Night of Terror (1999)

Regie: Tom Benko | 80 minuten | horror, thriller | Acteurs: Susan Brennan, Robert Chapin, Amanda Cochrane, Michael Enright, Ed Lauter, Robert Miano, Bentley Mitchum, Christopher Mitchum, Wanda Moore, Al Sapienza, Mason Young

‘Night of Terror’ is een amateuristisch en knullig in elkaar gezet prutswerkje waar een toneeluitvoering van een middelbare school nog een meesterwerk bij is. Dit is een project dat zelfs de categorie “direct-to-video” ten schande maakt, met een lachwekkend slecht plot, beroerde acteerprestaties en slordige actiescènes.

Het grootste manco is het scenario. Op zichzelf is het gegeven om in de nachtelijke uren in een vreemde stad te verdwalen en rare types tegen te komen niet bijster origineel (denk bijvoorbeeld aan Scorsese’s ‘After Hours’) maar er valt heus wel wat van te maken. Wat Audrey en Hap in deze film keer op keer voor ellende overkomt, is echt te vergezocht voor woorden. Zelfs met het uitgangspunt en de context van het verhaal in ogenschouw genomen. Het tweetal komt zwarte bendes, latino bendes, zwervers, drugsverslaafden en ander loslopend tuig tegen, die hen allemaal naar het leven staan. De enige keer dat ze echt hulp krijgen, is dat van een soort burgerwacht, die in zijn eentje allerlei misdadigers overhoop schiet. Zelfs een pastoor blijkt niet te vertrouwen te zijn en ook een vriendelijke verpleger blijkt een seriemoordenaar te zijn. Dat dit tweetal zo vaak de foutste types tegenkomt, zonder ook echt vermoord te worden, is de ongeloofwaardigheid ten top.

Ongeloofwaardig is ook vooral het spel van de mannelijke hoofdrolspeler Hap. Het jammer dat Mason Young niet eerder tot de conclusie is gekomen dat hij niet kan acteren. Welke instructies hij van de regisseur ook heeft meegekregen, hij reageert als een houten pop op elke bedreiging van zijn leven (en dat zijn er nogal wat). Zijn tegenspeelster Audrey (Amanda Cochrane) brengt het er iets beter van af, maar zij wordt dan ook constant vastgegrepen en bijna verkracht. Uiteraard biecht ze aan het begin van de film op nog maagd te zijn, wat op driekwart van de film uitmondt in een lange vrijscène bij het licht van tientallen brandende kaarsen. Dit is een soort van droom van de twee, want in werkelijkheid doen ze het onder een boom in een park – maar vooruit. Gezien de problemen die ze tegenkomen, moet het vast fijn voor ze zijn geweest dat ze ook even op een zacht bed konden liggen. De inleiding tot deze sex komt uit de mond van de onschuldige Audrey (die de hele film duidelijk zonder bh rondloopt onder haar dunne blauw cocktailjurkje) met de woorden: “ik wil dat jij de eerste bent.” Het laat zich raden aan welke fantasieën de schrijvers zich hebben overgegeven.

Iets dergelijks is er ook aan de hand met het nogal dubieuze moraal. Een aantal keren wordt er afgegeven op het Amerikaanse rechtssysteem, waarin advocaten verdachten vrij weten te krijgen (daarom schiet de burgerwacht criminelen maar dood) en als Hap en Audrey min of meer per ongeluk één van de latino’s om zeep helpen, wil Hap niet naar de politie, want dan konden ze wel eens veroordeeld worden, omdat er vast “minderheden” in de jury zouden zitten. Hiermee wordt zo het recht-in-eigen-hand-nemen vergoeilijkt. Audrey studeert antropologie en dreunt daarom ook enkele standaardteksten op over “survival of the fittest”, die wel toepasselijk zijn.

Blijkbaar wilden de makers de kijkers overtuigen van hun intellectuele eigenschappen, dat er naast stompzinnig geweld de film ook een boodschap brengt. Middelen hiertoe zijn het citaat van een gedicht van Yeats aan het begin van de film en de befaamde “To be or not to be” toespraak uit ‘Hamlet’, uitgesproken door Ed Lauter. Hij is toch een tamelijk bekende acteur, die in dit

C-werkje verdwaald lijkt te zijn. De cast wordt verder aangevuld met een zoon en kleinzoon van de Hollywood-legende Robert Mitchum, die hier laten zien nog niet eens in de schaduw van beroemde vader en opa te kunnen staan.

Ook de special effects zijn abominabel te noemen. Pistoolschoten klinken nergens na, kogelwonden zijn overduidelijk nep en naar een ontploffend huis wordt maar enigszins een slag geslagen door een extreme close-up van vuur, zonder dat het ook maar ergens in de verste verte op lijkt.

Overigens is zelfs de dvd-hoes erg misleidend. De vijf foto’s van scènes die op de achterzijde afgedrukt zijn, komen niet uit deze film. Met 80 minuten speeltijd, is ‘Night of Terror’ gelukkig aan de korte kant, maar deze tijd kan veel en veel beter besteed worden aan een betere film. Afrader dus!

Hans Geurts