Niemand in de stad (2018)

Recensie NIemand in de stad CinemagazineRegie: Michiel van Erp | 102 minuten | drama | Acteurs: Jonas Smulders, Chris Peters, Sofie Porro, Minne Koole, Harm Duco Schut, Huub van der Lubbe, Hans Kesting, Ariane Schluter, Anneke Blok, Kim Feenstra

Het is de laatste jaren uitgegroeid tot een twijfelachtige eer: de openingsfilm van het Nederlands Filmfestival. Want ga maar na: titels als ‘Tulipani’, ‘De held’ en ‘Bloedlink’ zijn niet bepaald films die de boeken in zullen gaan als het beste wat de Nederlandse cinema te bieden had. Maar in 2018 lijkt regisseur Michel van Erp de matige status quo te doorbreken: zijn debuutfilm ‘Niemand in de stad’ is zowel een melancholische ode aan het jong zijn als een rauw-realistische blik op volwassenwording.

Het spookt tijdens de beginscènes van ‘Niemand in de stad’ toch even door je hoofd: we gaan toch niet twee uur lang de beslommeringen van een spierwit studentencorps volgen? Nadat de kijker expliciet geleerd krijgt hoe een voorhuid gevuld kan worden met tientallen borrelnootjes, blijkt gelukkig dat Van Erp de omgeving van het corps vooral gebruikt om de hoofdpersonages te introduceren. Centraal staat Philip Hofman (nieuw gezicht Minne Koole), een op het oog doodnormale student die zijn dagen vult met drank, seks en vrienden, met zijn goede vrienden Matt (Jonas Smulders, ‘Broers’) en Jacob (Chris Peters, ‘Tonio’). Al snel wordt echter duidelijk dat Philip angstig is voor de sleur, die langzaam in zijn relatie lijkt te sluipen. Als hij de prachtige Karen (debutante Sofie Porro) ontmoet, slaat zijn hart natuurlijk op hol en ziet hij zich geconfronteerd met de keuze tussen een veilig bestaan in een relatie waar de passie op retour is, of een avontuurlijke, seksuele romance met de eigenzinnige Karen.

Regisseur Michel van Erp (hiervoor vooral bekend van documentaires en de internationaal gelauwerde dramaserie ‘Ramses’) baseerde zijn debuutfilm op de gelijknamige roman van Philip Huff (ook betrokken bij het script). Nu zijn boekverfilmingen niet bepaald uniek in de Nederlandse filmwereld; de kwaliteit loopt meer dan eens flink uiteen. Toch bewees het hartverscheurende ‘Tonio’ enkele jaren geleden al dat het best kan: een bijna perfecte combinatie van sterk bronmateriaal en een regisseur die daadwerkelijk uit de voeten kan met het bronmateriaal. Van Erp valt gelukkig in die laatste categorie: hij blijft redelijk trouw aan het bronmateriaal, maar schroomt niet zijn eigen stempel te drukken. Het resulteert in één van de betere Nederlandse films van de afgelopen jaren, waarin thema’s als depressie, ouderschap en vooral de omgang met de naderende volwassenheid de boventoon voeren. Het draait om jongens die zich in een omgeving als die van het studentencorps nog even jong en veilig willen wanen in een anarchistische, losbandige subcultuur voordat de grauwe realiteit van alledag op de deur klopt.

Naast de moeizame overgang van jong naar volwassen, vormt de vader-zoonrelatie een belangrijke rode draad door de film: de afwezige vader van Philip, de stervende en vervreemde vader van Matt (gespeeld door de als acteur immer onderschatte Huub van der Lubbe) en de rijke, autoritaire vader van Jacob (dwingend ingetogen neergezet door Hans Kesting). Duidelijk is dat de jongens worstelen met deze verhoudingen: het trekt een wissel op hun manier van communiceren en vormt in zekere zin een belemmering op het proces van volwassenwording, wat zich uit in het zoeken naar ontsnappingen aan de kille realiteit. Philip vindt zijn uitweg in seks; Matt in drugs en Jacob in melancholie.

Van Erp is er knap in geslaagd een indrukwekkend geheel te creëren over hoe moeilijk het is om volwassen te worden. Nergens kiest hij hier voor de gebaande paden die in het gemiddelde Nederlandse (romcom-)filmaanbod zo overdadig aanwezig zijn. ‘Niemand in de stad’ voelt daardoor fris aan en loopt er niet voor weg om óók pijn en verdriet te belichten. De mix van jonge, veelbelovende acteurs met bewezen veteranen als Ariane Schluter en Anneke Blok pakt goed uit, al valt Kim Feenstra, hoezeer ze ook haar best doet, toch wat uit de toon als Matts stiefmoeder. Koole en Peters bewijzen talenten te zijn om rekening mee te gaan houden in de toekomst, al is het toch Chris Peters die de worsteling met volwassenwording het treffendst weet te vangen. Net als in ‘Tonio’ toont Peters zich gezegend met een mystieke dromerigheid die zijn personages iets ‘out of earth’ meegeeft; alsof hij nooit helemaal op zijn plek is in de veel te kleine wereld. Hoe geforceerd dromerig zijn teksten bij vlagen ook lijken te zijn: Peters maakt het geloofwaardig en toont andermaal zijn potentie als acteur.

‘Niemand in de stad’ slaagt er jammerlijk genoeg niet volledig in om zich te onttrekken aan een standaard manco van Nederlandse speelfilms in de vorm van de soms wat houterig aanvoelende dialogen. Het zijn kleine smetjes op een verder bijzonder geslaagde film, die een fijn broeierige en erotische sfeer over zich heen heeft. Waar andere filmmakers zich nog wel eens schuldig maken aan een schaamteloze exploitatie van (vrouwelijk) naakt, verheft Van Erp dit bij vlagen tot liefdevolle en bijna realistisch ogende kunst.

Met het mooie camerawerk en de stijlvolle soundtrack bewijst Van Erp net als in het verbluffende ‘Ramses’ als regisseur prima uit de voeten te kunnen met fictie, al kan hij het niet laten om zijn kenmerkende aanpak bij documentaires hier op fraaie wijze terug te laten keren. Het is daarom het ultieme bewijs dat het helemaal geen kwaad kan om voor een andere aanpak te kiezen voor én achter de camera, en vormt hopelijk eindelijk eens de opmaat tot het type openingsfilm waar het Nederlands Film Festival écht trots op kan zijn.

Alex Mazereeuw

Waardering: 4

Bioscooprelease: 4 oktober 2018