O Brother, Where Art Thou? (2000)

Regie: Joel Coen, Ethan Coen | 106 minuten | muziek, komedie, avontuur, misdaad | Acteurs: George Clooney, John Turturro, Tim Blake Nelson, John Goodman, Holly Hunter, Chris Thomas King, Charles Durning, Michael Badalucco, Wayne Duvall, Ray McKinnon, Daniel von Bargen    

Ethan en Joel Coen (de Coen Brothers) hebben met hun combinatie van komedie en misdaad een stel kwaliteitsfilms op hun naam staan waar je u tegen zegt, waaronder ‘Fargo’ (1996), ‘The Big Lebowski’ (1998), en ‘The Man Who Wasn’t There’ (2001). Met ‘O Brother, Where Art Thou?’ geven ze een geheel eigen kijk op de Odyssee van Homerus. De Odyssee is vaak bewerkt en zelden geëvenaard, maar de versie van de Coen Brothers is zeker de moeite waard.

In ‘O Brother, Where Art Thou?’ wordt de Odyssee niet zomaar naverteld en zeker niet in dezelfde volgorde als in het klassieke werk. Bepaalde elementen zijn uitgekozen, omgevormd en passend gemaakt binnen de context van zuidelijk Amerika tijdens de Depressie. Net als Odysseus is Ulysses (niet voor niets heeft hij deze naam) Everett McGill een listige praatjesmaker. Ulysses (op hilarische wijze vertolkt door George Clooney) is daarnaast ook nog eens zeer ijdel: als zijn haar maar goed zit. Samen met twee medegevangen, de sullige goedzak Delmar (Tim Blake Nelson) en de net iets minder sullige Pete (John Turturro) begint hij aan een ware odyssee. Eén van de eersten die ze tegenkomen op hun weg is een blinde man die hen voorspelt dat hun weg lang en moeizaam zal zijn. Deze blinde ziener correspondeert met Teiresias uit de Odyssee. Niet veel later worden ze door een sirenengezang van in wit geklede christenen naar water gelokt, waarin Delmar en Pete zich laten dopen. De echte Sirenen komen echter later pas, als de drie zich laten betoveren door het gezang van drie mooie vrouwen in een meertje. Die scène is tegelijkertijd een bewerking van het verhaal van de heks Circe, die Odysseus mannen omtoverde in dieren. Van Pete blijft namelijk na hun avontuurtje alleen maar een pad over denken Delmar en Ulysses aanvankelijk.

Een andere passage uit de Odyssee die wordt gebruikt is die waarin Odysseus mannen de koeien van zonnegod Helios opeten. Ulysses, Pete en Delmar krijgen immers een lift van manisch-depressieve crimineel George Nelson, die verschillende koeien doodschiet en daar later voor moet boeten. Ook de beroemde passage met de Cycloop Polyphemos komt terug, in de scène waarin Big Dan (John Goodman)  een erg grote man met een ooglapje Ulysses en Delmar slaat, hun geld inpikt en de pad fijnknijpt. Ulysses vrouw Penny (Holly Hunter) is niet zo trouw als Penelope in de Odyssee. Zij staat op het punt te trouwen en wil dat ook. Maar Ulysses is als Soggy Bottom Boy voor iedereen onweerstaanbaar en uiteindelijk misschien dus ook voor haar.

‘O Brother, Where Art Thou?’ zit vol spannende en grappige situaties, zoals een KKK bijeenkomst waarin gouverneur Homer Stokes (vanwaar juist die naam voor een vadsige fascist??) een vreemde rol speelt als KKK-leider die in slavengezang uitbarst. Slavengezangen zijn sowieso gedurende de hele film belangrijk, o.a. tijdens de scènes met gevangenen. De muziek in de film is passend en mooi en het liedje van de Soggy Bottom Boys over een man of constant sorrow is aanstekelijk. Ook is er goed gebruik gemaakt van kleurfilters, de sepia- en geeltinten geven een warme, ouderwetse sfeer.

‘O Brother, Where Art Thou?’ heeft verschillende goede elementen in zich die samen een hilarische, spannende, mooie film vormen.

Emy Koopman