Murders in the Rue Morgue (1932)

Regie : Robert Florey | 61 minuten | horror | Acteurs : Sidney Fox, Bela Lugosi, Leon Ames, Bert Roach, Betty Ross Clarke, Brandon Hurst, DArcy Corrigan, Noble Johnson, Arlene Francis

Losjes gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Edgar Allan Poe, begint ‘Murders in the Rue Morgue’ uit 1932 veelbelovend en exotisch wanneer we beelden van een in Parijs neergestreken circus zien. En bij het aanschouwen van de sinistere Dr. Mirakle, diens aap Erik en bij Dr. Mirakle’s woorden dat ‘… I tell you I will prove your kinship with ape…Erik’s blood shall be mixed with the blood of man!…’ is er direct het vermoeden dat er duistere tijden op stapel staan. En wel door het handelen van Dr. Mirakle die vrouwen ontvoert en ze inspuit met bloed van zijn aap om de verwantschap van de mens met de aap te bewijzen.

Voor de kenners zal opvallen dat er in de verfilming van regisseur Robert Florey wel wat afwijkingen zijn ten opzichte van Poe’s verhaal. En dat deze ook niet al te origineel zijn, hoewel Floreys semi-wetenschappelijke insteek de geloofwaardigheid van de gebeurtenissen wel vergroot. De verschillende uitgangspunten doen denken aan die in ‘Das Cabinet von Dr. Caligari’, en lijken daar ook duidelijk door geïnspireerd, evenals dat herhaaldelijk bij de her en der ietwat macabere en expressionistisch getinte decors en de cameravoering het geval is. Afgezien daarvan is de vormgeving van de decors, overeenkomstig tal van Universalfilms uit deze jaren, goed verzorgd: beelden van nachtelijk Parijs, donkere en schaars verlichte straatjes, beelden van daken van de Parijse huizen, mistnevels… het zijn elementen waarvan Universal ook hier vakkundig gebruik van maakt. Met daarnaast ouderwetse kostuums, goede belichting, een juist gebruik van licht en donker en van schaduwen en een camaravoering waar weinig tot niets op is af te dingen is de totstandkoming van een sfeervolle duistere achtergrond waartegen de gebeurtenissen zich afspelen wel verzekerd.

Verder is Dr. Mirakle niet van plan zich door iets of iemand te laten weerhouden bij de uitvoering van zijn even waanzinnige als misdadige experimenten. En wanneer zijn aap Erik een wel bijzondere interesse vertoont in de jonge Camille, ziet hij in haar een ideaal proefkonijn. Zijn handelingen zorgen dan ook voor diverse taferelen die om de nodige bezorgdheid voor haar welzijn leiden, evenals het handelen van zijn aap dat doet. Hetgeen ook het geval is bij de slachtoffers die door hen beiden worden gemaakt, op een voor de slachtoffers op een pijnlijke en weinig benijdenswaardige wijze. Naar hedendaagse maatstaven wellicht niet al te gruwelijk, maar wel iets dat voor een film uit 1932 herhaaldelijk nogal expliciet en indringend wordt weergegeven. In combinatie met de onheilspellende uitspraken van Dr. Mirakle en de vorderingen bij de uitvoering van zijn duistere plannen, zorgt dit voor een geslaagde aanwezige achtergronddreiging bij de langskomende gebeurtenissen. De conclusie is dat de opzet van regisseur Florey bij de creatie van een duistere achtergrond en de creatie van beelden die voor de nodige horror moeten zorgen geslaagd te noemen is.

Traditiegetrouw komen er ook de nodige minpunten in deze productie voor. Universal blijkt niet echt aandacht te besteden aan de verschillen tussen een chimpansee en een gorilla, en in diverse scènes is de overgang van de echte chimpansee naar de overduidelijke man in een gorillapak niet al te overtuigend. Meer schermtijd voor Dr. Mirakle en zijn achtergrond in plaats van voor niet ter zake doende scènes aangaande de romance tussen Pierre en Camille zou welkom zijn geweest, evenals een wat sneller tempo in het middenstuk dat is. Ook komen er in diverse te lang durende scènes nogal gedateerd aandoende humor met dito dialogen voorbij, iets dat nogal misplaatst overkomt in de sfeer van deze productie. Het werkt ook enigszins ondermijnend. Jammer, want gezien de verdienstelijk uitgewerkte onderdelen had, met de nodige accentverleggingen, deze productie zich wellicht kunnen voegen in het rijtje van de kwalitatief meest opvallende horrorklassiekers van de Universal studio’s.

Verder is er weinig diepgang in de karakters die de revue passeren. We zien horrorveteraan Bela Lugosi verschijnen in een rol die inhoudelijk weinig verrassingen biedt gezien het veelvoud van doorgeslagen kwaadaardige geleerden die Lugosi in de loop der jaren heeft gespeeld. Wel heeft hij als Dr. Mirakle met zijn donkere borstelige wenkbrauwen en krullende haardos een opvallend afwijkend uiterlijk ten opzichte van zijn overige optredens. Toch verkeert Lugosi weer in goede vorm en leveren zijn manier van doen als de getikte geleerde en de gezichtsuitdrukkingen die hij vertoont ook nu weer een bijdrage aan de sinisterheid en de dreiging die zijn personage uitstraalt. Aardig werk van Sidney Fox als Pierre’s verloofde Camille, maar kwalitatief niet altijd even overtuigend werk van Leon Waycoff als de student Pierre die Dr. Mirakle op het spoor komt. Evenmin al te overtuigend werk van Bert Roach als diens vriend Paul, hoewel de op diverse punten gekozen humoristische insteek zijn beperkingen voor hem met zich meebrengt. Wel is Noble Johnson degelijk als Mirakle’s zwijgende assistant Janos en zien we een, hoewel qua schermtijd vrij beperkt, keurig optreden van D’Arcy Corrigan als de beheerder van het mortuarium.

Het maakt deze ‘Murders in the Rue Morgue’ niet tot de beste horrorfilm van Universal ooit, maar wel ondanks het relatief simpele verhaal tot een in kwalitatief op meerdere punten en een qua sfeer effectieve horrorfilm. Ook een die de te korte speelduur doet betreuren. Een sfeervol stuk entertainment voor de fans van Lugosi en liefhebbers van Universal-horrorklassiekers.

Frans Buitendijk