Natural Born Killers (1994)

Regie: Oliver Stone | 118 minuten | actie, thriller, romantiek, misdaad | Acteurs: Woody Harrelson, Juliette Lewis, Robert Downey Jr., Tom Sizemore, Tommy Lee Jones, Rodney Dangerfield, Everett Quinton, Edie McClurg, Pruitt Taylor Vince, Russell Means, O-Lan Jones, Lanny Flaherty, Richard Lineback, Ed White, Kirk Baltz, Terrylene, Maria Pitillo

Oliver Stone en Quentin Tarantino samen aan het creatieve roer, dat kan een wonderkind of een total loss worden. Hun joint venture ‘Natural Born Killers’ opent in ieder geval veelbelovend. De manier waarop de familiesituatie van Mallory (Juliette Lewis) en haar ontmoeting met Mickey (Woody Harrelson) wordt neergezet is zowel hilarisch als tragisch. Al snel gaat het bergafwaarts met het koppel en de film.

NBK hinkt op twee gedachten: aanklacht tegen de media en parodie tegelijk. De overdrijving is groot, de boodschap ook. De vraag is of de stripboekenwereld van Tarantino wel zo goed te verenigen is met het cynische mensbeeld van Stone.
Aan de acteurs ligt het niet. Harrelson lukt het een boerenkinkel met opgeblazen ego neer te zetten en Lewis is één van de beste tragikomische talenten die er is. Ze worden alleen gedwongen een soort reality-tv af te leveren dat de werkelijkheid niet benadert. Mickey en Mallory zijn surrealistische wezens, ze worden nooit helemaal mens. Was dat wel het geval dan zouden we ons de vraag kunnen stellen of een moordend koppel echt zo populair zou kunnen worden. En dan nog: een serial-killer als Charles Manson geniet weliswaar een mythologische status, maar dan wel in de marge en zijn daden hebben de jeugdcultuur van de jaren zestig eerder tot zwijgen gebracht dan doen opleven; schieten doen we in de echte wereld toch het liefst met klappertjes.

Rest ons nog de Bonny & Clyde-connectie. Mickey en Mallory zijn eigenlijk een moderne versie van het bankroofduo uit de jaren dertig, maar de sympathie die Parker en Barrow ten deel viel komt onze seriemoordenaars niet toe. Bonny & Clyde leefden in een tijd dat de Amerikaanse droom uiteen dreigde te spatten en de grote jongens er met de poet vandoor gingen, iets totaal anders dan het lethargische mediaconsumentisme van de jaren negentig waarop Stone zich richt.
De originaliteit van de film zit hem vooral in de hallucinerende beelden van iemand die gek wordt van zijn eigen daden; de ondergang van Mickey is dan ook één van de sterkere punten. De film als geheel kan de hype die eraan voorafging echter niet waarmaken.

Jan-Kees Verschuure