No Man’s Land (2001)

Regie: Danis Tanovic | 98 minuten | drama, komedie, oorlog | Acteurs: Branko Djuric, Rene Bitorajac, Filip Sovagovic, Georges Siatidis, Serge-Henri Valcke, Simon Callow, Katrin Cartlidge, Sacha Kremer, Alain Eloy, Mustafa Nadarevic, Bogdan Diklic, Tanja Ribic, Branko Zavrsan

‘No Man’s Land’ is alleen al een geweldige film omdat regisseur Denis Tanovic met een compleet absurd verhaal de rauwe werkelijkheid laat zien. In dit geval de rauwe werkelijkheid van een bizarre oorlog. Zou het in het echt ook zo hebben kunnen gaan? Een Bosniër en een Serviër die met elkaar opgescheept zitten, en moeten balanceren tussen elkaar afmaken, en tot elkaar naderen… Misschien zou het in de werkelijkheid alleen maar eerder slecht aflopen, maar in ‘No Man’s Land’ doen alle betrokkenen de uiterste poging om zichzelf te redden. Ciki en Nino beseffen dat ze elkaar wel eens nodig zouden kunnen hebben om uit deze situatie te komen. De explosiviteit van de hele situatie wordt nog eens extra versterkt door het feit dat de tweede Bosniër op een mijn ligt die bij de geringste beweging ontploft.
Drie elementen uit deze film zijn zeer opvallend. Drie elementen die de film karakteriseren omdat ze én totaal absurd én totaal realistisch zijn.

Het eerste element is de wrange humor die in bijna elke scène van de film aanwezig is. Het begint al met de grap tussen Bosnische soldaten over de optimist en de pessimist (‘Wat is het verschil tussen een optimist en een pessimist? De pessimist denkt dat het niet meer slechter kan gaan. De optimist denkt dat dat wél kan’). De toon is gezet, en gaat door. Een Bosnische soldaat die hoofdschuddend concludeert dat het een ‘rotzooi’ is in Rwanda; een VN-soldaat die wakker wordt als zijn collega’s al op weg gaan naar de plek des onheils; Ciki en Nino die in een kort moment van toenadering ontdekken dat ze allebei dezelfde rondborstige, blonde Sanja hebben gekend; een tuttige secretaresse-in-mantelpak die, met helm op en kogelwerend vest aan, de Britse VN-bevelvoerder volgt over het slagveld… In een oorlog is eigenlijk niemand de juiste persoon op de juiste plek.

Het tweede element is de verhouding tussen Ciki en Nino. Misschien wel het meest bizarre moment is als ze besluiten dat ze allebei hun geweer houden, maar alleen over hun schouder mogen dragen. Daaraan vooraf gaat een bijna slapstickachtig spel waarin dan weer de een, dan weer de ander de baas is, ‘omdat ik een geweer heb, en jij niet’. Hun voornaamste ruzieonderwerp is wie de oorlog eigenlijk begonnen is, en het antwoord hangt af van wie het wapen in handen heeft. Het al eerder genoemde moment dat ze hun onderlinge twisten vergeten, duurt maar kort. Uiteindelijk vertrouwen ze elkaar niet, en komen terecht in de spiraal van geweld en wraak: de oorlog in het klein.

Het derde element, misschien wel het meest verontrustende element, is de rol van de buitenwereld: de VN en de pers. Sergeant Marchand probeert uit frustratie over zijn onmacht werkelijk te helpen. Hij neemt risico’s door op eigen initiatief te handelen en een journaliste te gebruiken om zijn meerderen voor het blok te zetten, maar uiteindelijk lost het niets op. De individu Marchand kan niet op tegen het VN-systeem dat er vooral op uit is geen gezichtsverlies te lijden. De pers doet ondertussen alles voor de scoop, de live-registratie van de oorlog. Het meest pijnlijk komt dit tot uitdrukking als de journaliste een kort interviewtje met Nino heeft, de meest stompzinnige vragen stelt (‘Hoe voelt u zich? Bent u moe? Heeft u die mijn onder die gewonde soldaat gelegd?’), en uiteindelijk verbaasd is dat Nino zijn middelvinger opsteekt en wegloopt.

‘No Man’s Land’ is een relatief eenvoudig gemaakte film. Niet opvallend vanwege de wijze van verfilming of de soundtrack of iets dergelijks. Soms verlopen de scènes zelfs wat houterig, iets wat volgens mij vooral veroorzaakt wordt door de grote hoeveelheid stilte in de film. Er is weinig actie en bloedvergieten te zien voor een oorlogsfilm. En toch is het een film waarin de verschrikkingen van de oorlog keihard in je gezicht worden gesmeten. Juist die houterigheid en die stiltes vergroten de wrange humor (bijna slapstick) waarmee die werkelijkheid wordt gepresenteerd. Met dit bizarre en absurde verhaal lijkt Tanovic ons te willen vertellen dat geen mens geschikt is voor oorlog. Iedereen ziet eruit en gedraagt zich als een onwennige mislukkeling, want dat is wat oorlog van je maakt: een verliezer, dood of levend.

Daniël Brandsema