Modern Times (1936)

Regie: Charles Chaplin | 83 minuten | drama, komedie, romantiek | Acteurs: Charles Chaplin, Paulette Goddard, Henry Bergman, Tiny Sandford, Chester Conklin, Hank Mann, Stanley Blystone, Al Ernest Garcia, Richard Alexander, Cecil Reynolds, Mira McKinney, Murdock MacQuarrie, Wilfred Lucas, Edward LeSaint, Fred Malatesta    

Rowan Atkinson, Jacques Tati, Danny Kaye, Buster Keaton, Laurel & Hardy… allemaal begenadigde visuele komieken, die met hun eigen soort slapstickhumor menig toeschouwer aan het lachen kregen. Toch torent één naam, in ieder geval qua bekendheid en populariteit, torenhoog boven hen uit. Een komiek uit het tijdperk van de stille film, die een ware alleskunner was en zowel als filmmaker en persoon een onuitwisbare indruk heeft gemaakt op de wereld. Het gaat natuurlijk om niemand minder dan Charles – of Charlie – Chaplin. In ‘Modern Times’ zou hij voor de laatste keer ten tonele verschijnen als de Tramp (de Vagebond), zijn iconische creatie die wereldwijd bekend is geworden. Die bolhoed, het zwarte pak, die wandelstok, en natuurlijk dat waggelende loopje: de Tramp ís Chaplin: de eeuwige underdog die weigert zich te laten knechten door de maatschappij en wiens vrije geest en doorzettingsvermogen hem altijd weer doet zegevieren. Dit is nergens zo evident als in wat waarschijnlijk zijn grappigste film ooit is: ‘Modern Times’.

Charlie Chaplin was als persoon bijzonder maatschappelijk geëngageerd en dit kwam dikwijls terug in zijn films. Zo ook in ‘Modern Times’, waarin Chaplin het industrialisme en lopende band systeem aan de kaak stelt, waarin mensen ofwel worden vervangen door machines ofwel zelf praktisch een onderdeel van de machine worden. Dit laatste gebeurt in de film letterlijk, wanneer Chaplin, na een chaotische sessie aan de lopende band, op de band terecht komt en de machine in wordt gezogen. In een surreëel aandoende scène wordt Chaplin tussen de grote tandwielen en raderen van de machine heen getrokken, terwijl hij onverstoorbaar door gaat met het aandraaien van bouten met zijn twee draaitangetjes. Dan wordt de machine stopgezet en in zijn achteruit gezet, waardoor Chaplin de machine weer wordt uitgespuugd. Deze samenloop van omstandigheden zorgt ervoor dat Chaplin nu letterlijk en figuurlijk is doorgedraaid. Het geestdodende lopende bandwerk is nu als een automatisme in zijn gedrag aanwezig, waardoor hij alles voor schroefjes of bouten aanziet die aangedraaid moeten worden. De knopen op de jurk van verschillende aanwezigen zijn mooie doelwitten, en komisch aangezien deze zich natuurlijk op verschillende gevoelige plekken bevinden. Dus rent Chaplin herhaaldelijk verschrikt weglopende vrouwen achterna om hun knoopjes onder handen te kunnen nemen. Erg komisch. Maar ook het soepbord van zijn collega kan hij niet meer op een normale manier vastpakken, en de inhoud spettert dan ook alle kanten op. Hij is volkomen losgeslagen en danst als een vrolijke, van zijn ketenen bevrijde gevangene de fabriek rond, terwijl hij iedereen die hem probeert tegen te houden met zijn oliepotje onderspuit.

Onder het mom van een zenuwinzinking wordt hij in het ziekenhuis opgenomen, maar eigenlijk moet Chaplins gedrag als een natuurlijke reactie worden gezien op de onmenselijke behandeling van de fabrieksarbeiders. Wanneer hij uit het ziekenhuis komt en de fabriek gesloten blijkt, wordt hij in een mooie scène van persoonsverwarring aangezien voor de leider van een communistische opstand, waardoor hij in de gevangenis terecht komt. Hoewel dit alles op een misverstand berust, is zijn hele gedrag wel degelijk opstandig te noemen. Hij weigert om een onpersoonlijk, uitgebuit rad in de grote machine van de corporaties te worden. Hij is in geen enkel systeem te vangen en is vooral zichzelf. Dat is ook een belangrijk onderdeel van zijn onweerstaanbare kwaliteit. Of hij nu in een fabriek, een warenhuis, of een restaurant werkt, hij slaagt er nergens in om een standaardwerknemer te worden. Zelfs in de gevangenis is het onmogelijk om Chaplin in de pas te laten lopen. Nu zijn z’n rebelse gedragingen weliswaar het gevolg van zijn ongewilde consumptie van naar binnen gesmokkeld “neuspoeder”, maar het is wel exemplarisch voor het karakter van de Vagebond. Wanneer het fluitje van de bewaker gaat, waarna de in de rij staande gevangen moeten gaan lopen of een halve draai moeten maken, loopt of draait Chaplin altijd te ver of te lang door. Simpele humor, maar effectief door het genot dat de kijker krijgt vanwege de impliciete lange neus die gemaakt wordt naar de autoriteit.

