Nuclear Boy (2026)
Regie: Joren Molter | 78 minuten | drama | Acteurs: Guus Blanken, Jelka van Houten, Kiara Sastroredjo, Horace Cohen, Rutger Remkes, Teun Stokkel, Delano Watchman, Steef Van Wijk, Colin Staelens, Dima Gabriël
‘Nuclear Boy’, een tragikomische coming-of-agefilm van regisseur Joren Molter naar een scenario van Britt Snel, opent in de achtertuin van een rijtjeshuis onder de koeltorens van een kerncentrale. Daar ontmoeten we Aike, een zeventienjarige eerste klas nerd, gespeeld in een prachtrol door Guus Blanken, die met zijn webcam het opblazen van een tuinkabouter registreert voor een streamingkanaal waar – zo vermoeden we al snel – geen hond naar kijkt.
Aike woont bij zijn gescheiden moeder, Mirna (Jelka van Houten), een zachte, goedbedoelende vrouw die haar zoon vooral wil beschermen tegen de buitenwereld – en misschien nog meer tegen zichzelf. Zijn vader werkt in de kerncentrale, heeft een nieuw gezin en lijkt Aike vooral als ballast te ervaren. De wereldregels zijn helder: Aike staat er in wezen alleen voor. Hij heeft geen vrienden, geen sociale bedding, enkel een dozijn denkbeeldige compagnons die hem aanmoedigen zijn experimenten steeds verder op te voeren.
Molter positioneert zijn film ergens in het verlengde van Alex van Warmerdam: droogkomisch, licht absurdistisch, met een zorgvuldig gecomponeerd kader en een gevoel voor tragiek onder het oppervlak. Het camerawerk van Roy van Egmond is ronduit prachtig – letterlijk elk shot lijkt doordacht, raak, bijna grafisch. De wankel aangeslagen pianomuziek – kale, kwetsbare tonen alsof ook het instrument al jaren niet is aangeraakt – legt een laag van ongemak over vrijwel elke scène.
Aike blaast graag dingen op. Dat is zijn passie. Zijn scheikundig getalenteerde brein vindt daar zijn uitlaatklep. Brandwonden? Bijzaak. Zijn moeder schenkt hem voor zijn verjaardag zelfs het tuinhuisje als laboratorium, zodat hij “veilig” kan experimenteren. Het is een gebaar dat haar liefde toont, maar ook haar naïviteit. Want Aike is in potentie wandelend gevaar voor de wijk.
En daar begint het dramaturgische probleem.
De film suggereert meerdere motivaties: Aike wil misschien zijn vader imponeren. Misschien verlangt hij naar erkenning. Misschien jaagt hij online roem na. Op zijn kamer hangt een afbeelding van een atoombom. Hij droomt groot, bouwt voort op zijn experimenten en besluit uiteindelijk een eigen nucleaire reactor te construeren – een ontwikkeling die de film langzaam richting thriller-elementen duwt.
Maar de hamvraag blijft: waarom?
Wat verlangt Aike diep van binnen? Wil hij gezien worden door zijn vader? Wil hij volgers? Wil hij simpelweg bestaan? Zijn streamingkanaal zien we nauwelijks. Zijn vader blijft passief. De denkbeeldige vrienden – een geweldige vondst van Snel – functioneren als komisch en tragisch commentaar, maar blijven uiteindelijk projecties. Of zij de fysieke verbeelding moeten zijn van Aikes online publiek, blijft onduidelijk. Als die lezing al bedoeld is, wordt zij dramaturgisch niet scherp genoeg gemaakt om echte tegenkracht te vormen. Daardoor verschuift het verhaal van een analyse van de aandachtseconomie naar een klassiek portret van een jongen die vooral in zijn eigen hoofd leeft.
Na dertig minuten begrijpen we Aike’s situatie: geen vrienden, een afwezige vader, een overbeschermende moeder, een obsessie met explosies. Wat ontbreekt, is emotionele escalatie. Abbas Kiarostami stelde ooit dat film als muziek moet zijn: een orkest, hard en zacht, solo en tutti. Wanneer alles in dezelfde toon blijft, haak je af. In ‘Nuclear Boy’ dreigt de montage soms in herhaling te vervallen. Scènes voelen gezet, alsof ze iets moeten illustreren in plaats van laten ontstaan. Er is een voelbare stempel: dit moet betekenis dragen.
Fans van Wes Anderson zullen mogelijk smullen van deze Nederlandse variant: symmetrisch, droog, licht vervreemdend. Maar waar Anderson zijn personages vrijwel altijd een helder verlangen en een actieve tegenkracht meegeeft, blijven de ouderfiguren in ‘Nuclear Boy’ opvallend passief.
Mirna is doorlopend vergevend, zacht, ondersteunend. Dramaturgisch zou tegenkracht hier wonderen hebben gedaan. Een moeder van vlees en bloed, die haar zoon eens flink tegen de muur zet, had het eindbeeld – een emotioneel bedoelde scène tussen moeder en zoon – aanzienlijk meer lading gegeven. Nu verliest zelfs dat wonderschoon, bijna religieus geënsceneerde slotshot aan betekenis, omdat de frictie ervoor onvoldoende is opgebouwd.
En toch.
Het dorpse decor, de productiedesign, de muziek, het camerawerk – alles ademt zorg en precisie. En bovenal is daar Guus Blanken. Zijn Aike is geen karikatuur, maar een tragische antiheld van gigantische proporties: ongemakkelijk, ambitieus, zielsalleen. Hij draagt de film met een ernst die bewondering afdwingt.
‘Nuclear Boy’ is een film die esthetisch bijna alles goed doet, maar dramaturgisch een cruciale vraag onbeantwoord laat. Wanneer het waarom ontbreekt, blijft zelfs de grootste explosie uiteindelijk stil.
Desondanks: laat die nominaties voor de Gouden Kalveren maar komen.
Martijn Smits
Waardering: 3.5
Uitzending: 21 februari 2026
