No Time to Die (2021)

Recensie No Time to Die CinemagazineRegie: Cary Joji Fukunaga | 163 minuten | actie, avomtuur | Acteurs: Daniel Craig, Rami Malek, Léa Saydoux, Lashana Lynch, Ralph Fiennes, Christoph Waltz, Ben Whishaw, Naomie Harris, Jeffrey Wright, Billy Magnussen, Ana de Armas, David Dencik, Rory Kinnear, Dali Benssalah

De nieuwste James Bond stond ooit gepland voor eind 2019. Er was echter een regisseurswissel, Cary Joji Fukunaga verving Danny ‘Trainspotting’ Boyle omdat laatstgenoemde het niet helemaal eens was met de creatieve richting voor ‘No Time to Die’. En toen daalde de coronapandemie op ons neer. Bijna twee jaar nadat de eerste officiële releasedatum was uitgesteld, draaft Daniel Craig dan echt voor de laatste keer op als 007. Zo beetje iedere James Bond liefhebber houdt zijn adem in: is ‘No Time to Die’ al het wachten de moeite waard geweest?

In tegenstelling tot eerdere incarnaties heeft Craigs Bond een achtergrondverhaal, hij wordt evenals Harry Potter jong wees. Daarnaast krijgen gebeurtenissen uit de vorige vier films hun apotheose in ‘No Time to Die’. In ‘Casino Royale’, uit 2006 al weer, verliest de geheimagent zijn grote liefde Vesper Lynd (Eva Green) door toedoen van de moordzuchtige Mr. White, een lid van de criminele organisatie Spectre. In ‘Quantum of Solace’ (2008) en ‘Skyfall’ (2012) krijgt Bond te maken met nieuwe gruwelijke vormen van spionage en oorlog voeren en hij kan steeds slechter met het verraad en wantrouwen binnen het spionagewereldje omgaan. In de vierde film ‘Spectre’ (2015) valt hij als een blok voor Madeleine Swann (is dit een verwijzing naar Marcel Prousts ‘À la recherche du temps perdu’?) en blijkt ze ook de dochter te zijn van Mr. White. Meer dan ooit twijfelt Bond in ‘No Time to Die’ aan zijn roeping als geheimagent. Niettemin ziet het wereldwijd opererende Spectre Bond nog steeds als een grote sta-in-de-weg voor haar snode plannen.

Hoewel de nieuwe Bond een vrij lange zit is, ‘No Time to Die’ klokt 163 minuten, is deze aflevering een vermakelijke toevoeging aan de James Bond – canon en een logische afsluiting van de Bond-films met Craig als het hoofdpersonage. Regisseur Fukunaga heeft al het puike eerste seizoen van “True Detective” (2014) en de film ‘Beasts of No Nation’ (2015) op zijn naam staan en met deze Bond film bewijst Fukunaga in ieder geval dat hij actiescènes kan laten knallen. Zeker in ‘de hoofdstukken’ Italië en Cuba zitten deze vol met visuele kunststukjes en onberekenbare stunts met tussendoor enkele scherpe één-tweetjes tussen Bond en medespelers. Bovendien genieten de acteurs zichtbaar van de fysieke uitspattingen die geen tegenstander, auto of lokale architectuur heel kan laten. In Cuba speelt de actrice Ana de Armas op zo’n ontwapenende wijze de gretige CIA-agente Paloma dat je gewoon vergeet dat het hier ook om meedogenloze vechtmachines gaat. Datzelfde geldt voor Brits speciaal agent Nomi vertolkt door Lashana Lynch. En overtroeft Rami Malek hier nu Javier Bardem en Christopher Waltz ineen, zoals Marvel-slechterik Thanos (Josh Brolin) alle slechteriken uit afzonderlijke films met gemak verplettert?

Alles kan kapot in ‘No Time to Die’, behalve de liefde (met Phoebe Wallis Bridge van onder andere “Fleabag” als een van de co-scenaristen). Nog nooit eerder ging een Bond emotioneel zo diep voor een partner. Soms neigt dat naar het sentimentele, want vervolgens komt de soundtrack van Hans Zimmer binnen denderen. Andere keren werkt het… voor even, aangezien de montage de scène dan soms ongemakkelijk snel afkapt. Hier geen eindeloze Frodo en Sam-finales uit ‘Return of the King’ (2003). Bond blijft tenslotte een gereserveerde Brit. Eigenlijk wordt het dramagehalte pas echt interessant als de slechteriken, waaronder Spectre-baas Ernst Stavro Blofeld (Christopher Waltz), werkelijk in beeld komen. Zoals Blofeld, ook Bonds stiefbroer en waarschijnlijk die van Hannibal Lecter, al eerder in ‘Spectre’ opperde zijn hij en Bond voor eeuwig tot elkaar veroordeeld. Echter, hoe hard ‘No Time to Die’ het ook probeert, is de film op dramatisch vlak jammerlijk onevenwichtig.

Sinds ‘Casino Royale’ proberen de laatste vijf Bond-films meer emotioneel gewicht te geven aan de personages. Deze vertelstrategie wordt inmiddels breed in gedragen in Hollywood. Dit zie je ook terug bij superheldenfranchise van Marvel Disney en de Warner Bros DC. Deze franchises pogen continuïteit over meerdere films te spreiden, beetje als tv-series met seizoenlange verhaallijnen.

Toch kan je ‘No Time to Die’ makkelijk op zich zelf bekijken zoals bij Amerikaanse vakgenoten als ‘Mission: Impossible’ nog meer de gewoonte is. Dus, ook in deze aflevering zijn Bonds kernwaarden nog heel herkenbaar. Hij is bij uitstek de Britse geheimagent die met enig gevoel voor ironie de wereld weer van de ondergang weet te redden.

Je kan je daarom de vraag stellen hoeveel zin de emotionele opbouw in de vorige vier films had, want deze James Bond komt zelfs met een rasacteur als Craig en een redelijk zorgvuldig opgebouwd achtergrondverhaal van vier films nog steeds niet helemaal emotioneel uit de verf. Hierbij moet wel gezegd worden dat alle andere acteurs die Bond voorheen speelden slechts minimale variaties waren op Sean Connery’s oerversie. Kijkend naar het genre waarin ‘No Time to Die’ vooruit kruipt is emotionele platheid dan ook geen schande, als je maar blijft leveren op het gebied van actie, kwaadaardige plotten (deze keer is het weer een soort virus!) en kitscherige slechteriken. Het experiment met meer pathos ten spijt, is het dan ook vooral de aloude Bond formule die ‘No Time to Die’ op de been houdt.

Roy van Landschoot

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 30 september 2021