Naked (1993)

Regie: Mike Leigh | 126 minuten | drama | Acteurs: David Thewlis, Lesley Sharp, Katrin Cartlidge, Greg Cruttwell, Claire Skinner, Peter Wight, Ewen Bremner, Susan Vidler, Deborah MacLaren, Gina McKee, Carolina Giammetta, Elizabeth Berrington, Darren Tunstall, Robert Putt, Lynda Rooke

“Ik heb de indruk dat je best een aardige vent bent. Egoïstisch en aardig”, zegt een personage van Michel Houellebecq in één van diens onheilspellende romans over de moderne westerse samenleving vlak voor de milleniumwisseling. Dat citaat zou ook voor Johnny kunnen gelden, de hoofdpersoon van Mike Leigh’s sleutelfilm ‘Naked’. Er zijn aardige films gemaakt over de veranderende Britse samenleving in het laatste kwart van de twintigste eeuw, maar ‘Naked’ vat het allemaal samen. Leigh toont ons het failliet van de grote-stadssamenleving aan de hand van een intelligente buitenstaander. Gechargeerd soms, maar niettemin indrukwekkend.

Het Londen van de vroege jaren negentig is geen prettige plek om te verblijven. Niet voor brave arbeidersmeisjes als Louise, labiele postpunkers als Sophie, goedmoedige loonslaven als Brian (Peter Wight), zelfs niet voor arrogante yuppen als Jeremy (Greg Cruttwell), Johnny’s pendant in de film, die zo uit ‘American Psycho’ afkomstig zou kunnen zijn. Johnny ontmoet deze lieden op zijn zwerftocht door de Britse hoofdstad, opgestart nadat hij zich in woonplaats Manchester voor zijn omgeving onmogelijk heeft gemaakt. Het is een uit andere films van Mike Leigh bekende schematische opzet en het werkt. Rijk of arm, man of vrouw, de gemeenschappelijke noemers zijn eenzaamheid, onverschilligheid, agressiviteit en gebrek aan zelfrespect. Leuk is het niet, fascinerend wel en verre van nihilistisch. Leigh verstaat de kunst alle ellende – tot verkrachting aan toe – tot klein leed om te toveren, zonder wee of lijzig te worden. Zijn niet zelden goedwillende personages verstaan de kunst zich door het leven heen te slaan (sic!), zo nodig met een kopje thee. Morgen is er weer een dag en het is al erger geweest.

Johnny, dus. Na het vlotte begin van de film, waarin hij aanpapt met Sophie, Louise vernedert en vervolgens als een dief in de nacht verdwijnt, ontpopt hij zich als engel van de eenzamen in een imponerende rondgang door Londen. Johnny – of Leigh zoals je wilt – weet er de schrijnende gevallen wel uit te pikken, met een eervolle vermelding voor Ewen Bremner (‘Trainspotting’) als analfabeet die zijn vriendin kwijt is. Johnny lijkt zich te warmen aan het leed van anderen, geeft ze even wat ze willen en jaagt ze vervolgens van zich af; wie hem met zijn gedrag confronteert lacht hij weg. Zijn buitengewone intelligentie en vampierachtig empathisch vermogen maken van hem een postmoderne nar, exemplarisch voor de moderne stadsmens en ook weer een reactie daarop.

Mike Leigh kiest terecht voor een open einde. Wat zou er pakweg dertien jaar later van Johnny terecht zijn gekomen? Je ziet hem even goed langs de spoorbaan lopen als in het bed liggen van een gescheiden vrouw, maar het zal hem allicht moeilijker vallen met mensen in contact te komen.

Jan-Kees Verschuure