Monsters (2010)

Regie: Gareth Edwards | 94 minuten | drama, thriller, science fiction | Acteurs: Whitney Able, Scoot McNairy, Fernando Lara

‘Monsters’ bewijst maar weer eens dat je geen astronomisch budget nodig hebt om een ijzersterke film te maken. Debuterend regisseur Gareth Edwards – van huis uit visuele effectenmaker voor de BBC – toog met twee professionele acteurs en een miniem filmploegje naar Midden-Amerika om daar zijn eigen monster movie op te nemen. Edwards maakte gebruik van locaties waar hij tijdens de reis toevallig tegenaan liep, charterde de lokale bevolking voor de bijrollen, liet de dialogen voor een groot deel improviseren en knutselde na afloop zelf de speciale effecten in elkaar. Het resultaat is een aangrijpende, felrealistische mix van monster movie, road movie en liefdesverhaal, die je aan het denken zet over hoe wij als mensheid omgaan met elkaar, de natuur en alles wat anders is.

In ‘Monsters’ hebben buitenaardse wezens het noorden van Mexico gekolonialiseerd. Zes jaar na het neerstorten van een besmette ruimtesonde is hun aanwezigheid een voldongen feit; de helft van het land is in quarantaine gesteld en de Verenigde Staten hebben hun zuidgrens beveiligd met een hoge muur om te voorkomen dat de wezens verder oprukken. Daarnaast voert het leger geregeld bombardementen uit. De Mexicanen moeten er ondertussen maar mee leren leven dat er bij uitbraken aan hun zijde van de no go-zone slachtoffers vallen. Het verhaal volgt fotograaf Kaulder (Scoot McNairy), die naar Mexico is gereisd om lucratieve plaatjes van de aliens te schieten. Zijn plannen vallen in duigen als zijn baas hem vraagt om rijkeluisdochter Sam (Whitney Able) te begeleiden bij haar terugreis naar Amerika. Door omstandigheden wordt het tweetal gedwongen om een gevaarlijke route door geïnfecteerd gebied te nemen, wat hen nader tot elkaar brengt.

‘Monsters’ moet het meer van de sfeer dan van de actie hebben. Geen tentakelspektakel, epische veldslagen of hoog opgeklopt Hollywooddrama dus, maar broeierig is de film des te meer. Er is een onderhuidse spanning die versterkt wordt door de gelatenheid van de plaatselijke bevolking; het is pijnlijk duidelijk dat Kaulder en Sam zich op onbekend terrein bevinden. Juist door op een subtiele, bijna terloopse manier te werk te gaan laat Edwards je geloven dat het fictieve Mexico uit ‘Monsters’ echt bestaat: borden die aangeven hoe ver je verwijderd bent van de infected zone, vliegtuigwrakken, een plein met gedenktekens voor de slachtoffers van de monsters. Dit realisme vind je ook terug in de dialogen, die niet door een scenarioschrijver werden ingefluisterd maar door de acteurs zelf werden ingevuld. Wat je krijgt zijn échte gesprekken – met het nodige gewauwel en af en toe een wonderschone observatie, zoals de opmerking dat mensen die een muur optrekken om de ander buiten te sluiten in wezen een gevangenis bouwen voor zichzelf.

Je zou ‘Monsters’ kunnen zien als een aanklacht tegen het migrantenbeleid van de V.S., maar omdat Edwards voornamelijk registreert en geen stelling neemt kun je het verhaal op meerdere manieren interpreteren. Zo valt er te discussiëren over wie er in ‘Monsters’ nou eigenlijk de monsters zijn. Edwards presenteert zijn aliens niet als een invasiemacht met foute bedoelingen, maar als organismes die net als aardse levensvormen vechten voor hun voortbestaan. Als Sam en Kaulder tijdens hun tocht getuige zijn van een paringsritueel wint de verwondering het even van de angst. De scène is zo mooi in beeld gebracht dat je er het commentaar van David Attenborough bij verwacht, en doet je afvragen of het platbombarderen van de wezens de enige optie is.

‘Monsters’ is een ontroerende, ingetogen film die je meezuigt in een wereld die ongewoon authentiek aandoet, met personages van vlees en bloed, herkenbare situaties, spaarzame maar indrukwekkende monstereffecten en een ontknoping die je met een knoop in de maag achterlaat. Zelden was een creature feature zo mooi en melancholiek. Zien!

Paula Koopmans