Mijn naam is Eugène – Mein Name ist Eugen (2005)

Regie: Michael Steiner | 100 minuten | komedie, avontuur, familia | Acteurs: Manuel Häberli, Janic Halioua, Dominic Hänni, Alex Niederhäuser, Beat Schlatter, Mike Müller, Monika Niggeler, Patrick Frey, Sabina Schneebeli, Laura Weibel, Jürg Löw, Stephanie Japp, Christoph Gaugler, Marlise Fischer, Stephanie Glaser, Norbert Schwientek, Ruth Bannwart, César Keiser, Hans Leutenegger, Werner Biermeier, Peter Winkler, Ulrich Blum, Pablo Aguilar, Fabrizio Casula, Stefan Rutz, Viktor Giaccobo, Stefan Gubser, Daniela Ganz, Thomas U. Hostettler, Heino Orbini, Nella Martinetti, Max Rüdlinger, Domenico Pecoraio, Jevgenij Sitochin, Christof Oswald, Wanda Wylowa, Sabrina Aebischer

Familiefilm ‘Mijn naam is Eugène’ speelt zich af in het Zwitserland van begin jaren zestig. De eerste man is nog niet op de maan geweest en de mensen zijn bang voor een atoomoorlog (bewijs daarvan is de overvolle kelder met blikken proviand). Eugène is de hoofdpersoon uit de boeken van Klaus Schädelin, een schrijver die de populariteit van ‘Heidi’ in eigen land wist te evenaren. Samen met zijn vriendje Franz, bijnaam Wrigley, omdat hij allerlei toepassingen heeft voor kauwgum van dat merk, haalt hij het liefste kattenkwaad uit.

Als één van die streken uitloopt op een ramp van, letterlijk, meerdere niveau’s, besluiten ze hun straf niet af te wachten, maar weg te lopen. Het zusje van Wrigley wordt netjes vastgebonden en een spons wordt in haar mond geduwd; ze laten haar achter met de boodschap dat ze “lekker toch naar het padvinderskamp zijn”, om zo de ouders op een verkeerd spoor te brengen. Want natuurlijk gaan ze niet naar de scouting, ze willen op zoek naar de enige echte koning van het kattekwaad, Fritzli Bühler! Deze Fritzli heeft ooit in hun appartementencomplex gewoond en daar een schatkaart verstopt. Fritzli woont nu in Zürich, weet Eugène, want hij stuurt nog jaarlijks een ansichtkaart naar zijn tante Melanie (die bij de twee jongens in hetzelfde gebouw woont).

Eugène en Wrigley willen als verstekeling mee in een goederentrein, maar als de conducteur hen betrapt, komen ze toch bij de scouts terecht. Daar pikken ze, na enig aanhouden, hun vriendjes Bäschteli en Eduard op. Ondertussen zijn de ouders van Wrigley en Eugène achter de vlucht van hun zoons gekomen en zijn deze al bekvechtend met elkaar op zoek naar de kwajongens. Als de ouders van Bäschteli dan ook nog een beloning van 15.000 Zwitserse Franken uitloven voor de vondst van de vier jongens, lijkt heel Zwitserland wel achter ze aan te zitten.

Groot voordeel van deze boekverfilming is dat het verhaal heel goed in elkaar zit. Alle losse eindjes worden aan elkaar geknoopt. Daar komt nog bij dat de kwaliteit van de produktie bijzonder hoog is. ‘Mijn naam is Eugène’ ziet er gelikt uit, op een aantal fragmenten na. Zo is de scène met de stier wel erg duidelijk op de computer gemaakt. Het is dan ook de duurste Zwitserse film ooit. Omdat er duidelijk gemikt wordt op het hele gezin, is er een hoog ‘voor elk wat wils’ gehalte. Spanning, avontuur, humor (vaak vanuit de slapstickhoek), maar ook leuke woordspelingen en zelfs een beetje romantiek. De sfeer van het oude Zwitserland is prima weergegeven, dankzij het gebruik van dezelfde kleuren in verschillende tinten in de beelden wordt een oude look gecreëerd. Denk ‘Pietje Bell’, voeg een snufje adembenemende Zwitserse natuur toe en je zit in de goede richting.

De cast heeft overduidelijk lol in het spelen in de film en presteert goed, zelfs de kinderen overtuigen. Leuk zijn ook de geschreven teksten en getekende aanwijzingen op het scherm, alsmede de grappige voice-over van Eugène. Nadeel van de film is de speelduur, en na de eerste twee “valse eindes” heb je dat grapje ook wel door. Ook wordt het gebruik van clichématige personages niet altijd ontweken. Maar ‘Mijn naam is Eugène’ is ondanks deze minpuntjes een leuke avonturenfilm vooral voor jong, maar ook zeker voor oud.

Monica Meijer