Mata Hari (2025)

Recensie Mata Hari CinemagazineRegie: Joe Beshenkovsky, James A. Smith | 93 minuten | documentaire | Met: David Carradine, Calista Carradine

Sommige ouders praten met hun kinderen. David Carradine maakte een film.

De acteur achter Kung Fu en later de schurk in Tarantino’s ‘Kill Bill’ pompte vijftien jaar van zijn leven in een steeds verder ontsporende productie over Mata Hari, met zijn dochter Calista in de hoofdrol. Elk jaar draaiden ze enkele weken verder, in de hoop haar, net als in Richard Linklaters ‘Boyhood’, voor de camera te zien opgroeien. De film werd nooit voltooid. Maar de documentaire die uit het achtergelaten materiaal ontstaat, onthult iets veel interessanters dan een waarschijnlijk mislukt filmproject: een vader en dochter die voor de camera langzaam de vader en dochter werden die ze buiten de film nooit helemaal wisten te zijn.

Dat klinkt zwaarder dan de documentaire aanvoelt. Want ‘Mata Hari’ is verrassend grappig, energiek en vol leven. Carradine trekt als een eeuwige hippie door de jaren zeventig, tachtig en negentig, omringd door geliefden, acteurs, schulden, dromen en half afgemaakte scènes. Hoe verder de productie ontspoort, hoe moeilijker het wordt om niet van Carradine te houden. Hij is onverantwoordelijk, naïef, vaak egoïstisch en voortdurend stoned, maar tegelijk bezit hij een levenslust die aanstekelijk werkt.

De documentaire begrijpt dat zijn roekeloosheid onlosmakelijk onderdeel is van zijn charme. Hij experimenteert met LSD, verzamelt onderweg geliefden, geeft geld uit dat hij niet heeft en sleept cast en crew mee naar steeds nieuwe hoofdstukken van een film die nooit af lijkt te komen. Wanneer hij tijdens opnames in India water drinkt waarin lokale monniken zich wassen en vervolgens bijna sterft aan een infectie, voelt dat minder als een incident dan als een perfecte samenvatting van zijn manier van leven.
Een van de leukste terugkerende elementen is de botsing tussen Carradine en de Nederlandse ploegleden die betrokken raken bij de productie. Vooral regisseur Jos Stelling is daarin heerlijk als verteller. Terwijl Carradine bij hem thuis op de grond slaapt en zich overgeeft aan intuïtie, toeval, improvisatie en een bijna permanente staat van stonedheid, lijkt Stelling zich vooral af te vragen hoe deze productie überhaupt nog overeind staat.

Maar hoe amusant de productieperikelen ook zijn, gaandeweg verschuift de aandacht naar iets anders. Carradine castte zijn veertienjarige dochter als Mata Hari en bleef haar vervolgens jarenlang filmen. Terwijl de productie zich voortsleept, zien we Calista veranderen van meisje in jonge vrouw. Liefdes, ruzies, teleurstellingen en zwangerschappen vinden hun weg naar het script. Fictie en werkelijkheid beginnen steeds meer door elkaar te lopen. Op een bepaald moment is het niet langer duidelijk waar Mata Hari ophoudt en Calista begint.

Daarin schuilt ook de grootste kracht van de documentaire. De wederzijdse onmacht tussen vader en dochter vormt haar emotionele hart: twee mensen die elkaar liefhebben, maar elkaar pas echt lijken te vinden wanneer er een camera tussen hen staat. Carradine wil een goede vader zijn, maar lijkt nauwelijks te weten hoe. Zijn liefde voor zijn dochter staat nooit ter discussie, zijn vermogen om haar stabiliteit of richting te geven wel. Tegelijk voel je hoe belangrijk die jaarlijkse opnames voor Calista zijn. Niet alleen omdat ze een film maken, maar omdat ze dan tijd met haar vader heeft.

‘Mata Hari’ raakt daardoor iets fundamenteels. Het verlangen van een dochter naar haar vader. Het verlangen van een vader om aanwezig te zijn in het leven van zijn dochter. Misschien werkt de documentaire daarom zo goed met archiefmateriaal. De foto’s van David en Calista, de onafgemaakte scènes uit ‘Mata Hari’ en de vele herinneringen die door de film zweven, voelen minder als bewijsmateriaal dan als pogingen om een verdwenen moment vast te houden. Samen creëren ze een wereld waar je als kijker langzaam verliefd op wordt. Zelfs de met AI gereconstrueerde stem van Carradine werkt verrassend goed. Niet als technische gimmick, maar als een geest die blijft rondwaren in een film die hij nooit heeft kunnen afmaken.

De film ontleent haar emotionele kracht aan het besef dat alles waar we naar kijken verdwenen is. De filmset bestaat niet meer. Carradine is overleden. ‘Mata Hari’ werd nooit voltooid. Wat overblijft zijn beelden, foto’s en stemmen die samen een verloren wereld oproepen. Een wereld waarin een vader en dochter elkaar even vonden. Chaotisch, onverantwoordelijk en vaak destructief, maar ook warm, grappig en vol leven. Een wereld waar je als kijker verrassend graag deel van zou willen uitmaken.

Misschien is dat ook waarom de laatste minuten minder overtuigen. Zodra de documentaire Calista in het heden begint te volgen, verschuift de aandacht van die verloren wereld naar een werkelijkheid die zich nog steeds laat vastleggen. Niet omdat Calista vandaag minder interessant is, maar omdat de kracht van de film juist schuilt in herinnering, afwezigheid en verlangen. In het besef dat wat we zien niet meer terug kan komen.

‘Mata Hari’ is uiteindelijk een film over cinema. Over hoe een maker zo diep in zijn eigen project, obsessies en verlangens kan verdwijnen dat hij onderweg iets veel waardevollers vindt dan de film die hij probeerde te maken: een dochter en haar vader die dankzij de camera dichter bij elkaar komen dan het leven daarachter hen toeliet.

Martijn Smits

Waardering: 4

Bioscooprelease: 30 mei 2026 (exclusief bij Slieker Film)