Hoewel Chaplin vervroegd uit de gevangenis wordt vrij gelaten door zijn hulp bij een interne opstand, is dit niet wat hij wilde, zoals hij de bewaker ook laat weten. Eigenlijk wil hij nog wat langer blijven, aangezien hij zich zo gelukkig voelt. Het is tekenend voor de schrijnende sociale situatie in de buitenwereld, dat Chaplin de muren van de gevangenis hierboven verkiest. Zodra hij buitenkomt, probeert hij dan ook zo snel mogelijk weer vast te komen. Dit is ook hoe hij zijn romantische liefde tegenkomt. Wanneer een mooi, maar arm en op de straat levend meisje (Paulette Goddard) zojuist een brood uit een geparkeerde auto heeft gestolen en, in haar vlucht van de politie, tegen de voorbijlopende Chaplin oploopt, vertelt deze aan de politie dat niet zij maar hij het brood gestolen heeft. Het werkt niet direct maar deze bewuste ontmoeting is bepalend voor hun toekomst. Wanneer hun wegen elkaar even later weer kruisen en ze samen besluiten te vluchten voor de politie zijn ze onafscheidelijk. Het is een schattige relatie, met een vaak lief lachende Chaplin en een overdadig vrolijke Paulette Goddard. Het is grappig hoe ze hun toekomst samen voorstellen, met vruchten die ze zo van de bomen kunnen plukken en melk van een op commando reagerende koe kunnen drinken. En dit alles vanuit hun eigen huis en tuin. Hun eigen krakkemikkige huisje is nog schattiger, omdat alles misgaat – balken vallen van het plafond, Chaplin zakt met zijn stoel door de vloer, en hij heeft een pijnlijke duik in het nabijgelegen, ondiepe riviertje – maar niets ertoe doet omdat ze vrij zijn en van elkaar houden. Ze worden nergens chagrijnig door en blijven continu lachen. Erg zoet, misschien, maar tevens erg aandoenlijk.

Hoewel de film al deze sociale betrokkenheid en maatschappelijk commentaar bezit en er allerlei diepzinnige analyses op los gelaten kunnen worden, is het bovenal een feest van geïnspireerde slapstickmomenten. De film is een aaneenschakeling van komische scènes en neemt nauwelijks de tijd om op adem te komen. Vrijwel alles, zelfs de romantische, emotionele scènes gaat gepaard met humor. Zo verloopt Chaplins ontmoeting met een speciale voedermachine in de fabriek, bedoeld om efficiëntie te bevorderen, niet bepaald soepel wanneer het ding kortsluiting krijgt en Chaplin een gewelddadige confrontatie heeft met een op hol geslagen maïskolf en hij onder wordt gegoten met borden soep. Zijn geblinddoekte partijtje rolschaatsen, vlak langs een gevaarlijke rand, op de bovenverdieping van een warenhuis is een briljant en elegant staaltje slapstick, en zijn ook de problemen die hij als ober ondervindt bij het bezorgen van een gebraden kip onderdeel van een sterk, en komisch staaltje choreografie.

Alleskunner Chaplin – hij regisseert, acteert, produceert, en componeert de muziek (waaronder het klassieke liefdesthema “Smile”) – heeft met ‘Modern Times’ een komisch meesterwerkje afgeleverd. Chaplin heeft altijd zijn eigen instinct gevolgd. Hoewel er al bijna tien jaar synchroon geluid mogelijk was in film, besloot Chaplin om zijn Tramp stil te houden omdat hij meende dat spraak de magie van het personage zou doorbreken en het publiek dit niet zou accepteren. Het lijkt de juiste keuze te zijn geweest. De herkenbare, aantrekkelijke mimiek van de Tramp – waarmee hij zijn verbazing, liefde, angst, en vele andere emoties zo treffend weet te communiceren – en zijn fysieke humor werken hier als nooit te voren. Het unieke personage van de Tramp en de bizarre situaties waarin hij verzeild raakt, maken van ‘Modern Times’ een film die nog altijd bijzonder goed amuseert. Dat de film daarnaast ook inhoudelijk nog wat te melden heeft, is het kersje op de taart.

Bart Rietvink

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 27 maart 1936
Bioscooprelease: 13 maart 2014 (digitaal gerestaureerd, re-release)