Mondria(a)n, en route to New York (2025)

Recensie Mondria(a)n, en route to New York CinemagazineRegie: Pim Zwier | 72 minuten | documentaire

“Omdat ik Nederlander ben, moet ik eerst naar Nederland voor mijn visum, met veel bagage, wat in deze oorlogstijd erg moeilijk is… Ik kan ook niet tegen de kou.” Het zijn woorden van Piet Cornelis Mondriaan (1872–1944) die vandaag bijna onwerkelijk banaal klinken. Alsof de Tweede Wereldoorlog slechts een hinderlijke administratieve omweg was. Mondriaan, pionier van De Stijl, verwierf wereldfaam met zijn strakke lijnen, primaire kleuren en geometrische vlakken, die hun culminatie vonden in het onvoltooide Victory Boogie Woogie. In ‘Mondria(a)n, en route to New York’ vertelt documentairemaker Pim Zwier hoe weinig het scheelde of dat meesterwerk had nooit het daglicht gezien.

Het is 1937 en ook Mondriaan voelt de bui hangen. Hij woont op dat moment in een van de kunsthoofdsteden van de wereld waar hij zich laat inspireren: Parijs. Hij droomt er echter van om naar New York te gaan, naar dat “land dat zichzelf tot zulke grote hoogten heeft gebracht” en een omgeving is van de “hoogste esthetische cultuur”. Hij moet voorlopig genoegen nemen met Engeland, waar hij in een buitenwijk van Londen, Hampstead, in 1938 neerstrijkt. De Britse mentaliteit vindt hij maar niets en de nakende Blitzkrieg al helemaal niet, dus beslist hij om in 1940 eindelijk werk te maken van zijn droom. Hij moet eerst nog één obstakel overwinnen: bureaucratie.

Hoewel Zwier in zijn documentaire speels omgaat met Mondriaans visuele taal — het scherm wordt opgedeeld door kenmerkende lijnen waarin verschillende fragmenten gelijktijdig worden getoond — blijft de film opmerkelijk monotoon. “De focus ligt uitsluitend op de laatste zes jaren van Mondriaans leven, met name zijn vlucht naar de VS, terwijl eerdere, cruciale fases van zijn artistieke ontwikkeling grotendeels buiten beeld blijven — geen onbelangrijke lacune voor kijkers die minder vertrouwd zijn met zijn oeuvre.”

De film baseert zich op een beperkt fragment van Mondriaans leven, aan de hand van zijn brieven aan vriend en mecenas Harry Holtzman, die nauwelijks worden gekaderd, en in het Engels worden voorgelezen met een uitgesproken Nederlands accent. Het resultaat is een afstandelijk portret dat zelden weet te inspireren. De film ontleent zijn kracht vooral aan de contrasten en contradicties van de late jaren 30, die via een vernuftige montage tegenover elkaar worden geplaatst: ordelijk marcherende Duitse soldaten op een dreunende trom tegenover een nonchalante drummer met een bengelende sigaret, of eenvoudigweg de kleurrijke lijnen van Mondriaan tegenover grauwe zwart-witbeelden.

Is dit een documentaire over Piet Mondriaan? Met momenten. We leren dat hij een twijfelaar is en alleen in hoogstnodige situaties afwijkt van zijn kunst, maar de persoon Mondriaan (vanwege bronmateriaal?) blijft opvallend afwezig, met als gevolg dat de archieffilm eerder aanvoelt als een montage van beelden uit de Tweede Wereldoorlog – de film is nog geen vijf minuten bezig of archiefbeelden van Hitler, omringd door massa’s met geheven rechterarm en swastikavlaggen, vullen al het scherm. Zwier gebruikt de kunstenaar en zijn werk vooral als middel om te waarschuwen voor extremisme, eerder dan als uitgangspunt voor een verdiepend portret. De schoonheid van kunst is immers dat deze niet omlijnd is, zoals, ironisch genoeg, in het geval van Mondriaan. De makers tonen niet toevallig de befaamde Entartete Kunst (ontaarde kunst) tentoonstellingen van de nazi’s, waar ‘slechte’ kunst (lees: niet conform hun opgelegde regels) werd tentoongesteld.

Ondanks alle strubbelingen in zijn privéleven en de nakende oorlog blijft Mondriaan optimistisch en stelt hij dat “de mensheid zal samenkomen” en dat “ook deze donkere tijden voorbijgaan”. Het is een mooie boodschap die de film meegeeft, maar ze komt van een kunstenaar over wie we na afloop nauwelijks meer inzicht hebben verworven.

Nick Majchrowicz

Waardering: 2.5

Bioscooprelease: 8 januari 2026