Monikondee (2025)
Regie: Tolin Alexander, Siebren de Haan, Lonnie van Brummelen | 103 minuten | documentaire
Suriname is een land met een bewogen geschiedenis. Voordat de Engelsen er in 1650 voet aan wal zetten, werd het land bewoond door inheemse stammen als de Kalinya (Caraïben), Lokono (Arawakken), Akoerio, Trio en Wayana. Met de komst van de blanke kolonisten stierven ze grotendeels uit of gingen ze op in andere volkeren. Tegenwoordig vormen de inheemsen nog maar een kleine vier procent van de Surinaamse bevolking. Suriname werd in 1667 een Nederlandse kolonie en plantage-economie die lange tijd dreef op het bloed en zweet van uit Afrika ingescheepte slaven. Het land verwierf pas in 1975 zijn onafhankelijkheid.
De nakomelingen van de vele gevluchte slaven (marrons) slaagden er lange tijd wonderwel in om de kapitalistische maatschappij op afstand te houden. Ze wisten te overleven door hun voorouderlijke kennis te combineren met wat ze leerden van de oorspronkelijke inwoners. Ontsnappen aan de tentakels van het destructieve grootkapitaal wordt in de moderne tijd echter lastiger en lastiger. ‘Monikondee’ neemt je mee op een reis over de rivier de Marowijne die inzicht biedt in de clash tussen traditie en moderniteit.
Onze gids is de sympathieke bootsman Boogie, die letterlijk en figuurlijk heen en weer pendelt tussen deze twee werelden. Hij levert essentiële goederen aan de Surinamers die nog op traditionele wijze in hun levensbehoeften voorzien, maar voorziet ook de louter op snel geld beluste goudzoekers van olie. Veel van de gesprekken en dialogen in de film zijn nagespeeld, maar wel gebaseerd op een berg documentatie en vele interviews die de makers afnamen. Visueel is de film een lust voor het oog. De grillige Marowijne, die als een reusachtige anaconda door het nog grotendeels met ongerept regenwoud bedekte binnenland van Suriname kronkelt, is een personage op zich en wordt fraai vanuit alle hoeken en standen in beeld gebracht. Daarnaast krijgen we een mooi inkijkje in de leefwijze van de inheemse bevolking en de marrongemeenschappen.
Eén ding komt in ‘Monikondee’ duidelijk naar voren: de groeiende invloed van het westerse kapitalisme is bepaald geen zegen voor veel Surinamers en de (nog) weelderige natuur waarmee het land begiftigd is. Geheel volgens het mondiaal dominante neoliberale concept wint hebzucht in toenemende mate van duurzaamheid, sociale cohesie, tradities, respect voor andere levensvormen en menselijkheid. Enkele winnaars (multinationals, corrupte politici, een select groepje ondernemers) plukken de vruchten van de ‘vooruitgang’, het leeuwendeel van de mensen blijft met een schamele aalmoes en verwoest leefmilieu achter. De reizen en gesprekken van Boogie maken op pijnlijke wijze duidelijk hoe klimaatverandering, milieuvervuiling en ontbossing de levenswijze van de ‘inlanders’ bedreigen. Ze willen graag op vertrouwde voet verder leven, maar dat wordt steeds lastiger. De goudwinning vervuilt het rivierwater, terwijl overstromingen en lang aanhoudende droogtes hun velden en de wouden minder productief maken. De trotse, grotendeels zelfvoorzienende mensen zijn daardoor steeds vaker aangewezen op riviernomaden als Boogie.
Ondanks de verontrustende boodschap is ‘Monikondee’ zeker geen door en door pessimistische rolprent. De humor in de ontmoetingen en dialogen creëert lichtvoetige intermezzo’s, terwijl het ook hoopvol is dat er nog mensen zijn die strijden voor traditie en het behoud van het rijke natuurlijke erfgoed van Suriname. Een belangrijke film die persoonlijke lotgevallen fraai en integer koppelt aan de universele problemen die sluipenderwijs de wereld beroven van veel van haar schoonheid.
Frank Heinen
Waardering: 4
Bioscooprelease: 20 november 2025
