Nieuwsgierig Aapje-Curious George (2006)

Regie: Matthew O’Callaghan | 86 minuten | animatie, komedie, avontuur, familie | Originele stemmencast: Will Ferrell, Frank Welker, Drew Barrymore, David Cross,  Eugene Levy, Joan Plowright, Dick Van Dyke, Shane Baumel, Timyra-Joi Beatty, Christopher Chen, Jessie Flower, Alexander Gould, Terrence Hardy Jr.

Niet alle animatie hoeft postmoderne verhalen te hebben, of vol dubbele bodems en intelligente verwijzingen te zitten voor de volwassen kijker. Soms is het leuk om eens een ongecompliceerd, schattig filmpje voor kinderen te aanschouwen, dat je laat genieten van de mooie kleuren en grappige fratsen op het scherm en je, of je kind, naar huis stuurt met een warm en vrolijk gevoel. ‘Nieuwsgierig Aapje’ is zo’n film. Veel verder dan verwijzingen naar ‘King Kong’ hoef je hier niet te zoeken.  In tegenstelling tot het gros van de animatiefilms van tegenwoordig is ‘Nieuwsgierig Aapje’, een bewerking van de boeken van H.A. Rey, via conventionele 2-D animatie tot leven gekomen met frisse pastel- en snoepgoedkleuren, en dit is een prima keuze voor deze onpretentieuze film over vriendschap en ontdekking. De kleuren zijn namelijk ook nog eens belangrijk voor de plot. Aapje George (Ted wil hem eerst Washington noemen) is namelijk dol op kleuren en we zien hem in het begin van de film al meteen uit zijn bol gaan met natuurlijke kleurstoffen wanneer hij in zijn thuis in de jungle allerlei andere dieren gaat beschilderen, waaronder leeuwen en olifanten. Ook stelt hij het talent tot kleurenwisseling van een kameleon op de proef door allerlei anders gekleurde dieren rondjes om het beest te laten rennen.

In deze eerste scènes in de jungle zien we ook al verschillende centrale thema’s van de film vorm krijgen: enerzijds dat van het belang van speelgedrag en ontdekking, en anderzijds dat van de behoefte aan een thuis en ouders. George is een aap in zijn eentje en gaat op zoek naar andere beesten voor vertier en warmte, maar hij wordt keer op keer verstoten. De nijlpaarden zien hem niet zitten, en de krokodillen en vogels evenmin. Hij moet zijn eigen soort maar opzoeken, en niet zoveel ongein uithalen.  En dan komt de “man in het gele kostuum” langs, Ted, die even bereid is kiekeboe met het aapje te spelen wanneer deze zijn hoed heeft afgepakt. Het is op dit punt, wanneer de centrale relatie tot stand komt, dat de film pas goed tot leven komt. Tot die tijd hebben was Teds deel nog weinig boeiend, al krijgt de kijker de noodzakelijke achtergrondinformatie, zoals inzicht in zijn persoonlijkheid en functie in het museum, de aanwezigheid in zijn leven van de verliefde schooljuf. Ook wordt de slechterik geïntroduceerd en de reden voor Teds jungletocht duidelijk gemaakt. Maar toch wordt het pas interessant en charmant wanneer Ted en het aapje elkaar ontmoeten.

Hun relatie is er een van een ouder en een kind. Dit zien we overduidelijk wanneer Ted thuis met het aapje over straat loopt en het beestje langskomende kindjes in de armen van ouders imiteert. Hij wil dat Ted hem op dezelfde manier vasthoudt; dit tot groot vermaak van de voorbijgangers. Deze relatie wordt ook onderstreept door de geforceerde scheiding tussen Ted en Aapje aan het einde van de film, wanneer George wordt meegenomen en geluid maakt als een jankend kind. Het is een beetje een goedkope manier om gevoelige snaren bij de kijker te raken, en daarbij niet geheel geloofwaardig. Maar als het voor Disney werkt, waarom hier dan niet, moet men gedacht hebben.  Maar het is een kniesoor die hier zijn pret door laat bederven. De film is gewoon een aandoenlijk, energiek filmpje dat duidelijk op kinderen geënt is, maar daarnaast ook misschien nog wel wat volwassenen zou kunnen plezieren. Met leuke personages als Ivan de portier, die gromt als Ted hem groet, en de halve film op jacht is naar Teds illegale huisdier; zonnige muziek van Jack Johnston, en dialoog als: “Oh, die wc rollen rol ik altijd van te voren uit; dat helpt als ik haast heb”, en de aanstekelijke rebelsheid van aapje George, hoef je je als kijker nooit lang te vervelen. Al is het wel een vereiste dat je de kinderlijke speelsheid en ontdekkingsdrang nog niet bent verloren.

Bart Rietvink