Mensen van morgen (1964)

Regie: Kees Brusse | 96 minuten | documentaire

Kees Brusse is een van de eerste Nederlandse acteurs die een film- en toneelcarrière succesvol wist te combineren met werk voor radio, televisie en reclame. Zijn grootste bekendheid genoot hij ongeveer tussen 1950 en eind jaren zeventig. Hoewel de tachtigjarige acteur-regisseur nog actief aan het werk is, is hij met name bij de oudere generaties nog zeer geliefd en bekend. Als regisseur dwong Brusse vooral respect af met de documentaire ‘Mensen van Morgen’ uit 1964. Deze zwart-wit film is door het Filmmuseum geheel gerestaureerd en wordt opnieuw uitgebracht te midden van een serie andere films van – en met – Kees Brusse. De fraai gerestaureerde film wordt ook wel een ‘psycho-montage’ genoemd, waarin Brusse jonge mensen interviewt over hun verwachtingen, dromen en frustraties op het terrein van de liefde, ouders, seks en persoonlijke ambities. De film baarde in 1964 veel opzien. Aan de populariteit kwam abrupt een einde toen de film na drie weken op last van de rechter uit de bioscoop werd gehaald. Een van de ouders had zich beklaagd over de al te openhartige uitlatingen van zijn zoon. Twee jaar na de Nederlandse versie heeft Brusse ook een Duitse versie gemaakt. De geïnterviewden schuwen heftige uitspraken niet. Een van de jongeren is homoseksueel, een andere prostituee, een derde heeft al enkele keren de gevangenis van binnen gezien. De vormgeving is opvallend en maakt de film ook boeiend; Brusse filmde in dramatisch zwart-wit, maakte veel gebruik van close-ups en doorsneed de gesprekken met andere interviewfragmenten, waardoor de gespreksdeelnemers – allen apart van elkaar in een studio gefilmd – op elkaars uitspraken lijken te reageren. De jazzmuziekfragmenten geven de film een interessante, tijdgebonden omlijsting.

‘Mensen van morgen’ is een boeiend tijdsbeeld van de jaren vlak voordat de culturele en seksuele bevrijding van de jaren zestig aanbrak, waarin de degelijke, eenvoudige en bekrompen sfeer van de jaren vijftig nog kan worden opgesnoven. Vooral de geïnterviewde boerendochter toont een haast aandoenlijk archaïsche moraal van die tijd. De homoseksuele jongeman in de film is zeer gegeneerd om zijn geaardheid en wordt onherkenbaar in beeld gebracht. Aan de andere kant lijken veel uitspraken van de jongeren volkomen tijdloos; hoewel in haast ouderwets Nederlands geformuleerd zouden zij ook nu nog door jongeren kunnen worden uitgesproken. Daarbij zijn de scènes waarin het thema seks wordt aangeroerd soms erg geestig; in hun schroom weten de jongeren het woord knap te vermijden, maar tussen de regels door toch veel te zeggen. Bijzonder eloquent en soms ontroerend is de jongeman die heldhaftig strijd met zijn hevige lichamelijke gebreken. Met oog voor detail registreert de camera veelzeggende gebaren en uitdrukkingen van de geïnterviewden.

Sommige thema’s komen echter wat vaak terug en worden te lang uitgesponnen, waardoor de film in zijn geheel een wat te lange zit is geworden. Maar als document is het zeker de moeite waard om te bekijken.

Endre Timar