Mysterious Skin (2005)

Regie: Gregg Araki | 99 minuten | drama | Acteurs: Joseph Gordon-Levitt, Brady Corbet, Elisabeth Shue, Michelle Trachtenberg, Bill Sage, Chase Ellison, George Webster     

Na een intrigerend openingsshot waarover de openingstitels lopen, waarin we het gezicht van een lachend jongetje bedolven zien worden onder een regen van cornflakes, is het net of we beland zijn in een amateuristisch filmpje dat zo op een of ander kindernet langs zou kunnen komen. We zien een zielig, nerdy jongetje, Brian genaamd, met een blond bloempotkapsel en grote bril met jampotglazen, die na een honkbalwedstrijd schuchter in een hoekje wegduikt en door zijn teleurgestelde vader word toegesproken. Pa was vroeger veel dingen geweest, maar nooit een opgever, zegt hij terwijl hij zijn hoofd schudt en wegloopt. Kleine Brian verontschuldigt zich. Even later komt zijn liefhebbende en al even simpel geschetste (en slecht acterende) moeder binnen en in een volgende scène zien we Brian met zijn zus en moeder naar een (schijnbaar) overvliegende UFO kijken.

Als kijker denk je de bui al te zien hangen. Dit is vast weer zo’n typisch inspirerend (jeugd)verhaal over het zielige kindje dat via een of andere fantastische gebeurtenis of hulp van “boven” zijn eigen talent en zelfvertrouwen ontdekt en de grote held van de film wordt. De volgende scènes die zich concentreren op de andere hoofdpersoon, Neil, doen vooralsnog weinig om dit beeld te ontkrachten. Waar de scènes over het Brian-personage vergezeld gingen door een overmatig lieve, onzekere voice-over van de huidige Brian, is de vertelstem bij het verhaal van Neil niet minder karikaturaal, met een dik aangezet zuiderlijk accent en overdreven “coole” stem die dingen zegt als “like: awesome!”. Dat het geheel een nostalgisch karakter moet hebben is wel duidelijk. Maar in het geval we het punt gemist hebben worden de iconische Atari computerspellen Donkey Kong, Frogger en Asteroids nog even genoemd.

Dat het Nickelodeon-gehalte misschien wel eens mee zou kunnen vallen zien we wanneer de kleine Neil verlekkerd naar zijn honkbalcoach staat te kijken die in de tuin oraal bevredigd wordt. Het is vanaf dit punt dat de kijker rechtop gaat zitten en benieuwd raakt welke kant het verhaal op zal gaan. Gelukkig wordt het verhaal zowaar nog de moeite waard. Vooral de scènes waarin de jonge Neil misbruikt wordt door de coach, en vooral de opbouw hiertoe, houden de kijker aan het scherm gekluisterd. De coach wordt niet als een typisch monster afgebeeld, maar als een tedere, zachtaardige man, wiens seksuele escapades met Neil en andere jongetjes, gewoon als logisch verlengstuk van zijn normale omgang met de kinderen wordt gepresenteerd. Deze normaliteit is in feite des te verontrustender voor de kijker. De misbruiker is geen makkelijk identificeerbare schurk, maar kan ieders buurman zijn. Wanneer de intenties van de coach langzaam maar zeker duidelijk worden – hij kruipt nu toch wel erg dicht bij Neil in de buurt, en die foto’s die hij maakt: kunnen die wel? – gaan we ons als kijker steeds ongemakkelijker voelen. De coach weet Neil door zijn “goedheid” steeds verder in zijn web te lokken, die hier (net als de toeschouwer) machteloos tegenover staat. Neil mag dan wel verliefd op zijn coach zijn, het is duidelijk dat er hier misbruik van hem gemaakt wordt en dat er iets moreel verwerpelijks gaande is. Zijn latere gefrustreerde houding en ongezonde levensstijl laten hier ook geen misverstand over bestaan.

Het is de kennismaking en representatie van deze levensstijl en de oudere Neil die de grootste kracht van de film vormen. Het niet gemakkelijke onderwerp wordt hier op een bewonderenswaardige manier behandeld door Araki. Er wordt open en direct met de seksuele situaties en gevoelens omgegaan, maar zonder in de exploitatiesfeer terecht te komen of te pogen de toeschouwer te choqueren. Onherroepelijk zul je als toeschouwer in sommige scènes wat ongemakkelijk in je stoel heen en weer bewegen, maar het blijft allemaal betrekkelijk subtiel en “smaakvol”. Alhoewel dit laatste in ieder geval niet van toepassing is op de gewelddadige verkrachtingsscène die de kijker als een mokerslag treft en verslagen achterlaat. De ontmoetingen van Neil met zijn klanten en zijn houding worden geloofwaardig en pakkend gecommuniceerd door acteur Gordon-Levitt. Hij is blasé, verward, intelligent, komisch, tragisch, en vrijwel alle nuances weet hij perfect te treffen. Iedere keer dat hij in beeld is, eist Gordon-Levitt de aandacht van de kijker op. De manier waarop hij met zijn “werk” omgaat als ware het een doorsneebaan, zonder het slachtoffer uit te hangen maar er schijnbaar zelf voor te kiezen, is interessant, en grappig, om te zien. Ergens is het een verslaving voor hem, eentje waar hij, zoals elke verslaving, nou niet echt gelukkig van wordt.

Het parallelle verhaal over Brian die droomt over ontvoeringen door buitenaardse wezens, en erachter komt een gedeeld verleden met Neil te hebben is wat minder interessant, hoewel ook bevredigend geacteerd. Het onderwerp van deze verhaallijn is alleen niet zo boeiend. En hoewel de alien-stereotiepen die we krijgen voorgeschoteld dan (waarschijnlijk) wel als zodanig bedoeld zijn, ook als (semi-)persiflage zijn ze niet echt doeltreffend. Bovendien is de onderliggende dramatiek niet zo overtuigend verhuld. We snappen al snel waar het naartoe gaat en hoe het verhaal van Brian samenhangt met dat van Neil. De manier waarop Brian met zijn trauma omgaat, en hoe dit contrasteert met Neil’s levenstocht, is in zichzelf echter wel weer interessant.

De bijrolspelers zijn aardig, al is Michelle Trachtenberg een wat matte actrice, en krijgt ze ook wat gekunstelde dialoog te verwerken, dat duidelijk ingegeven is door de scriptschrijver en niet uit het personage zelf voort lijkt te komen. Ook andere personages krijgen hier soms mee te maken.

Al met al is ‘Mysterious Skin’ een film die langzaam maar zeker onder je huid gaat zitten en gaandeweg steeds meer indruk weet te maken, niet in de laatste plaats door de overtuigende Gordon-Levitt. Uiteindelijk heeft de film niet zo gek veel te melden, maar zonder meer genoeg om een dikke anderhalf uur van je vrije tijd aan op te offeren.

Bart Rietvink