Mystery Train (1989)

Recensie Mystery Train Cinemagazine
Regie: Jim Jarmusch | 119 minuten | komedie, misdaad, drama | Acteurs: Masatoshi Nagase, Yûki Kudô, Screamin’ Jay Hawkins, Cinqué Lee, Rufus Thomas, Jodie Markell, Nicoletta Braschi, Elizabeth Bracco, Joe Strummer, Rick Aviles, Steve Buscemi, Vondie Curtis-Hall, Royale Johnson, Winston Hoffman, Tom Waits

De achterkant van de Amerikaanse droom door de ogen van buitenlandse passanten, biedt Jim Jarmusch ons met het ontroerend klungelige ‘Mystery Train’, een sketchy drieluik dat zich volledig afspeelt in Memphis, Tennessee. Het woord klungelig moet u trouwens niet te zwaar nemen. Een film van meester-evocateur Jim Jarmusch is als een rokerige nachtclub binnenlopen en diep inhaleren. Hoofdschuddend rondkijken; vervolgens strompel je dronken, blut maar toch zorgeloos naar huis.

Jarmusch heeft het goed begrepen met het onkruid van Amerika, en dat zijn acteurs soms niet zo goed kunnen acteren, zoals Joe Strummer als suïcidale amateurboef in het derde drieluik, so be it. Andere personages zijn dan weer uit marmer gehouwen, zoals in ‘Mystery Train’ bijvoorbeeld de onvergetelijke hotelbeambten gespeeld door Screamin’ Jay Hawkins en Cinqué Lee. Vanuit hun verlopen 24/7-etablissement jagen twee Japanse toeristen de geest van Elvis na. Hij (Masatoshi Nagase) een rock’n’roll-freak met een pokerface; zij (Yûki Kudô) de motor achter de liefde.

Niet meer dan charmant zo lijkt en er gebeurt ogenschijnlijk weinig; toch beklijft het eerste filmluik het meest. Beeldbepalend voor de film is het shot van de twee zittend aan het voeteneind van hun hotelbed, allebei onder de lipstick van het meisje, dat pogingen doet haar onderkoelde vriend aan het lachen te maken; legendarisch is de scène waarin de twee ‘voor de elfde keer seks hebben’, een tragikomische vertoning door het contrast van de pompende poseur en het vermogen van het meisje er liefde in te zien.

Even gemakkelijk als Jarmusch de menselijke conditie schetst, laat hij zijn personages in de steek. Het tweede luik, waarin kersverse weduwe Luisa (Nicoletta Braschi) wachtend op haar terugvlucht een kamer deelt met local DeeDee (Elizabeth Bracco), die net haar vriend de bons heeft gegeven, overtuigt het minst. Wanneer in hun hotelkamer de geest van Elvis als hologram verschijnt en ‘Blue Moon’ begint te zingen, denken we iets teveel aan David Lynch. Mooi is wel dat de rouwende Luisa de geest kan zien en kletskous DeeDee niet.

Het derde luik is het best als verhaal te genieten, met de inmiddels overleden Strummer (zanger-gitarist van The Clash), als overvaller tegen wil en dank. Strummer is uitermate charismatisch, hoewel hij en zijn maatje Will (Rick Aviles) werkelijk stuntelen in hun poging dronken boefjes te spelen. Een echte stuntelaar is Steve Buscemi, en het zou ons niet verbazen dat de gebroeders Coen voor ‘The Big Lebowski’ inspiratie hebben opgedaan in dit filmluik, waarin Buscemi als een soort Donny-avant-la-lettre de Wet van Murphy mag bekrachtigen.

Jan-Kees Verschuure

Waardering: 4

Bioscooprelease: 24 november 1989
Bioscooprelease: 9 februari 2017 (re-release)