maar één kleur, die gaat over verlangen, dromen, hoop, maar nooit over vervulling.

De romantische verhalen, die zich afspelen in Georgië, Afrika en België (of Nederland, niet helemaal duidelijk) komen tot leven en blijken, vooral in symbolische zin, verstrengeld met het leven van vader en zoon. Het zijn mooie verhalen, bijna sprookjes, met als centrale thema de verstikkende banden van de ouderlijke ‘liefde’, die het volwassen worden van de kinderen in de weg staat, of de kinderen die ze zelf niet willen loslaten.

“Ga je niet weg?” vraagt de zoon. “Pas als jij ver genoeg bent,” antwoordt de vader. Hij is wijs, door schade en schande. Dat leren, dat komt ook terug in de verhalen.

Symbolen als de wind, de wolken, vliegende schepen, vliegers, de kleur rood en knopen, veel knopen, spelen een centrale rol en bouwen mee aan het melancholische rijk der verbeelding, om het maar eens in de taal van film te verwoorden. Het doet soms in de verte wat denken aan de taal van Peter Greenaway, die beelden en symboliek ook zo hoog acht.

De constructie is slim, aan het einde wordt alles ‘rond’, maar het voelt een beetje gekunsteld aan. De romantiek is voelbaar, de afzonderlijke aspecten kloppen allemaal, maar bij elkaar is het een optelsom van symbolen, van muziek en beelden, die de melancholie versterken, maar de kijker verder aan zijn lot over laten. En als die weer wakker is, moet hij zich toch afvragen:”waarom?” en zich ermee tevreden stellen dat hij geen antwoord krijgt. Als dat de bedoeling is, dan zijn de makers daarin geslaagd.

Arjen Dijkstra