My Cousin Vinny (1992)

Regie: Jonathan Lynn | 120 minuten | komedie, misdaad | Acteurs: Joe Pesci, Ralph Macchio, Marisa Tomei, Mitchell Whitfield, Fred Gwynne, Lane Smith, Austin Pendleton, Bruce McGill, Maury Chaykin, Pauline Myers, Raynor Scheine, James Rebhorn, Chris Ellis

Onder regie van Jonathan Lynn speelde Cuba Gooding Jr. in ‘The Fighting Tempations’. De Oscarwinnaar ontving vervolgens een nominatie voor een Razzie Award in de categorie Worse Actor. Ai, ai, ai. Nee dan ‘My Cousin Vinny’. Deze eveneens door Lynn geregisseerde komedie leverde Marisa Tomei een Oscar voor Best Actress in a Supporting Role op. Haar tegenspeler Joe Pesci werd gekroond tot Funniest Actor in a Motion Picture en ging met een American Comedy Award naar huis.

‘My Cousin Vinny’ is Kafka’s Der Prozess met een fikse Hollywood-twist. Wat is het geval? Twee tieners jatten een blik tonijn, hun verkoper wordt neergeknald, ze belanden in de gevangenis en moeten zich verantwoorden voor deze moord. Enter neef Vinny Gambini (Joe Pesci) en zijn vriendin Mona Lisa Vito (Marisa Tomei).

Du moment dat zij in beeld verschijnen, verdwijnen de twee stakkerds naar de achtergrond. En dat is maar goed ook, want ze voegen niets toe. Ex-Karate Kid Ralph Macchio, die in de film Vinnys neef speelt, heeft weinig tekst en kijkt vooral wezenloos om zich heen. Zijn partner in crime is even suf. Bovendien is Mitchell Whitfield te ouwelijk om voor een tiener door te gaan.

Neef Vinny komt in beeld bij gebrek aan geld voor een échte advocaat. De lefgozer met kuif, cowboylaarzen en lederen outfits, heeft er zin in: hij zal de jongens wel even redden van het schavot, gelooft hij. En dat terwijl hij pas zes weken advocaat is, nooit eerder een rechtszaal van binnen heeft gezien en dit het eerste moorddossier is dat hij openslaat. Hij is in alle opzichten een advocaat from hell. Niet alleen heeft hij nul wetskennis, hij is ook nog eens te onconventioneel. Hij praat niet als een advocaat, kleedt zich niet als een raadsman en gedraagt zich niet als een advocaat. Tot grote ergernis van de rechter, die het bloed van deze brullende proleet wel kan drinken.

Het is een Hollywoodproduktie dus je weet dat het wel goed zal komen met de twee gevangenen. Maar omdat Vinny nu niet bepaald het prototype van een reddende engel is, vraag je je af hoe aan deze film een goed eind kan worden gebreid. Deze vraagtekens houden de film spannend. Gaandeweg blijkt dat Vinnys vriendin veel meer is dan een fraai accessoire; zij is zijn geheime wapen.

Tomei klikt overduidelijk met Pesci: hun ruzies, kletspartijen en liefdesverklaringen zijn overtuigend en grappig. Lachen is het bijvoorbeeld wanneer ze kibbelen over het opeten van een bord grutten en wanneer Pesci Tomei als getuige oproept. Vol bravoure opereren ze binnen en buiten de rechtszaal. Pesci doet niet alsof hij Vinny is; hij ís deze goedzak. Tomei imiteert Mona Lisa niet; zij ís deze pittige chick.

‘My Cousin Vinny’ eindigt – hoe voorspelbaar – even onwaarschijnlijk als deze is begonnen. Een kniesoor die daar op let. De film draait om Pesci en Tomei. En zij spelen de sterren van de hemel.

Patricia Jacob